donderdag 9 februari 2012

Gezin

Optimistische mensen leven langer

donderdag 23 juni 2005 15:51

Goed nieuws voor mensen met een zonnige kijk op het leven. Niet alleen zullen zij zich over het algemeen prettiger voelen dan hun zwartgallige leeftijdgenoten, ook is er een grote kans dat zij hen zullen overleven. Uit een Nederlands onderzoek onder circa duizend mensen tussen de 65 en 85 jaar blijkt namelijk dat optimisten gemiddeld langer leven dan pessimisten.

Het onderzoek was oorspronkelijk opgezet door de afdeling Humane Voeding van de Wageningen Universiteit om te bekijken hoe eetgewoonten van ouderen van invloed zijn op hun gezondheid. Ongeveer duizend mensen uit Arnhem werden dertien jaar geleden medisch onderzocht. Zij vulden ook een uitgebreide vragenlijst in over onder meer hun eetgewoonten. Enkele vragen hadden betrekking op hun kijk op het leven, hun stemming en hun toekomstverwachtingen.

Een zonnige kijk op het leven loont
Een zonnige kijk op het leven loont
Vervolgens werden de proefpersonen negen jaar lang gevolgd om te bekijken hoe het hen verder verging. In die periode overleed de helft van de mannen en een derde van de vrouwen. De psychiater Frans Zitman (hoogleraar en hoofd van de afdeling psychiatrie van het Leids Universitair Medisch Centrum) en Erik Giltay (als arts-assistent verbonden aan psychiatrisch centrum GGZ Delfland in Delft) gebruikten de verzamelde gegevens om te bekijken of een optimistische instelling van invloed is op de levensduur. En ja, er blijkt een sterk verband tussen de twee te zijn.

Toekomstplannen
Van de optimistische mannen was na negen jaar nog 65 procent in leven, van de pessimistische mannen daarentegen slechts 40 procent. Bij de vrouwen leefde na negen jaar 70 procent van de optimisten en maar 50 procent van de pessimisten. Vooral de mannen en vrouwen die nog allerlei doelen en toekomstplannen hadden, bleek een langer leven beschoren.

De vraag die natuurlijk onmiddellijk bij de onderzoekers opkwam, was waarom er zo’n sterke relatie is tussen optimisme en levensduur. Komt het misschien omdat optimisten gezonder leven dan pessimisten? Roken en drinken zij minder? Bewegen ze meer? Eten ze beter? Zijn ze welvarender? Maar zelfs als de gegevens hierop gecorrigeerd werden, bleef het lijnrechte verband overeind. De langere levensduur werd echt veroorzaakt door de zonnigere kijk op het leven en niets anders. 'Sterker nog,' zegt Erik Giltay, 'optimisme blijkt net zo'n beschermend effect op de gezondheid te hebben als niet roken, veel bewegen en een goed gewicht handhaven.'

Optimisten leven langer, luidde dus de harde conclusie die zij november 2004 publiceerden in het internationale vakblad Archives of General Psychiatry. De onderzoekers tonen zich nog steeds ietwat verbaasd over de frappante uitkomst. 'De samenhang was veel sterker dan ik had verwacht,' zegt Zitman. 'Het is al langer bekend dat ernstige vormen van angst, verdriet en neerslachtigheid het leven kunnen bekorten. Maar ik had niet verwacht dat het bezien van de werkelijkheid door een roze bril omgekeerd ook zo’n sterke invloed op de levensduur zou hebben. Het gaat immers om een karaktertrek die veel mensen hebben.'

Onderscheid
Wat is optimisme eigenlijk? Volgens Van Dale is het de 'neiging om alles van de beste zijde te beschouwen'. Voor wetenschappers is deze definitie iets te algemeen. Zij maken onderscheid tussen dispositional optimism, de algemene verwachting dat gebeurtenissen goed zullen aflopen, en explanatory style optimism, de neiging om de eigen rol in gebeurtenissen als positief en stabiel te waarderen. Het onderzoek van de wetenschappers Zitman en Giltay en hun team ging over de eerste, meer toekomstgerichte vorm van optimisme.

Wie zijn de optimisten onder ons? Veel is daar niet over bekend. Een zonnige aard komt in gelijke mate voor bij mannen en vrouwen. Maar hoeveel mensen optimistisch of pessimistisch zijn, is volgens Giltay moeilijk te zeggen, omdat die begrippen nog onvoldoende duidelijk zijn afgebakend. Voor hun eigen onderzoek keken ze daarom naar de meest uitgesproken mensen aan beide zijden van het spectrum.

Valt optimisme aan te leren? Hierover zijn beide heren somber. Erik Giltay: 'Alles wijst erop dat optimisme een persoonlijkheidskenmerk is. Je bent het of je bent het niet. Het is een vrij constante karaktertrek die niet makkelijk onderuit gehaald wordt door tegenslagen. Hooguit daalt het een beetje als iemand bijvoorbeeld chronisch ziek is.' Uit tweelingonderzoek blijkt bovendien dat het in de familie zit. Giltay: 'Eeneiige tweelingen komen in dit opzicht meer overeen dan twee-eiige tweelingen, wat erop wijst dat optimisme in elk geval ten dele erfelijk is.'

Therapie
Volgens Frans Zitman kunnen pessimistische mensen met behulp van therapie wel leren om hun eigen rol in levensgebeurtenissen positiever te waarderen (explanatory style optimism). Maar of ze ook kunnen leren om hun toekomst zonniger in te zien (dispositional optimism), is twijfelachtig.

De vraag is ook of het wel wenselijk is dat iedereen onder alle omstandigheden optimistisch blijft. Zitman: 'We moeten de waarde optimisme niet overdrijven, want dan wordt het een soort gesel. Er zijn nu eenmaal situaties in het leven die pessimistisch stemmen. Soms zijn mensen beter af als ze gewoon somber mogen zijn.'

Eerder gepubliceerd in Esevier

 

 

Tags


advertentie