Van zuinige weinigbellers tot showbinken met het hipste model: iedereen heeft een mobieltje. Maar al dat mobiele bellen kan een stuk goedkoper. Waarop te letten bij aankoop? Welk abonnement past bij u? Hoe over te stappen op een andere aanbieder met behoud van nummer?
Geldvretertje, flirtmachine, vergaderapparaat, aandachttrekker, kindercontroleur, fotoalbum, babbelbox: de mobiele telefoon is wat gebruikers wensen dat hij is. Twaalf miljoen Nederlanders dragen een mobieltje bij zich. Jaarlijks schuiven zo’n 3,5 miljoen telefoontjes over de toonbanken.
Nederland omarmt de mobiel, maar kent hem niet. Bijna iedereen beslist pas in de winkel welke mobiele telefoon en welke aanbieder hij of zij neemt. Die keuze wordt vooral bepaald door de kosten en het uiterlijk van de telefoon, veel minder door de kostprijs van het bellen. Niet verstandig, want met een mobiele telefoon kopen consumenten vooral een dure dienst: het bellen.
Reken maar mee: de aanschaf van een telefoontje is een eenmalige uitgave, die bovendien niet veel voorstelt aangezien veel toestellen voor weinig geld te koop zijn. Belkosten worden echter maand na maand na maand afgeschreven. Wie goed de verschillende aanbieders en verschillende mogelijkheden vergelijkt, kan tientallen euro’s per maand besparen.
Maar Orange, KPN, Vodafone, Telfort, Tele2, Debitel, T-Mobile en Albert Heijn hebben het niet makkelijk gemaakt: door afwijkende abonnementsvormen, speciale kortingen en unieke extra’s belanden consumenten al gauw in een oerwoud van tarieven en een jungle aan keuzemogelijkheden. Zoiets als een prijs per kilo of per liter is bij mobiel bellen nog niet ingeburgerd.
Negen tips voor wie bewuster en goedkoper wil bellen.
Tip 1: Achterhaal het ‘beltype’
Consumenten doen er goed aan allereerst te bepalen wat voor beller ze zijn. Wie heel goedkoop wil bellen, doet er goed aan zijn oude mobiel een paar jaar langer te gebruiken. Dat scheelt minstens de helft van de belkosten per minuut. Wie een nieuwe, hippe telefoon wil, ja, die betaalt automatisch meer centen per minuut. Wel kunnen deze bellers hun telefoon voor bijna niks krijgen, mits hij of zij een tweejarig abonnement afsluit dat zo’n 30 à 40 euro per maand kost.
Wie bijna nooit belt, kan beter een prepaid-toestel nemen. Dan betaalt de beller een bedrag vooraf, waarvan de gesprekskosten worden afgeschreven. Belt de prepaideigenaar een paar maanden niet, dan wordt ook niks in rekening gebracht.
De veelbeller doet er verstandig aan belminuten in bulk in te kopen via een abonnement: de zogenoemde belvoorraden of belbundels. Gebruikt de beller niet alle minuten, dan is hij wel het geld kwijt.
Wie veel sms-berichten verstuurt, kiest voor de belaanbieders die sms-bundels verkopen (Vodafone, KPN, Telfort, T-Mobile). De prijs per bericht scheelt gauw 8 tot 12 cent per sms’je.
Tip 2: Vraag uw belgedrag op
Wie eenmaal mobiel belt, gaat steeds meer bellen. Vaak beginnen consumenten hun mobiele carrière met een prepaidtoestel of ze hebben een abonnement met een lage voorraad belminuten. Op zich verstandig, maar in dat laatste geval is het heel duur om meer dan een uur per maand te bellen – en in het geval van prepaid: als voor meer dan 12 euro per maand wordt gebeld, is het goedkoper een abonnement te nemen.
Een prepaid-belminuut kost namelijk gemiddeld 35 cent, een stuk meer dan een minuut bellen via een abonnement (gemiddeld 20 cent). En een belminuut buiten de belbundel of minutenvoorraad is meestal weer een stuk duurder dan die daarbinnen
Wie veel gaat bellen, kan beter overstappen van prepaid naar een abonnement of zijn minutenvoorraad verhogen. Hoe meer minuten de beller inkoopt, hoe lager de kosten per minuut. Belangrijk is te weten hoeveel minuten er per maand wordt gebeld. Dat is op te vragen bij de provider. Denk eraan dat van een belbundel alleen de in Nederland verbelde minuten af gaan (uitzondering MobielPlus van KPN en Free van Orange, daar gaat alles van de maandelijkse abonnementskosten af).
Alle belbedrijven bieden gratis de mogelijkheid de belbundel te verhogen, zonder dat de abonnementstermijn wordt verlengd. Overstappen naar een lagere minutenvoorraad kan alleen bij Orange en Vodafone één keer kosteloos. Bij andere aanbieders kost het geld of kan het niet.
Tip 3: Contractvrij? Onderneem actie!
Niks doen nadat het belcontract is verlopen (na een of twee jaar) is sowieso niet verstandig. Dan worden tientallen zo niet honderden euro’s voordeel misgelopen. Er zijn twee opties: een nieuwe mobiel voor weinig geld in de wacht slepen of veel goedkoper bellen.
Nieuwe mobiel nodig? Vergelijk de deals die de verschillende belbedrijven aanbieden. Zo geven vooral de kleine providers (Orange en T-Mobile) fantastische kortingen op toestellen, zonder daaraan al te hoge abonnementskosten te verbinden. KPN en Vodafone bieden slechts mondjesmaat goedkope toestellen. Ze geven bovendien minder toestelkorting aan bestaande abonnees dan aan nieuwe.
Geen nieuw toestel nodig? Dan zijn sim-only- of cashback-abonnementen aanraders. Dat kan de helft tot tweederde van de belkosten per maand schelen. Een sim-only-abonnement is verkrijgbaar bij providers als T-Mobile, Debitel, Telfort en Hi van KPN. Zij geven de beller alleen een sim-kaart geen telefoon. De beller heeft een eigen toestel waar hij de sim-kaart in stopt.
Cashback-abonnementen zijn te vinden op internet (op de sites gsmweb.nl, gratis-gsm.nl, gratisgsm-abonnement.nl of gsm.nl). Deze websites geven de kortingen die consumenten normaal gesproken op een nieuw toestel krijgen direct terug aan de beller. Op deze websites zijn ook abonnementen met hoge kortingen op nieuwe telefoons te vinden (soms zelfs met gratis dvd-speler). Wees niet bevreesd, maar profiteer van deze superkortingen. Wel opletten of het toestel voor elk netwerk geschikt is.
Tip 4: Het is oorlog, profiteer ervan
De kleintjes Orange, Telfort en T-Mobile hebben besloten keihard de concurrentie aan te gaan met marktleiders Vodafone en KPN. De moeders van Orange en T-Mobile, respectievelijk France Telecom en Deutsche Telekom, zijn de KPN’s van Frankrijk en Duitsland. Deze bedrijven zijn bereid veel geld te steken in het veroveren van een plek in Nederland. Telfort is een zelfstandige provider die in plaats van hoge kortingen op toestellen heel lage beltarieven biedt.
Overstappen van de ene naar de andere aanbieder heeft dan ook zin. De netwerken zijn nagenoeg even goed, dus slechte bereikbaarheid en lage belkwaliteit zijn bij de kleine aanbieders verleden tijd. Deze aanbieders zijn echter wel zeer goedkoop. En ze bieden fantastische extra voordelen. Gratis kaartjes voor het concert van Marco Borsato, geen aansluitkosten, noem maar op.
Tip 5: Zeg op tijd op
Overstappen naar een andere aanbieder is redelijk simpel. Houd rekening met een opzegtermijn van drie maanden bij de huidige aanbieder. En met aansluitkosten van rond de 50 euro. Of het contract verlopen is (na een of twee jaar), is op te vragen bij de provider. Zeg drie maanden voor het aflopen van het contract de overeenkomst met de oude provider op.
Sluit twee à drie weken voor het aflopen van het contract een overeenkomst met een andere provider. Vraag de nieuwe aanbieder om het oude telefoonnummer over te zetten. Die regelt dat binnen twee weken. Wie haast heeft, en geen drie maanden wil wachten op een nieuw toestel, is gedwongen drie maanden lang dubbele abonnementskosten te betalen. Tenzij er wordt overgestapt naar Orange. Orange staat, ook bij abonnementen, toe dat bellers hun maandtegoed eindeloos opsparen. Blijf in dat geval gedurende die drie maanden gewoon met de oude provider bellen. Het Orange-tegoed wordt in die periode opgespaard.
Tip 6: Kies het voordeligste abonnement
Tarieven vergelijken is lastig. De tarieftabellen geven een idee welke aanbieders goedkoop zijn (T-Mobile en Telfort) en welke duur (MobielPlus van KPN). Om precies te weten welk abonnement het voordeligst is, kunnen bellers de belwijzers invullen op de websites van de mobiele-telefonieaanbieders. Wie onafhankelijk advies wil, vult de belwijzer in op www.bellen.com van Ben Woldring of neemt een paar telefoonrekeningen mee naar belwinkels als Belcompany en T for Telecom.
In het algemeen geldt: prepaid is duurder dan abonnement en hoe hoger de belvoorraad van het abonnement, hoe lager de prijs per belminuut. Prepaid heeft als nadeel dat bellen en sms’en in het buitenland lastig is. Bovendien ligt de minuutprijs hoger en krijgen prepaidbellers minder korting op een toestel.
Nadeel van een abonnement: de beller zit minstens een jaar vast aan dezelfde aanbieder en heeft een opzegtermijn van drie maanden. Wie heel onregelmatig belt, kan beter geen abonnement kiezen met een bundel belminuten, maar een abonnement waarbij abonnementskosten en minuutprijzen apart worden afgerekend (Vodafone en KPN bieden zo’n abonnement). Dan zijn de vaste lasten lager, maar de minuutprijzen hoger.
Abonnees die meer willen dan bellen alleen, hebben nog meer werk om de goedkoopste provider te kiezen. Zo verschilt internetten tussen de aanbieders sterk in prijs. En zijn sms-berichten bij het ene belbedrijf veel goedkoper dan bij het andere Als regel geldt: KPN is duur, Vodafone en Orange tamelijk duur en T-Mobile en Telfort zijn goedkoop.
Tip 7: Pas op met bellen in het buitenland
Mobiel bellen in het buitenland is duur. De tarieven verschillen per land en per netwerk. Deze tarieven zijn op te vragen op de website van het mobiele-belbedrijf. In de handleiding van de mobiele telefoon staat hoe zelf het netwerk te kiezen waarmee in het vakantieland wordt gebeld. Dit kan veel geld schelen.
Gebeld worden in het buitenland kost geld. De ontvanger betaalt het tarief van de Nederlandse grens tot in het vakantieland. Degene die belt, kan immers niet weten dat de gebelde zich in een ander land bevindt en hoeft dus niet voor de kosten op te draaien.
Voicemail afluisteren is in het buitenland peperduur. De gebelde betaalt drie keer het normale tarief voor bellen van Nederland naar het vakantieland. Bel dus voor de vakantie of zakenreis de provider en laat de voicemail uitzetten. Sms’en is ook duurder in het buitenland, maar veel goedkoper dan bellen. Sms dat u goed bent aangekomen, dat scheelt veel geld.
Tip 8: Kies een goed toestel
Belangrijkste vraag bij een nieuw toestel: hoe lang houdt de batterij het vol? Dat kan enorm verschillen: van 40 uur tot 350 uur. Niks is irritanter dan een mobiel die telkens ‘op’ is. Bedenk daarnaast: hoe meer een toestel kan, hoe meer energie het toestel verbruikt. Een kleurenscherm verbruikt meer energie dan een zwart-witscherm. Foto’s maken, foto’s verzenden, internetten: het vreet energie.
Toch zijn er nieuwe toestellen met kleurenschermen en fototoestel die verrassend lang meegaan. Informeren bij de winkel dus.
Tip 9: Beveilig het toestel
Is het toestel zoek of gestolen, laat dan onmiddellijk de sim-kaart blokkeren. Bel daarvoor de provider. Doe aangifte bij de politie. Opsporing gaat makkelijker als de unieke IMEI-code van het toestel bekend is. De politie heeft op internet een database waar consumenten met behulp van de IMEI-code kunnen controleren of het toestel gevonden is. Deze IMEI-code is te vinden in het toestel onder de batterij.
Ook verschijnt de code in het scherm als *#06# wordt ingetoetst. Schrijf dit nummer op en bewaar het goed. De politie heeft deze cijfers nodig om de dief het bellen onmogelijk te maken via een sms-bombardement. Toestellen kunnen voor dieven compleet waardeloos worden gemaakt door de YUNU-code te activeren (Your Unique Number).
Is deze code geactiveerd dan kan het toestel alleen worden gebruikt met sim-kaart van de eigenaar. Dat is dus wat anders dan de pincode van de sim-kaart. Daarmee wordt voorkomen dat de dief op andermans kosten kan bellen. De YUNU-code voorkomt dat het toestel ooit nog met een andere sim-kaart is te gebruiken. Hoe de toestelblokkering kan worden geactiveerd, is te vinden in de handleiding van het toestel en op www.yunu-imei.nl.
Wie zijn toestel verliest terwijl het abonnementscontract nog loopt, zit met de gebakken peren. Voor een nieuw toestel betaalt hij of zij de volle mep; geen kortingen deze keer. Wellicht ligt er nog een oude mobiel in de la. Of koop een tweedehandsmobiel op internet (op www.marktplaats.nl bijvoorbeeld). En wacht tot het contract is verlopen.
Door Marike Stellinga
Dit artikel is eerder geplaatst in Elsevier 8, 21 februari 2004
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement