vrijdag 10 februari 2012

Weblog Simon Rozendaal

Kloppen jullie thermometers wel, KNMI?

donderdag 6 augustus 2009 20:33


KNMI in de Bilt, een voorstad van Utrecht KNMI in de Bilt, een voorstad van Utrecht

Hoorde vandaag op de radio dat er in Rotterdam een uniek meteorologisch experiment is uitgevoerd. Onderzoekers trokken op bakfietsen door de stad om de temperatuur, de wind en de zonnestraling te meten.

So far, so good. Er heeft allerlei onderzoek plaats, rijp en groen, dus dit kan er nog wel bij. Maar toen kwam het. Het onderzoek werd gefinancierd door de Europese Unie en had tot doel om na te gaan hoe groot het urban heat island effect was – met andere woorden, hoeveel hitte beton vast houdt en hoeveel warmer daardoor de stad is dan het platteland.

Schokkend
Ik dacht dat ik het verkeerd verstaan had, maar de mooie vrouw naast me had het ook gehoord. De meteorologen weten niet precies hoe groot het urban heat island effect is en gaan het daarom meten!

Hoe schokkend deze mededeling is, zal ik even uitleggen. We horen al sinds 1990 en vooral sinds Al Gore dat de wereld aan het opwarmen is. Dat vermoeden – voor de meeste mensen een zekerheid – is gebaseerd op temperatuurmetingen overal in de wereld. Die geven ongeveer 0,7 graad opwarming aan sinds 1900.

De vraag is echter hoe nauwkeurig die metingen zijn. Daarbij komt het urban heat island effect om de hoek kijken. Wat dit is, valt goed aan de hand van De Bilt uit te leggen. Daar meet zoals u weet het KNMI de temperatuur. Een eeuw geleden lag De Bilt midden in het platteland, tegenwoordig is het bijna een voorstad van Utrecht. In Utrecht is veel beton en dat houdt meer warmte vast dan gras. Met andere woorden, een deel van de opwarming die in De Bilt is gemeten, komt door de nabijheid van baksteen en beton. Dit wordt in klimatologische kring het urban heat island effect genoemd.

Gecorrigeerd
Al die tijd hebben de meteorologen en klimatologen ofwel gezegd dat dit verstedelijkingseffect enorm meeviel ofwel dat er bij de temperatuurmetingen voor werd gecorrigeerd. Mijn goed in de klimaatwetenschap ingevoerde collega Marcel Crok heeft in de Elsevierspecial over klimaat (volgens mij, maar ik ben misschien, heel misschien, een tikje bevooroordeeld, het beste dat er in Nederland ooit over het grote wetenschappelijke en maatschappelijke vraagstuk van onze tijd is geschreven) aangegeven dat deze correcties niet openbaar zijn.

Het valt dus niet te controleren. Ook haalde Marcel het inmiddels roemruchte onderzoek aan van de Amerikaanse weerman Anthony Watts die heeft aangetoond dat heel veel weerstations, zeker in Amerika, niet aan de minimumeisen voldoen. Ze staan op parkeerplaatsen, op smeltend asfalt, dicht bij gebouwen of vliegvelden waardoor ze veel meer last hebben van de warmtestraling van steen en beton.

Volhouden
En toch houden het IPCC, het KNMI en al die andere geleerde instanties vol dat het verstedelijkingseffect verwaarloosbaar is. Hoogstens eentiende graad.

Goh, wat raar dan dat de Europese Unie geld ter beschikking stelt om te bestuderen hoeveel warmer Rotterdam is dan de omringende weilanden. Dat was toch allemaal al lang bekend? Zou ik ook een paar ton van de EU kunnen krijgen voor een studie in mijn achtertuin naar de vraag of appelen soms wel eens van de grond naar de boom vallen?

Oh, ja, ik hoorde een van die onderzoekers op de radio ook zeggen dat het op een zomerse avond in de stad misschien wel zeven graden warmer is dan op het platteland. Met andere woorden, klopt het wel dat de aarde sinds 1900 met 0,7 graad is opgewarmd en klopt het wel dat de klimatologen en meteorologen het allemaal begrijpen en kundig corrigeren voor het oprukken van de stad?

Of zouden we met zijn allen een klein beetje in de maling worden genomen, mede omdat er zo verschrikkelijk veel geld omgaat in de klimaathysterie? Koop de Elsevier van deze week, waar ik een kersvers rapport aanhaal dat stelt dat er alleen al in Amerika bijna tachtig miljard dollar is gestopt in de klimaathysterie.


advertentie







advertentie