maandag 13 december 2010 14:57
Lars Boom won niet in Overijse, maar speelde wel een hoofdrol
Al voor de start stond heel Vlaanderen met knikkende knieën in de modder: daar staat hij, derde rij, het smoelwerk van een kampioen, onverslaanbaar arrogant: Lars Boom.
Hij besloot weer eens mee te doen aan een veldrit, die van het Vlaamse Overijse. Hij was ooit veldrijder van beroep, werd zelfs een keer wereldkampioen in deze discipline, maar kreeg door dat op de weg meer eer valt te behalen.
Modderhappen
Maar in Overijse, het decor van de ‘moeder der crossen’, was het fenomeen weer terug. Met een mengeling van ontzag en afgunst keek Vlaanderen toe hoe de 24-jarige renner van Rabobank klaarstond voor een uur modderhappen.
Ontzag, omdat de Nederlander zo ongelooflijk hard kan fietsen en een verrijking is voor de eendimensionale sport (veldrijden in Vlaanderen is als korfbal in Nederland, maar veel populairder en duizend keer interessanter om naar te kijken).
En angst en afgunst, omdat Boom de neiging heeft om te winnen waar en wanneer hij wil. En een buitenlander mag de koers kleuren, uiteindelijk moeten toch Sven Nys en Niels Albert winnen, vinden de Vlamingen.
Boom-show
Het werd een echte Boom-show in de blubber van het heuvelachtige Overijse. Zijn start was zo verschroeiend, zo vernietigend, dat hij het complete peloton uit het wiel reed. Om honderd meter later nogal lomp tegen een paaltje te knallen. Om daarna met bravoure weer de kop te pakken.
Boom spotte met alle (ongeschreven) wetten van het veldrijden. Een uur lang was Vlaanderen in de greep van de grillen van ‘die Ollander’. Hij leek soms in te storten, uit te glijden, onhandig zijn fiets aan de hand mee te nemen, maar iedere keer dook hij weer op in de kop van de koers.
Ontzag
Natuurlijk, hij won uiteindelijk niet. Boom was goed op weg naar een tweede plek, maar na een lekke band in de finale werd hij zevende, wat nog altijd uitzonderlijk goed is voor iemand die nauwelijks in het veld rijdt en nu eigenlijk in een rustperiode zit.
Nys won en na afloop had hij het, net als alle andere renners, tv-commentatoren en journalisten, alleen maar over Boom. Angst en ontzag alom, met een beetje afgunst (het blijft een Nederlander hè).
Rutger
Zijn gedrag in de koers (lomp, arrogant, maar wel ijzersterk en ongrijpbaar) deed me een beetje denken aan Rutger Castricum. Deze PowNed-verslaggever is ook zo onconventioneel en zorgt vaak voor beroering. Ook hij is enorm getalenteerd: hij heeft het vermogen om politici te fileren.
Waar Boom als een woesteling onbehouwen dwars door het Vlaamse land dendert, doet Castricum dat in het medialandschap. Hij is momenteel in Vlaanderen middelpunt van een discussie over fatsoen.
Met de grond gelijk
NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch en tv-bekendheid Bart Peeters probeerden Castricum onlangs met de grond gelijk te maken. Zo zou Rutger ‘geen greintje talent’ en absoluut geen fatsoen hebben. Okay, Rutger kan 'stijlloos' overkomen, maar er zit altijd een gedachte achter. De Belgische critici misten dan ook alle nuance en scherpte in hun ‘roast’.
Wat dat betreft kunnen ze beter een voorbeeld aan de veldritwereld nemen. Het fenomeen (Boom) is er, accepteer het en omarm het. Je kunt maar beter blij zijn dat iemand, in de sport of de journalistiek, kleur geeft aan wat anders een al te eenzijdig kliekje wordt.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement