vrijdag 10 februari 2012

Weblog The President's Man

Hoe groot is kans dat Obama wordt vermoord?

dinsdag 26 februari 2008 12:50


Elke Nederlander die voor 1950 is geboren, weet nog wat hij deed en waar hij was toen hij van de moord op John F. Kennedy hoorde. Behalve voor de Noord-Koreanen en een enkele dronken Bosjesman, geldt dat trouwens voor elke wereldburger die toen dertien jaar of ouder was.

Zelf hoorde ik op die novemberdag in 1963 bij het uitgaan van bioscoop “Lido” in Leiden waar ik samen met mijn vriend Alexander Heldring, een Franse film met Sylvie Vartan had bekeken, een jongerejaars schreeuwen: ‘Kennedy is dood.’

‘Wat een slechte grap,’ dacht ik.

Beveiligd
Vijf jaar later volgden, enkele maanden na elkaar, de moorden op Dr. Martin Luther King jr. en Robert F. Kennedy. De laatste op de dag dat de broer van de president de Democratische voorverkiezingen in Californië had gewonnen.

Geen wonder dat in de kringen rond Barack Obama maar ook onder journalisten regelmatig de gedachte opkomt: is de senator uit Illinois wel voldoende beveiligd of valt hij wel voldoende te beveiligen? Het is een gedachte die je niet vlug uitspreekt en nog minder snel neerschrijft. Die pudeur komt voort uit een soort bijgelovige angst om het ongeluk dan over Obama af te roepen.

Dit betekent dat iedereen, de kandidaat zelf voorop, mooi weer speelt, maar zich wel degelijk bewust is van de kansen op onweer.

Bidden
The New York Times meldde dat er in Colorado twee zusters dagelijks bidden voor de veiligheid van Obama. In New Mexico overtuigde een dochter haar moeder om toch op Obama te stemmen, hoe benauwd zij ook was dat winnen voor hem wel eens uiterst gevaarlijk kon zijn.

Obama geniet sinds mei 2007 bescherming door de Secret Service. Deze dienst die in de eerste plaats de president moet bewaken, heeft hem de naam ‘Renegade’ gegeven. Naarmate er meer mensen naar zijn bijeenkomsten komen, neemt het aantal agenten dat hem bewaakt toe. Zo nu en dan lijkt het wel of hij beter beschermd wordt dan president George W. Bush.

Duivelse dialectiek
Charismatische politici roepen in Amerika altijd grote weerstand op. Zozeer, dat kwaadsappige krachten het een dure plicht achten om ‘het ontstoken licht’ te doven, desnoods door een moord. Het is een duivelse dialectiek.

Kennedy is trouwens lang niet zo’n groot president geweest als velen denken. Maar charismatisch was hij zeker.

Tot de verbeelding sprak, een eeuw eerder, ongetwijfeld Abraham Lincoln. Hij wordt door de meeste geleerden beschouwd als de grootste president aller tijden. 

Terwijl Washington ruiste van het feestgedruis vanwege zijn overwinning in de Burgeroorlog, werd Lincoln op 11 april 1865  doodgeschoten door een bekende acteur die de zege van de Noordelingen niet kon verkroppen.

Teleurgestelde baantjeszoeker
Van de vier presidenten die door moordenaarshand zijn geveld waren er twee overigens helemaal niet charismatisch. James Garfield werd, na een presidentschap van enkele maanden, op 2 juli 1881 neergeschoten door een teleurgestelde baantjeszoeker. William McKinley trof op 6 september 1901 in Buffalo hetzelfde lot.

Vorige week reed Barack Obama, op campagne in Texas, met een konvooi auto’s in Dallas langs de plek waar Lee Harvey Oswald 45 jaar geleden (Obama was toen 1 jaar oud) de fatale schoten had gelost.

De senator had even omhoog gekeken naar de Texas Book Store. Elk lid van zijn gezelschap en Obama zeker ook, was zich bewust van het bijzondere moment. Maar niemand had een woord gesproken.


advertentie