woensdag 8 februari 2012

Gezin

Joggen helpt tegen het mokken

donderdag 28 oktober 2004 11:43

Bewegen is voor ieder mens heel goed, maar met name voor depressiepatiënten die nauwelijks nog uit hun stoel kunnen komen. Nieuwe methode: joggingtherapie.

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: bewegen is goed voor een mens. Kijk alleen al naar wat het doet met het lichaam. Bewegen bevordert doorbloeding van de longen waardoor de zuurstofvoorziening van het hele lichaam verbetert. Het versterkt het hart, dat efficiënter gaat werken waardoor de polsslag en bloeddruk dalen. Het bloed wordt dunner en het (slechte) LDL-cholesterol daalt, waardoor aderen minder snel dichtslibben.

Bewegen maakt de lichaamscellen gevoeliger voor insuline waardoor de kans op ouderdomssuikerziekte daalt. Het versterkt het afweersysteem omdat er meer witte bloedcellen worden aangemaakt die bovendien agressiever optreden tegen kankercellen en ziekteverwekkers. Het houdt de spiercellen gezond en goed doorbloed, waardoor de natuurlijke afname van de spieren wordt geremd. Het maakt ook de zenuwgeleiding efficiënter, wat de reflexen scherp houdt. Het versterkt de botten en vertraagt de natuurlijke botafbraak op oudere leeftijd.

Joggen op het strand

Geest
Maar niet alleen het lichaam heeft baat bij beweging. Ook de geest vaart er wel bij. Dankzij de verbetering van de doorbloeding ontvangen de hersenen twee keer zoveel zuurstof. Daardoor nemen de helderheid en het denkvermogen toe. Bovendien is de afgelopen twintig jaar in vele onderzoeken aangetoond dat beweging bij mensen prettige gevoelens als geluk, euforie, rust en levenslust kan opwekken. Sterker nog: regelmatig bewegen, zeg iedere dag een klein uurtje stevig wandelen, fietsen, joggen of zelfs hardlopen, blijkt goed te helpen tegen stress en depressie.

Hoe dat komt, is nog lang niet duidelijk. In het blad Monitor van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, neemt neurochemicus Durk Fekkes recente onderzoeksliteratuur over depressie en beweging onder de loep. Er zijn studies die aantonen dat het lichaam tijdens sporten zogeheten endogene opiaten aanmaakt. Dit zijn lichaamseigen stoffen die de pijndrempel verhogen en de stemming verbeteren. Ze zorgen ervoor dat bijvoorbeeld marathonlopers, zoals dat heet, ‘door hun pijngrens kunnen gaan’.

Verder is aangetoond dat na een lichamelijke training stoffen als bèta-endorfinen, corticotrofine releasing hormone (CRH) en cortisol in verhoogde concentraties in het bloed aanwezig zijn. Bèta-endorfinen verhogen langdurig de tolerantie voor pijn. Cortisol is een van de belangrijkste stresshormonen en zorgt voor het mobiliseren van lichamelijke reserves. In recent onderzoek is bij sporten en beweging verder ook de aanwezigheid van neurotrofe stoffen aangetoond. Deze voeden de hersenen en zijn van groot belang voor de overleving van zenuwcellen. Van een van deze neurotrofe stoffen staat vast dat die ook ontstaat na het slikken van antidepressiva.

Uit onderzoek met gestresste ratjes blijkt bovendien dat door lichamelijke activiteit bepaalde serotoninereceptoren in hun hersenen veranderden. Dit had een gunstig effect op hun stressreactie. Serotonine is een stof in de hersenen die betrokken is bij een hele reeks processen, waaronder honger, stemming, agressie, angst, geheugen en slaap. Een onbalans in de serotoninehuishouding lijkt een rol te spelen bij allerlei psychiatrische stoornissen, waaronder depressie.

Voldoening
Maar deze biochemische veranderingen in het lichaam alleen verklaren niet waarom de stemming na een fikse fiets- of looptocht zo kan verbeteren. Deskundigen denken dat het ook veel te maken heeft met psychologische factoren. Een daarvan is de voldoening om iets te presteren. Dat wil zeggen: een grote uitdaging aangaan (bijvoorbeeld: ik ga mezelf lichamelijk gezond en geestelijk sterk maken) en deze volbrengen. Depressieve patiënten worstelen immers vaak met een gevoel van incompetentie. Ze voelen zich waardeloos.

Joggen

Daarnaast geeft intensieve beweging meestal zoveel afleiding, dat het getob tijdelijk opzij gezet wordt. Tijdens het bewegen is het hoofd even ‘leeg’. Dat is op zich al heel goed voor depressiepatiënten die geneigd zijn dag en nacht te piekeren. Iedere goede behandelaar zal zijn depressieve patiënten tegenwoordig aanraden dagelijks de deur uit te gaan voor een wandeling, fietstocht, eindje joggen of welke vorm van beweging ze ook maar willen.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Depressieve mensen zijn juist moe en lusteloos en nauwelijks in staat om in actie te komen. Zeker niet als ze dat uit eigen beweging moeten doen. Daarom worden de depressieve patiënten van de afdeling psychiatrie van Erasmus MC sinds een halfjaar aangemoedigd om onder leiding van een psychomotorisch therapeute ‘joggingtherapie’ te volgen in het Euromastpark. Met een zeer gemêleerde groep van jonge en oude, ernstige en minder ernstige depressiepatiënten trekt zij eropuit om, ieder in zijn eigen tempo, afwisselend te lopen en te joggen.

In het begin voelen de patiënten meestal weinig voor deze therapie omdat ze denken het niet op te kunnen brengen. Maar al na een paar keer verbetert de lichamelijke en geestelijke conditie aanmerkelijk en raken ze meer gemotiveerd. Ze slapen beter, waardoor het gevoel van uitputting afneemt. De interesse in hun omgeving keert terug. Ze genieten ervan buiten te zijn in plaats van de hele dag binnen op een stoel te hangen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Elsevier 36, 4 september 2004

Tags


advertentie