woensdag 25 mei 2005 16:10
In de aanloop naar de referenda over de Europese Grondwet in Frankrijk en Nederland zijn de belangrijkste auteurs van die Grondwet in serieuze problemen. De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder wilde een Europese Grondwet waarin de Duitse federale staat werd weerspiegeld, de Franse president Jacques Chirac wilde de Franse dominantie in Europa verdedigen en de Britse premier Tony Blair wilde bij dat alles op het vinkentouw zitten.
Maar Schröder verloor een week voor de Franse en Nederlandse referenda in eigen land de doorslaggevende deelstaatverkiezingen en zag zich genoodzaakt aan te sturen op vervroegde nationale verkiezingen. Chirac dreigt het referendum over de Europese Grondwet te verliezen dat hij zelf heeft uitgeschreven. Blair won weliswaar met krappe voorsprong zijn nationale verkiezingen, maar zal alsnog moeten aftreden als zijn zelfbedachte Britse referendum over de Europese Grondwet op een 'nee’ uitloopt.
De bedreigde positie van de belangrijkste leiders van de Europese Unie (EU) kan moeiteloos worden uitgelegd in het licht van een publieke behoefte aan herbezinning over de koers van de Europese integratie. De Franse krant Le Monde ziet dat ook zo: 'Duitsland, Frankrijk, Nederland: Europa aarzelt over zijn toekomst.’ Dat geldt in algemene politieke zin, maar wordt concreet als het gaat over de voorgenomen uitbreiding van de Europese Unie met Turkije. Dat voornemen is in de eerste plaats een politieke deal tussen Schröder, Chirac en Blair, maar heeft niet de steun van de Duitse, Franse en evenmin van de Nederlandse bevolking. En ook niet van de Duitse CDU-leider Angela Merkel, die over enkele maanden wellicht de nieuwe Duitse bondskanselier is.
Het kabinet-Balkenende benadrukt dat de Grondwet een technische exercitie is, waarin vooral bestaande verdragen worden gebundeld en wat efficiency-maatregelen worden genomen om de als onafwendbaar voorgestelde oostwaartse uitbreidingen van de EU bestuurlijk in te bedden. Die technocratische benadering wordt overigens net zo makkelijk verruild voor dreigende politieke taal.
Het 'nee’ onder de Nederlanders lijkt tegelijkertijd vooral gebaseerd op de notie dat zij een pas op de plaats wensen te maken als het gaat om de machtsoverdracht aan de Europese politieke en ambtelijke centra in combinatie met de oostwaartse uitbreidingen.
De zet van Gerhard Schröder om na elf verloren deelstaatverkiezingen een vlucht in het ongewisse te plegen, lijkt op de koers die hij samen met zijn collega-leiders in Europa volgt. Uit collectieve onmacht worden uitbreidingen naar de Balkan, Turkije en wellicht ook naar Oekraïne toegestaan, en tegelijkertijd wordt de weg naar een Europese staatsvorming ingeslagen. Die combinatie correspondeert niet met hoe veel burgers erover denken. Dat geldt zeker voor de Nederlandse burgers, die de afgelopen decennia wel vaker het idee hadden dat hun eigen politici hen niet vertegenwoordigden en die deze notie nu ook willen laten doorklinken als het gaat om de voortgaande Europese staatsvorming.
Dat heeft niets te maken met 'anti-Europa’ zijn, zoals CDA-minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken beweert. Samenwerken moet je zo mogelijk met iedereen. Maar de vraag is of landen, volken en politici met wie je samenwerkt ook over jou moeten regeren. Die vraag is des te meer gewettigd nu de ervaring uitwijst dat andere Europese landen, vooral de grotere, het recht nemen om een eigen uitleg te geven aan Europese verdragen en wetten die in een land als Nederland wél serieus worden genomen.
De ervaringen met de begrotingsregels voor de eurolanden – het Stabiliteitspact dat door de regeringen van Schröder en Chirac willens en wetens werd overtreden, waarop zij die regels goeddeels dood verklaarden – zijn wat dat betreft meer dan leerzaam.
De Nederlandse politici die vanuit een onnadenkend vooruitgangsgeloof altijd alleen voor meer machtsoverdracht naar Brussel menen te moeten zijn, hadden door de gebeurtenissen rond het Stabiliteitspact – en al die andere Europese ervaringen die uiteindelijk niet in Nederlands belang bleken – toch aan het twijfelen gebracht moeten worden. Nu doen de Nederlandse burgers dat wel voor hen.
Het heeft er alle schijn van dat de Nederlandse burgers betere antennes hebben voor wat goed is voor Nederland in Europa dan de leidende politici. De burgers lijken ook beter dan hun eigen politici door te hebben dat de Europese staatsvorming een politiek fenomeen is, waarbij je heel goed moet weten wat je aan het doen bent (zie ook 'Niet in ons belang’ op pagina 24). Ook in dat opzicht kan er van een Nederlands 'nee’ op 1 juni een heilzame, reinigende werking uitgaan.
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement