vrijdag 25 mei 2012

Tags

Weekblad

Iraniërs: Klare taal, en de wil om het hier te maken

woensdag 12 december 2007 16:42

Met 30.000 zielen vormen Iraniërs een minderheid onder de 2 miljoen immigranten in Nederland. Maar opvallend veel van hen zijn hier maatschappelijk geslaagd én roeren zich - hartstochtelijk en welbespraakt - in het publieke debat over migratie en islam. 'Iraniërs willen presteren. Wij houden niet van de slachtofferrol.'

Kader Abdolah, Afshin Ellian en Ehsan Jami zijn de bekendste Iraniërs in Nederland. De schrijver, de wetenschapper en columnist, en de politicus. Drie opvallende immigranten. Kader Abdolah (53) is de best verkopende buitenlandse auteur die in Nederland woont. Rechtsgeleerde Afshin Ellian (41) geniet grote bekendheid als columnist van elsevier.nl en NRC Handelsblad . En Ehsan Jami (22), de jongste en meest ongerichte van het drietal, kwam het afgelopen jaar in het nieuws als de PvdA-politicus die moest worden beveiligd vanwege zijn expliciete opstelling als ex-moslim.

Wat hebben zij met elkaar gemeen? Hartstochtelijk hebben zij zich gemengd in het publieke debat, vooral als het gaat om de aard van de islam en de vermeende onfeilbaarheid van de Koran. Daarmee zetten ze mede de toon in de discussie over migratie en integratie, over de positie van islamitische allochtonen, en de toekomst van het Nederlandse sociale model.

Andere Iraniërs schrikken evenmin terug voor stevige uitspraken. Halleh Ghorashi (45), hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, staat regelmatig met opiniestukken in de Volkskrant en NRC Handelsblad (zie 'Ik hoop nooit te hoeven kiezen' op pagina 228). Maar ook vrouwelijke politici als voormalig GroenLinks-Tweede Kamerlid Farah Karimi (47) en VVD'er Nahied Rezwani (41), die de Tweede Kamer niet haalde, roeren zich met scherpe stellingnames. Daarnaast melden zich jongeren met prikkelende teksten, zoals Nikita Shahbazi (31), auteur en schrijver van opiniestukken (zie 'Vader trok mijn hoofddoek weg' op pagina 227), en, in mindere mate, acteur Armin Tashakoor (30) (zie 'Te trots voor onderwerping' op pagina 226).

Klare taal is het handelsmerk van de Iraanse publicisten. Gloedvol en onverbloemd dragen zij hun bewust gechargeerde meningen uit. Zij polariseren in een traditioneel consensusgerichte samenleving als de Nederlandse. Zij doen dit omdat ze de Nederlandse burgers willen wakker schudden.

Ook andere, publicitair minder opvallende Iraniërs zijn zeer geslaagd te noemen. In de wetenschap is dat iemand als Majid Hassnizadeh (55), internationaal gerespecteerd kernhoogleraar hydrogeologie aan de Universiteit Utrecht, en in het zakenleven kaviaarimporteur Ashkan Mossafaian (36) (zie 'Iraniërs willen presteren' op pagina 230).

 

 

Eigenzinnig
Een sterke, samenhangende Iraanse gemeenschap ontbreekt in Nederland. Daarvoor zijn de Iraniërs in de diaspora te onafhankelijk, te eigenzinnig en vooral niet eensgezind. Ze houden niet van klieken.

Wellicht de belangrijkste overeenkomst is het milieu waaruit ze komen. Een goed nest: de Iraanse stedelijke middenklasse die bekend staat als geletterd, welvarend, onafhankelijk en zelfbewust. De meesten hebben vaders, en soms moeders, die een universitaire studie hebben gevolgd en tandarts, hoge ambtenaar, of ondernemer werden. Zelf gingen zij ook naar de universiteit.

Daarmee hebben afkomst en standsbewustzijn, naast doorzettingsvermogen, een grote rol gespeeld bij het bereiken van de relatief bevoorrechte plaats die zij - op eigen kracht - in de Nederlandse samenleving wisten te verwerven. Iraanse migranten wijken zo in meer opzichten sterk af van de meeste Marokkanen of Turken die naar Nederland zijn verhuisd, en die gewoonlijk afkomstig zijn uit armere, ongeletterde plattelandsmilieus zoals uit het Rif-gebergte.

Daar komt bij dat ontwikkelde Iraniërs overwegend ongelovig en individualistisch zijn, waardoor ze in het Westen een extra voorsprong hadden op andere niet-westerse migranten, die veelal (streng) gelovig zijn.

Prestatiedrang en behoefte aan erkenning zijn de dominante drijfveer geweest om zich in de diaspora te onderscheiden. Hierbij komt dat vele Iraniërs een grote politieke betrokkenheid aan de dag leggen. Dat deden zij in Iran ook, al hielden ze er daar vooral radicale marxistische opvattingen op na. Wie in de handel of de bètawetenschappen actief is, mijdt doorgaans al te politieke uitspraken. Anders ligt dat voor ambitieuze publicisten die een stem willen hebben in het discours. En wie kan er beter argumenteren dan de vroegere marxistische scherpslijper?

Kader Abdolah, Afshin Ellian, Ehsan Jami, Halleh Ghorashi, Nikita Shahbazi, Armin Tashakoor: ze zijn allen als politieke en economische migranten naar Nederland gekomen. De aanleiding voor hun vlucht was de uit de hand gelopen Iraanse revolutie van 1979, waarbij sjah Mohammed Reza Pahlavi werd verdreven. Die revolutie had een enorme impact, vergelijkbaar met de jaren zestig in West-Europa. Veel Iraniërs werden politiek actief. Ze leerden hun stem te gebruiken en deden mee aan de felste discussies. En ze voelden zich sterker worden toen ze merkten dat ze een regime ten val konden brengen.

Veel Iraanse publicisten hebben dus een radicaal links verleden. Toen de revolutie in 1981 werd overgenomen door de ayatollahs, die er een waar schrikbewind vestigden, werden velen van hen gearresteerd en monddood gemaakt. Vrienden werden vermoord. Deze achtergond verklaart waarom ze het voortdurend en onvoorwaardelijk opnemen voor de westerse waarden, voor de democratie en de individuele vrijheid van meningsuiting.

Afshin Ellian en Ehsan Jami hebben het zoals bekend helemaal gehad met de islam, en met de multiculturele illusie die Nederland er huns inziens op na houdt. Kader Abdolah mag dan minder uitgesproken zijn, ook hij staat kritisch tegenover de islam. Hij noemt de Koran een 'mooi boek, al staan er allemaal leugens in, allemaal godsmakerij'.

De Iraniërs in Nederland zijn geen arme gastarbeiders, maar idealisten met een innerlijk kompas, een rotsvaste overtuiging en de wil om hogerop te komen. Ze hebben geleerd iets van hun leven te maken. Ze lieten mensen achter die hun dierbaar waren. Ze hebben bewezen dat elk moment telt, en dat het de moeite waard was om te vluchten.

Het zijn ook solisten, die minder in theehuizen of moskeeën samenklonteren, en meer contact hebben met autochtone Nederlanders dan met andere Iraniërs. Zo gaat Abdolah, kroniekschrijver voor de Volkskrant (Mirza), regelmatig naar verjaardagsfeestjes van zijn Nederlandse buren en vrienden.

Cruciaal in hun welslagen is evenwel dat de meesten van hen de Nederlandse taal inmiddels goed beheersen. Volgens auteur Nikita Shahbazi is taal het voornaamste middel om vooruitgang te boeken. Abdolah vindt zelfs dat hij is 'gebrandmerkt' door de Nederlandse taal. Hij noemt zich het product van zijn Nederlandse buren. 'Zij hielpen mij woord voor woord vooruit.'

Ooit omarmde Abdolah het marxisme van de radicale Fedayeen. Tijdens de Iraanse revolutie was hij redacteur van een ondergrondse krant, 'een verzetsstrijder met de pen', zoals hij het zelf zegt. Via Turkije, waar hij zijn linkse overtuigingen kwijtraakte, kwam hij in 1989 naar Nederland. Hij wijst op een ander wezenlijk aspect. Juist Nederland biedt wilskrachtige vluchtelingen veel mogelijkheden. 'Iedereen die een droom heeft, en die in dit land zijn best doet, kan alles bereiken wat hij wil.'

Bijna drieduizend jaar geleden was Iran de bakermat van de beschaving. Nu heerst er de dictatuur van de islam: een gesloten land waar geen nieuwe geluiden doordringen. Hebben gevluchte Iraniërs daarom zo'n afkeer van de islam? Soms lijkt het erop dat zij hun eigen angsten naar Nederland hebben meegenomen - alsof het om een importdiscussie gaat.

In een van zijn Mirza-columns voor de Volkskrant zocht Abdolah het antwoord op deze vraag: 'Het is een oude rancune die diep geworteld is in de Iraanse cultuur. En het is interessant om te zien hoe die oude Perzische angst aansluit bij de angst van de Nederlandse bevolking voor de islam.'

In dit verband stelt Halleh Ghorashi alvast een volgende kwestie aan de orde. Volgens haar zijn de katholieken in Nederland eeuwenlang gemarginaliseerd door de protestanten. Juist katholieken weten dat er niet één vaste Nederlandse identiteit is. Ooit waren ze de zondebok, maar ze hebben zich aangepast en participeren volop. Ze zouden juist nu de medestanders moeten zijn van islamitische nieuwkomers. Ghorashi vraagt zich af waarom katholieken dat niet doen: 'Zijn ze soms bang?' Of dient de islam in Nederland alleen als zondebok om oude tegenstellingen te verdoezelen?

Dit is na een dienstverband van bijna twintig jaar het laatste artikel van Willem Wansink voor Elsevier . Hij begint voor zichzelf

 

Kader bij artikel:

 

Model-immigranten: de Iraanse gemeenschap in Nederland
In Nederland wonen dertigduizend Iraniërs: een minderheid op twee miljoen immigranten, van wie bijna één miljoen islamitisch is.

 

 

De eerste Iraniërs kwamen rond 1985 naar Nederland. Ze zijn meestal seculier; slechts eenderde van hen is gelovig. Ze komen overwegend uit de grote steden in Iran en zijn goed opgeleid, modern, westers en individualistisch.

Ze passen zich snel aan en trouwen vaker met Nederlanders. Meer dan driekwart heeft de Nederlandse nationaliteit gekregen.Veertig procent van de Iraanse Nederlanders werkt, meest in de groot- en detailhandel of de horeca. Ter vergelijking: van de Somaliërs in Nederland werkt minder dan een kwart. Iraniërs wonen vooral in de Randstad; de helft is jonger dan 25 jaar.

 

 


'Te trots voor onderwerping'
Acteur Armin Tashakoor wil zijn stem verheffen tegen de islam
Acteur Armin Tashakoor (30) speelt 's avonds de rol van de bediende Saïdja in de theatervoorstelling Max Havelaar . Maar overdag popelt hij om zich in het publieke debat over de islam te storten. Hij komt uit de Zuid-Iraanse stad Ahwaz en groeide op in Teheran, waar beide ouders docent waren. Op zijn zestiende vluchtte hij naar Nederland, nadat hij drie maanden gevangen had gezeten.

Hier verdiepte hij zich in de Koran: 'De islam is geen vredelievend geloof. Ik kan zo zeventig citaten uit de Koran geven waarbij de mens wordt aangezet tot haat en moord.' Nederlandse politici, vindt hij, weten veel te weinig van de achtergronden, maar Iraniërs als hij kunnen met kennis van zaken hun stem verheffen tegen de islam.

'Wij hebben de ayatollahs aan den lijve meegemaakt. Wij weten waartoe zij in staat zijn. In de oudere geschiedenis stonden de Perzen de islamitische leiders al naar het leven. We zijn hun ergste vijanden en hebben ons nooit onderworpen aan de islam. Ook nu niet. Daarvoor zijn wij te trots.'


'Vader trok mijn hoofddoek weg'
Publiciste Nikita Shahbazi mist de Ayatollahs niet, maar de feesten wel
Sociaal-psychologe Nikita Shahbazi (31) schreef in 2005 Aardappeleters en allochtonen over de falende integratie. 'Er mag geen uitzondering worden gemaakt voor allochtonen,' vindt zij. 'Want iedereen is hier gelijk.'

Haar Nederlandse identiteit is sterker dan haar Iraanse, maar ze weet nog goed wat haar opviel toen ze in 1991 als vluchteling aankwam: 'De rust. Het was vroeg donker. Het waaide heel hard. Het was koud, erg netjes en schoon.'

Met haar ouders zou ze naar Canada gaan. Ze bleven steken in Amsterdam, omdat de mensensmokkelaar niet verder wilde.

Zij kwamen terecht in Purmerend. Een progressief seculier gezin. Voor de Islamitische Revolutie van 1979 werkte haar vader bij een grote olieraffinaderij in Abadan. 'Hij wilde dat ik wist wat er aan de hand was. Op mijn negende liet hij me de verboden boeken van Tolstoj lezen. En als ik thuiskwam van school, waar ik werd gehersenspoeld, trok hij snel mijn hoofddoek weg.'

Wat ze in Nederland het meeste mist van Iran? 'De Iraanse feesten, die tot diep in de nacht duren. Illegaal, want van de ayatollahs mag je niet eens feest vieren.'

'Ik hoop nooit te hoeven kiezen'
Hoogleraar Halleh Ghorashi wil geen modelmigrant worden genoemd
Halleh Ghorashi (45) is hoogleraar management van diversiteit en integratie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze komt uit Teheran en werd tijdens de Iraanse revolutie een 'fanatieke linkse revolutionair'. Ze dook onder, werd gearresteerd. In 1988 vluchtte zij voor veel geld, met illegale documenten en een visum naar Nederland. 'Voor velen van ons was de vlucht een nieu-we geboorte. We wisten dat we iets teweeg konden brengen. Die ambitie raakten we niet kwijt in Nederland.'

Haar ouders in Iran, haar zus in Amerika, haar broer in Engeland. 'Mijn leven speelt zich af in Nederland. Ik hoop nooit te hoeven kiezen, want Iran is mijn verbondenheid met mijn verleden, mijn familie, mijn vrienden, en Nederland is mijn toekomst.'

Ze houdt van dit land, al vindt ze Nederland de laatste tijd 'te bekrompen' door de angst voor moslimmigranten. Een angst die deels door de scherpe tong van sommige van haar landgenoten is versterkt. 'Ik kan er niet tegen dat er steeds symboolmigranten worden verzonnen om andere migranten te vernederen. Vroeger waren de Indische Nederlanders dat en nu de Iraniërs.'

'Iraniërs willen presteren'
Kaviaarimporteur Ashkan Mossafaian houdt niet van slachtofferrol
Ashkan Mossafaian (36) is importeur van kaviaar. Zowel in de Haagse als de Rotterdamse Bijenkorf bevindt zich een vestiging van zijn The House of Caviar and Fine Food. Zijn werk met het 'zwarte goud' levert hem veel aandacht op in de media.

Mossafaian komt uit een goed gesitueerd gezin. Hij verliet Iran legaal, vlak voor zijn dertiende verjaardag, omdat hij anders later het leger in moest: 'Mijn vader vond dat ik buiten Iran betere kansen had.' Hij wilde dokter worden. Het werd de studie beleid en management in de gezondheidszorg, die hij net niet afmaakte.

Naast zijn Nederlandse pas, waarop hij lang moest wachten, heeft hij weer een Iraans paspoort. 'Voor mijn kwekerij aan de Kaspische Zee in Iran.' Daar houdt hij steur. De eitjes van de steur leveren de beste kaviaar. 'Iraniërs willen presteren. Wij houden niet van de slachtofferrol.' Ook in Nederland tel je mee als je laat zien wat je kunt, zegt Mossafaian: 'Wie presteert, wordt gerespecteerd.' Dat is goed, vindt hij. Heeft Nederland ook nadelen? 'Veel vrienden moeten eerst hun agenda trekken voor ze een afspraak kunnen maken.'

'

Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie