vrijdag 25 mei 2012

Tags

Weekblad

Democratie: Het nut van populisme

woensdag 12 juli 2006 13:27

Hans Dijkstal herinneren wij ons vooral als de jolige regent die door een gebrek aan politiek inzicht, overtuigingskracht en intellectuele capaciteiten werd weggeblazen door Pim Fortuyn. Zelf schijnt de voormalige VVD-leider het een tikje anders te zien. Dijkstal wekt de indruk zijn roemloze ondergang vooral toe te schrijven aan zijn afkeer van het showelement in de politiek en aan zijn enorme integriteit. Daarom werpt de jazzrecensent van Het Financieele Dagblad zich in zijn vrije tijd graag op als het liberale geweten. Bijvoorbeeld door, zoals hij vorige week deed, zijn partijgenoot Rita Verdonk te vergelijken met rechtse extremisten als de Fransman Jean-Marie le Pen en de Oostenrijker Jörg Haider.

De aanval van Dijkstal op de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie bevatte, haast vanzelfsprekend, de diskwalificatie 'populist’. Dit is tegenwoordig een van de populairste politieke scheldwoorden en duikt vaak op in combinatie met het begrip 'onderbuikgevoelens’. Het zijn praktisch alleen rechtse politici die dit verwijt naar het hoofd krijgen geslingerd. Als je, om maar wat te noemen, uiting geeft aan volkse ongenoegens over hoge inkomens in het bedrijfsleven ben je een democraat. Als je je tot tolk maakt van massale onvrede over de multiculturele samenleving en het immigratiebeleid ben je een populist.

Verdonk lijkt zich weinig aan te trekken van dit verbale venijn. Een politicus in een democratie, merkte ze schrander op, behoort zich juist veel gelegen te laten liggen aan de wensen van het populus, het volk. Zij maakt zeker ook gebruik van het populistische repertoire. Onder meer door het imago van de buitenstaander te cultiveren, het beeld van de eenzame voorvechter van het gezond verstand in een bekrompen Haagse wereld.

Verzet tegen de gevestigde orde is traditioneel hét kenmerk van het populisme. Populistische bewegingen, of het nu in Afrika, Latijns-Amerika of de Verenigde Staten is, hebben het altijd opgenomen voor de 'gewone’ kiezer die zich ondergewaardeerd en buitengesloten voelt door de elite. Zij schilderen het establishment af als een kliek van baantjesjagers en zakkenvullers die elkaar de hand boven het hoofd houden. Directe democratie en een doortastend optreden van een groepje nuchtere krachtpatsers zouden de remedie moeten vormen tegen onfrisse politieke spelletjes.

Fortuyn bood een duidelijk voorbeeld van de populistische aanpak. En zijn erfgenamen demonstreerden op dramatische wijze de problematische kanten ervan. Een populistische beweging is doorgaans afhankelijk van het charisma van een leider en kent een zwakke organisatie, waardoor ze snel uiteenvalt. Zij komt bovendien doorgaans in nood als zij gaat deelnemen aan het machtsspel. Politiek, althans democratische politiek, betekent nu eenmaal schipperen, onderhandelen en compromissen sluiten. En door de harde, onaangename politieke praktijk verliezen de populisten, die zich juist laten voorstaan op hun apolitieke of zelfs antipolitieke instelling, onvermijdelijk aan glans.

Maar Fortuyn en enkele verstandige geestverwanten lieten tegelijkertijd zien hoe nuttig populisme kan zijn. Het vaderlandse establishment, van departementen tot en met de media, van politieke partijen tot en met universiteiten, was inderdaad lange tijd doof voor klachten die een groot deel van de bevolking aan de borreltafel ventileerde, en weerde onwelgevallige geluiden krampachtig uit het politieke en publieke debat. De electorale opmars van Fortuyn zorgde voor een waardevol schrikeffect. Eindelijk werden tal van reële maatschappelijke problemen 'benoemd’, zoals dat heette. Zelfs opinieleiders begon het op te vallen hoe naïef de niks-aan-de-hand-benadering van de Dijkstallen was geweest.

Populistische bewegingen zijn van nature instabiel en zelden een lang leven beschoren. Het simplisme van hun programma verdraagt zich soms moeizaam tot de complexiteit van menige politieke kwestie. Maar ze kunnen de vitaliteit van een democratie versterken door de woorden en daden van een zelfgenoegzame elite onder vuur te nemen. Op tal van terreinen zou meer populisme, meer volkse wijsheid, alleen maar heilzaam werken. Zo maken ze elkaar in de politiek en op de universiteit al decennialang wijs dat ontwikkelingshulp veel effect sorteert. In de kroeg beweren ze al even lang dat die hulp voor het grootste deel weggegooid geld is. En in de kroeg hebben ze gelijk.

Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie