donderdag 9 februari 2012

Tags

Weekblad

Zangeres Lenny Kuhr: 'Het mooiste liedje moet nog worden geschreven'

zaterdag 4 april 2009 09:56

Zangeres Lenny Kuhr won veertig jaar geleden het songfestival. Ze heeft een heel eigen genre, met Nederlandse liedjes, en een eigen trouw publiek. Voor haar is zingen een noodzaak. Maar het moet wel ergens over gaan. Haar stem is nu beter dan ooit. Hoe ze liedjes schrijft? 'Er zijn periodes dat ik echt in een flow ben.'

Denk je aan Lenny Kuhr, dan denk je aan De troubadour, met dat lekkere meezingrefrein, gezongen zoals alleen Lenny Kuhr met die warme, diepe stem dat kan. Met dat lied won ze veertig jaar geleden, op 29 maart 1969, het Eurovisie Songfestival.

Een meis je met veel lang haar, een gitaar en een liedje, waarvan ze de muziek zelf had geschreven.

En ze zingt het nog steeds. Maar meer dan dat: ze treedt ook op met chansons geïnspireerd door Schubertliederen, en door de weemoedige Portugese fado. Altijd Nederlandse teksten. Haar laatste cd, van 2007, heet 40 jaar verliefd en is een liveopname van veertig liedjes uit haar oeuvre. Ook oude liedjes zingt ze graag. 'Die krijgen toch steeds een nieuw aspect.'

Iets meisjesachtigs heeft ze gehouden.

En Kuhr heeft een eigen niche gevonden: ze wil met haar liedjes een bepaalde stemming overbrengen.

Kuhr (59) woont met haar man Rob Frank in een klein dorpje bij Eindhoven, de stad waar ze opgroeide.

Daar houden ze kantoor aan huis, wat weleens een beetje vreemd is, zegt de zangeres. 'Want dan hangt er een poster van mij, en ik ben er zelf ook.'

Lenny Kuhr was een dromerig meisje, bezeten van muziek. Had ze toen dat songfestival niet gewonnen, dan was ze toch wel gaan zingen. 'Ik kom uit een kunstenaarsfamilie.

Niet dat burgerlijke, maar met een wat grotere visie. Ik heb de drang tot scheppen meegekregen, dat je iets wilt maken, iets uitdrukken wat er nog niet is. Je wilt het ultieme maken. Ik wilde heel vroeg al iets met muziek en speelde blokfluit, dat vind ik nog steeds prachtig, maar er was een enge sfeer bij die leraar, zo'n donker kamertje. Ik had altijd een beetje buikpijn als ik naar die man toe moest.

'Toen ik tien werd, kreeg ik een gitaar.

Dat was echt het summum, want we waren thuis helemaal niet well to do, het was echt een arbeidersgezin met alles wat je je daarbij kunt voorstellen. Mijn vader moest extra werken om zich dingen te kunnen veroorloven.

Die gitaar is het mooiste cadeau dat ik ooit heb gekregen.' Zingen was voor haar geen keuze, maar een noodzaak. 'Iets wat ik móest doen. In wat je zingt, kun je dan wel keuzes maken. Ik zou bijvoorbeeld nooit een smartlap kunnen zingen. Dat is heel moeilijk, want daar moet je echt in geloven. Als je dat niet doet, werkt het niet.'

Kuhr weet nog goed hoe ze met haar oor op die gitaar gedrukt een akkoord aansloeg en dan een wereld van abstract geluid hoorde.

'Die gitaren waren toen niet zo goed als nu, het hout was dunner, een beetje triplexachtig.

Dan hoorde je echt een wereld van klank. Ik dacht: daar komen alle liedjes vandaan.'

In diezelfde tijd vond Kuhr haar stem.

Dat kan ze zich nog glashelder herinneren.

'Ik luisterde naar Edith Piaf en Mahalia Jackson, dat vond ik geweldig, al verstond ik geen Engels. Ik had Jackson een keer bij de buren op de televisie gezien, want die hadden wij toen nog niet. Ze zong een gospel en ik dacht, wow, zo kun je dus ook zingen! Ik probeerde haar liedjes te zingen met mijn kinderstem, en op een gegeven moment was ik op mijn kamertje aan het zingen en ineens had ik een diepe stem, er ging echt een register open. Ik besefte: ik kan het! Ongelooflijk! Dat was bijna een spirituele ervaring, alsof je ineens door een venster kijkt naar een wereld die je niet had vermoed. Wat ik dus te gek vind, is als mensen zich in iets verliezen. Als je als het ware boven de vorm uitgaat. Dat dat kan, is gewoon goddelijk.'

Kuhr treedt nog steeds drie keer per week op. Aan routine heeft ze geen hekel, het helpt haar juist. 'Als je iets vaak doet, kun je je door die routine super concentreren op wat je doet. Ik luister graag naar klassieke muziek.

Bach, Beethoven, Schuberts Winterreise. Ik heb nu naast mijn programma 40 jaar verliefd ook Schubert en ander moois. Daarin zitten liedjes van Jules de Corte en dat zijn vaak lappen van teksten.

De eerste keren dat je dat zingt, moet je goed nadenken.

Maar als je je zeker voelt over wat je doet, kun je boven de stof uitstijgen. Dan vlieg je. En in de muziek moet je een zeker niveau bereiken dat boven de rede uitgaat. Dat lukt niet de hele avond, maar soms zijn er van die momenten. Als dat gebeurt – daar gaat het om.'

Die lange teksten leert de zangeres uit haar hoofd. Spiekbriefjes gebruikt ze niet.

'Dan ga je echt de mist in, dat heb ik weleens gehad. Je kunt je maar beter vergissen en dan maar hopen dat je eruit komt. Ik had het laatst, zong de verkeerde regel. Je raakt dan niet in paniek, maar denkt alleen: hoe kom ik hier weer uit. Als er briefjes liggen, ga je toch naar de tekst loeren.'

Een muziekband gebruikt ze ook niet. Ze treedt op met vaste begeleiders. 'Heel veel artiesten treden op met een geluidsband. Dat heb ik me ook weleens laten opdringen. Maar ik dacht: wat doe ik die mensen in de zaal aan? Je draait een soort kunstje af. Elke avond hetzelfde. Het heeft niets met muziek te maken.

Live met echte instrumenten dwingt veel meer af: dan luisteren mensen beter.' Schnabbelen, dat is ook niks voor Lenny Kuhr. 'Daar ga je aan kapot. Ik treed weleens op voor een gezelschap, maar dan op mijn eigen voorwaarden.

Ik doe ook niks anders dan liedjes zingen uit mijn eigen repertoire.'

De materie boeit Lenny Kuhr eigenlijk niet zo. Ze is puur natuur en heeft grote belangstelling voor het spirituele. Dat was altijd al zo. Toen ze op haar negentiende van Eindhoven naar Amsterdam kwam, nam de vrouw van haar manager Nico Knapper, de Franse Jeanine, haar onder haar hoede. 'Ik was helemaal niet modisch, kinderen weten nu precies wat je wel en niet moet aantrekken. Er was natuurlijk ook niet zo veel, vroeger, maar ik was er ook niet mee bezig. Ik zat zo in de muziek. Jeanine nam me mee naar kapper Loek Limburg, daar kreeg ik een coupe soleil.

Het rook daar zo lekker, met die luxegeuren allemaal, dat vond ik zo bijzonder.

'We gingen ook samen de stad in voor kleren, naar Rodier, naar Pauw, waar ik nu nog mijn jasjes koop. Daar ben ik me veel bewuster geworden van mijn uiterlijk en wat je ermee kunt doen.' Maar uiterlijkheden, dat is het niet voor Kuhr. Zij kijkt liever naar de geest. 'Het gaat erom dat je je verlangen van egoïstisch in altruïstisch kunt veranderen. We zitten in een tijdperk waarin het egoïsme van de mens tot het uiterste is geprikkeld, het verlangen ook. We kunnen er niks aan doen dat we verlangen, maar het materiële verlangen vervult niet. Misschien heeft de wal het schip gekeerd, door de crisis, dat zou wel goed zijn. Ik zag als kind al dat het hem niet zit in materialisme. Dat is maar zo'n kortstondige vervulling. Ik hou meer van iets wat boven de trends uitgaat. In mijn muziek voel je de tijdgeest ook niet zo. Ik voel me bekneld in te trendy, ik wil de ruimte voelen. Dat heb ik altijd al gehad.'

Het verlangen naar spullen, naar bezit, heeft Kuhr dan wellicht niet, het verlangen naar iets spiritueels des te meer. 'Verlangen is onze essentie. Dat is ook goed, want dan kun je je verbinden met iets hogers in jezelf, en zo ontwikkel je je. Waar we naar verlangen? Ik denk dat onze diepste wens is dat we één worden, als mensheid.'

Toen Kuhr voor de eerste keer trouwde, met de joodse arts Gideon Bialystock, raakte ze dieper geïnteresseerd in het joodse geloof.

Het was voor haar ondenkbaar dat hun kinderen niet joods zouden zijn en ook zij werd joods. 'Met het jodendom voel ik affiniteit, het spreekt me aan omdat het godsbeeld abstract is. Ik zie God als een kracht die in ons is. Ik vind het vragen stellen ook mooi.

Waarom is dit? Zo ga je steeds meer naar het essentiële toe. We gaan af en toe naar de synagoge.

Ik word ook helemaal opgenomen door de gemeenschap, al ben ik niet uit joodse ouders geboren. Ik ben fan van de kabbala, de weg der correctie. Maar dan niet die Amerikaanse variant van Madonna.

Ik loop ook niet met zo'n rood bandje. Allemaal flauwekul.'

Kuhrs beide dochters uit haar eerste huwelijk wonen in Israël. Ze gaat er vaak heen.

Een interessant land. 'Tel Aviv is zo'n bijzondere, doorleefde stad. Soms is er hoop, en soms helemaal niet. Ik denk weleens dat mensen dingen daar versneld doormaken. Het is net of alles wat er in de wereld gebeurt, zich daar centraal afspeelt.

Wij hebben nu te maken met de angst voor terrorisme – daar is dat al lang zo.'

In een van haar liedjes zingt Kuhr: 'Als je niet luistert naar je ziel, dan ga je dood.' Voor haar is spiritualiteit een noodzaak.

'Dat zit er bij mensen gewoon in. Als je die laag niet aanspreekt, krijg je misschien een depressie. Mijn publiek bestaat voor een deel uit vrouwen van tussen de veertig en de zestig die bezig zijn uit allerlei beperkingen te komen.' Tot Kuhrs vreugde en verbazing heeft ze ook een heel trouw clubje kinderen dat haar concerten bezoekt. 'Ja, dat snap ik ook niet goed. Die kennen alles uit hun hoofd.

Ze zijn een jaar of elf, twaalf nu. Die komen dan naar mijn concerten en dan zitten die ouders er braaf naast.'

Muziek speelt een grote rol in de zoektocht naar iets beters, want muziek brengt harmonie. Kuhr kan zich nog herinneren hoe ze vroeger gitaar speelde in een mandolineorkest, en wat voor gevoel het gaf als het plotseling ook echt mooi klonk. 'Dat gun ik ieder kind. Dat doet iets met je.

'Ik schrijf mijn liedjes zelf, maar de teksten komen vaak van anderen. Mijn tweede geliefde, Herman Pieter de Boer, schreef heel mooie teksten. En Rob is er ook heel goed in.

Die kan prachtige teksten schrijven. De muziek is altijd paraat bij mij. Soms loop ik rond met wat regels in mijn hoofd. Er zijn periodes dat ik echt in een flow ben, dan ben ik niet te stoppen en zou elke dag wel een lied kunnen maken. Soms doe ik dat ook. Dat kan wel maanden duren. Hoe dat gaat, is een intiem proces. Ik hoor al iets en probeer dan te vangen wat ik hoor. Iets is je voor. Ik denk nooit: ik kan het niet meer. Dat vertrouwen heb ik in de loop der jaren ontwikkeld. Ik weet wel dat het komt: er is een tijd van absorberen, en een tijd van expressie.'

Muziek is voor Kuhr ook helend geweest.

Haar privéleven was soms turbulent, maar ook in haar loopbaan heeft ze tegenslagen gekend. In 1993 verloor ze plotseling haar stem. Ze kon geen klinkers meer uitspreken, er was geen ontsluiting van het strottenhoofd, haar stem was alle kracht kwijt. Zingen kon niet meer en gitaarspelen ook niet, dat was daarmee te veel verbonden. Het herstelproces duurde lang. 'Ik dacht wel dat het hoe dan ook goed zou komen. Maar in het begin wilde ik alleen maar mijn stem terug. 's Nachts stond ik op om te kijken of het een boze droom was geweest, dan probeerde ik mijn stemgeluid, oefende ik of ik die klanken kon maken. Dat was heel zielig voor mij. Je wordt totaal gedeprogrammeerd. De constructie van wie je denkt te zijn, valt uit elkaar. Daar bleef niets van over. Ik wist zeker dat ik nooit meer zou zingen. Ik kon wel wat zeggen, maar heel moeizaam. Alles werd teruggebracht tot het essentiële. Je ziet wat allemaal overbodig is.

'Toen er wat terugkwam, dacht ik: dit is wat ik heb en dat beschouw ik als honderd procent. In die beperking probeerde ik een soort volwaardigheid te zien. Ik trad wel weer op, maar met een andere stem, lichter, breekbaar.'

Haar stem is weer hersteld. 'Ik ben zangtechnisch op mijn best, dat had ik nooit kunnen denken. Ik draai mijn hand er niet voor om, ik sta op en ik kan zingen. Het is een natuurlijk proces, ik doe er geeneens oefe ningen voor. Misschien komt dat wel omdat ik die stem zo lang heb gemist.'

Muziek speelt een grote rol in het leven van Lenny Kuhr, maar mannen ook. Over haar exen spreekt ze met liefde. 'Ik denk dat je soms mensen tegenkomt in je leven met wie je echt een ontmoeting hebt. Ik was heel erg gek op mijn eerste man, Gideon. Hij is de vader van mijn kinderen en daar ben ik heel blij om. Ik wist ook dat hij dat zou zijn. Ik heb een keer een liedje geschreven dat heet: En ik hield van de man die je had moeten zijn.

Op een gegeven moment liep ik tegen een muur aan en dat heeft die scheiding veroorzaakt.

Voor iedereen traumatisch, maar nochtans heb ik er geen spijt van.'

Kuhrs relatie met schrijver Herman Pieter de Boer draaide vooral om woorden. 'Ik had nog nooit iemand ontmoet die zo in overgave leefde met zijn kunst. Het was gewoon geweldig om altijd te kunnen praten over woorden, over wat er achter een tekst zit. Ik had met hem echt een artistieke band, we inspireerden elkaar. We praatten samen over dingen die ons bezielden, er zijn tijden geweest dat we woorden op de muur schreven, dat je echt leefde met het gevoel van een lied dat er nog niet was, maar zeker zou komen. Dingen die ineens in ons opkwamen, schreven we op de muur, en dan hoorde ik hem 's nachts tikken. Een geluksgevoel.

Herman kon over een woord spreken of het een engel was. Dat heeft toch ook twaalf jaar geduurd.'

Bijna zes jaar is Lenny Kuhr getrouwd met Rob Frank, die goed voor haar zorgt, aandringt dat ze wat eet – 'anders krijg je de hongerklop' – steeds vraagt of ze iets wil drinken. 'Rob kwam na een periode dat ik zo veel had meegemaakt. Voor mij was het een geschenk uit de hemel. Zo vanzelfsprekend, zo eenvoudig. Er waren helemaal geen moeilijke dingen of zo, geen hoogstaande gesprekken, hij ging lekker voor me koken en we gingen fietsen, en er was een gevoel dat ik mijn hoofd wel op zijn borst wilde leggen.

Iemand die ik kon vertrouwen. Het is alsof we altijd samen zijn geweest, en we zijn ook bijna altijd samen. Hij doet de zakelijke dingen en natuurlijk heb je dan weleens een confrontatie, of ik iets wel wil doen. Hij heeft me teruggebracht in het theater. Toen ik Rob leerde kennen, had ik geen theaterprogramma.

Dat was nog de nasleep van die ellende met mijn stem. Daar heeft hij heel hard aan gewerkt.'

Wat is voor Lenny Kuhr haar mooiste liedje? Ze antwoordt meteen. 'Het mooiste liedje? Dat is het liedje dat nog geschreven moet worden.'



Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie