zaterdag 26 mei 2012

Gezin

Tandheelkunde: Een gebleekt gebit

dinsdag 4 januari 2005 09:23

Tanden kunnen om verschillende redenen verkleuren. Bijvoorbeeld door ouderdom, tabaksrook, koffie en thee, rode wijn. Maar er verschijnen steeds meer hulpmiddelen op de markt om ze witter te maken. De behoefte aan witte tanden past in onze schoonheidscultuur.

Wie mooi wil zijn, gaat naar WIT, aan het Rokin in Amsterdam en sinds kort ook aan de Karel Doormanstraat in Rotterdam. De witte tandenwinkel biedt een snelle en effectieve oplossing voor mensen met vergeelde tanden.

Je ligt op een stoel en krijgt een beugel in de mond die de lippen opzij houdt. Het tandvlees wordt afgedekt met een siliconenpasta. Daarna worden de tanden tot driemaal toe ingesmeerd met een waterstofperoxidegel die onder een blauwe lamp door het transparante tandglazuur heendringt en het vergeelde tandbeen bleekt.

Het resultaat is verbluffend: de tanden zijn na de behandeling, die pakweg 1 uur duurt en 595 euro kost, inderdaad witter. Volgens de mondhygiëniste blijven ze dat een paar jaar. Tenminste, als de persoon in kwestie niet rookt, niet te veel kleurstofrijke dranken en spijzen nuttigt, en dagelijks goed poetst.

Oorzaken van verkleuring
Het bleken van tanden is een gat in de markt. Denk aan de tandpasta's met whiteners, diverse soorten druppels en gels met blekende werking, de mogelijkheden die (cosmetische) tandartsen bieden om het gebit te bleken, en nu dus ook speciale winkels zoals WIT waar je zomaar binnenloopt.

Ieder mens heeft zijn eigen, erfelijk bepaalde tandkleur. De een heeft van nature stralend witte tanden, de ander van meet af aan wat grijze of gele. Maar er zijn ook niet-erfelijke factoren die de kleur van de tanden beïnvloeden: medicijngebruik op jonge leeftijd (met name het antibioticum tetracycline), tabaksrook en kleurstoffen uit voedingsmiddelen, zoals koffie, thee, rode wijn en ketchup. Ook door veroudering verkleuren tanden.

In een uur een verbluffend resultaat

Veel producten
Er zijn verschillende manieren om verkleuring van het gebit tegen te gaan. Oppervlakkige aanslag op het glazuur kan worden weggepolijst door de tandarts, of weggepoetst met een whitener-tandpasta met speciale schurende of blekende ingrediënten.

De effecten blijven beperkt omdat de pasta tijdens de poetsbeurt niet lang genoeg op de tand blijft zitten om veel effect te sorteren. Al dat schuren kan op den duur wel het glazuur aantasten en de tanden juist gevoeliger maken voor verkleuring.

Bleken met waterstofperoxide
Meer effect heeft het intensief bleken van de tanden met waterstofperoxide. Dat kan onder auspiciën van de tandarts gebeuren. Die maakt voor zijn patiënt een 'bleeklepel' van zachte, doorzichtige kunststof, die precies om de tanden past.

De patiënt vult thuis de bleeklepel dagelijks met een gel die enkele procenten waterstofperoxide bevat en houdt deze enkele uren (of de hele nacht) in de mond. De gel dringt door het glazuur heen en bleekt het tandbeen. De procedure moet enkele weken worden volgehouden om resultaat te boeken.

De tanden en het tandvlees kunnen gevoelig worden, maar dat gaat weer over. Het is beter om gedurende deze weken citrusvruchtensap, koolzuurhoudende dranken, koffie, thee en rode wijn te mijden.

Dezelfde methode kan voor veel minder geld ook bij de drogist worden gekocht, maar dan is de bleeklepel niet op maat gemaakt en de kans dat de gel gaat lekken en op de verkeerde plekken terechtkomt (tandvlees, keel, maag) dus groter.

In de verkorte procedure van 1 uur, zoals toegepast bij WIT, wordt een sterkere concentratie waterstofperoxide gebruikt (15 procent). De werking van de gel wordt bovendien aangewakkerd door de warmte van een blauwe of groene lamp (vaak 'laser' genoemd, maar dat is het niet).

Voors en tegens
In Nederland werken inmiddels veel tandartsen met de verkorte procedure. Anderen hebben hun bedenkingen. Ze vrezen dat een hoge concentratie waterstofperoxide de tand onherstelbaar kan beschadigen en verzwakken, vooral als de behandeling vaker gebeurt. Harde gegevens over de langetermijneffecten zijn er nog niet.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Elsevier 50, 13 december 2003

Tags


advertentie