vrijdag 25 mei 2012

Tags

Weekblad

Zin en onzin: De goededoelenzeepbel

woensdag 12 maart 2008 15:23

Bij de kassa van de Hajé-restaurants in het noorden van het land liggen tegenwoordig grote, dikke repen slaafvrije chocola. In twee varianten, rood en blauw. Op de wikkels deelt het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde mee dat gangbare cacaoplantages mensonterende arbeidsomstandigheden kennen. De redactie garandeert dat deze chocola wel op een menswaardige wijze tot stand is gekomen.

Het is niet het enige hartverwarmende initatief dat vandaag de dag in Nederland valt waar te nemen.

Zo heeft Center Parcs, de keten van vakantieparken, de beslissing genomen om in de restaurants aldaar geen 'foute' vis meer te serveren. Leidraad daarbij is de zogeheten VISwijzer, die door twee milieugroepen is opgesteld.

In dat overzicht zijn platvissen die op de Noordzee worden gevangen taboe verklaard. Dat is omdat ze met behulp van zogenoemde boomkorren worden gevist. De milieu-beweging meent dat die de biodiversiteit op de Noordzeebodem verstoren. De vaderlandse schol en tong worden op de vakantieparken onder meer vervangen door de panga, een zoetwatervis die in de monding van de Vietnamese Mekong-rivier wordt gekweekt.

Alweer indrukwekkend. Zelfs een vakantiepark, dat doorgaans toch uitnodigt om volop te consumeren en dit faciliteert met bowlingbanen en comfortabel verwarmde zwembaden, neemt dus zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus.

Het ganse land borrelt van goedertierenheid. We beleggen duurzaam, we eten geen foute vis, als we loten kopen, gaat de opbrengst naar goede doelen, onze managers denken aan people , planet & profit , onze chocola is slaafvrij, op televisie wordt reclame gemaakt voor klimaatneutrale hypotheken, uit onze stopcontacten komt groene stroom, onze groenten zijn biologisch, onze kippen scharrelen en onze koffie is fair trade .

Er is maar één probleem.

Het is een chaos.

In de eerste plaats bestaan er geen goede definities voor al die aanduidingen, labels en etiketten. In de tweede plaats kan iedereen (zelfs de redactie van een televisieprogramma) besluiten om weer een goed doel boven op de almaar groeiende hoop te deponeren. Bovendien zijn veel van de doelen onderling tegenstrijdig.

Enkele voorbeelden.

Nederland heeft een handvol waterkrachtcentrales. Daarmee wordt groene stroom opgewekt. Tegelijkertijd zijn die installaties gehaktmolens voor vissen. Achter deze centrales wachten aalscholvers op hun keurig tot kleine brokjes vermalen cocktailhapjes. Aldus helpt de consument die groene stroom koopt, mee aan het uitsterven van de paling en bemoeilijkt hij de terugkeer van de zalm.

Dan is er tegenwoordig de mogelijkheid om biodiesel te kopen. Die autobrandstof is niet van fossiele bronnen afkomstig en heet dus duurzaam. Wie deze plantaardige biodiesel tankt, draagt echter bij aan de afkalving van het Amazone-regenwoud en het nakende uitsterven van een van onze naaste verwanten, de orang-oetan. Veel biodiesel is afkomstig van sojaolie die uit Brazilië wordt geïmporteerd, dan wel van palmolie waarvoor regenwoud wordt gekapt in Borneo - de laatste plek waar de orang-oetan nog voorkomt. Als klap op de vuurpijl publiceerde het wetenschappelijk tijdschrift Science onlangs twee studies die aantonen dat sommige vormen van biobrandstof op de keper beschouwd het broeikaseffect versterken, waardoor ze moeilijk meer 'duurzaam' kunnen worden genoemd.

 

 

Miljarden subsidie
De milieubeweging die aan de wieg heeft gestaan van het 'groene' label, heeft in de gaten dat het een zooitje is in de groene wereld. Dus heeft de stichting Natuur en Milieu onlangs een lijst gepubliceerd van welke energievormen nu echt groen zijn en welke niet. In feite is daarmee een onderscheid aangebracht tussen lichtgroene, donkergroene en soms zelfs ronduit gifgroene stroom.

De dwarse Deense denker Bjørn Lomborg heeft erop gewezen dat goede doelen met elkaar concurreren om de altijd schaarse, en de per definitie beperkte middelen. Neem het bouwen van windmolenparken. Los van mogelijk negatieve gevolgen die dat voor de natuur zou kunnen hebben - vervuiling van de horizon, vogelsterfte en schadelijke trillingen voor zeezoogdieren - kan windenergie slechts concurreren met behulp van subsidie.

Daar zetelt het bezwaar dat Lomborg en een groep economen verenigd in de Copenhagen Consensus hebben tegen het Kyoto-plan en andere intiatieven om de energievoorziening duurzamer te maken. De vele miljarden subsidie die dit kost, gaan ten koste van pogingen om de armen in Afrika aan schoon drinkwater en betaalbare aidsmedicijnen te helpen.

Het klinkt prachtig, de 3p-ambitie, maar het valt in de praktijk bepaald niet mee om tegelijkertijd de mens ( people ), de planeet ( planet ) en de economie ( profit ) te behagen. Neem de beslissing van het vakantiepark Center Parcs om schol en tong uit de Noordzee te vervangen door gekweekte pangavis uit de Mekong-delta. Zelfs als de indeling in 'goede' en 'foute' vis van de VISwijzer zou kloppen, dan nog is het zonneklaar dat het kweken van vis in Vietnam wel eens ten koste zou kunnen gaan van het lokale milieu, vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de productie van mest. Bovendien veroorzaakt het invriezen van panga, het per vliegtuig transporteren ervan naar Schiphol, het per vrachtwagen vervoeren naar de vakantieparken, en het daar weer ontdooien van de Vietnamese vis veel meer uitstoot van het broeikasgas CO 2 dan het vangen van schol en tong voor de deur van die vakantieparken.

En de indirecte keuze om de arme Vietnamees een handje te helpen, gaat automatisch ten koste van Nederlandse vissersfamilies die al eeuwenlang (geen slechte definitie van een duurzame activiteit) platvis uit de Noordzee oogsten.

De overheid doet manmoedige pogingen om overzicht aan te brengen in het duistere oerwoud van goede bedoelingen. Zo heeft het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, criteria gedefinieerd voor zowel 'duurzaam', 'ethisch' en 'groen' beleggen als voor 'groen' sparen.

 

 

Overspannen
Dat onderscheid is op zichzelf al fascinerend. Impliciet geeft het ministerie aldus immers toe dat het niet ondenkbaar is dat wie 'duurzaam' wil investeren daarmee niet per se 'ethisch' dan wel 'groen' bezig is. Maar geen gekniesoor, de uitleg die het ministerie op zijn website geeft, maakt wel duidelijk dat wordt beoogd dat vermogende Nederlanders bij hun beleggingen vaker rekening houden met het milieubeleid van de bedrijven waarin ze investeren. 'De verwachting is dat op termijn de meeste duurzame beleggingen een hoger dan gemiddeld rendement gaan opleveren. Dat is logisch, want een goed milieubeleid bespaart grondstoffen en energie. En dus kosten.'

Wim Sinke, die bij het Energieonderzoeks Centrum Nederland (ECN) al vele jaren werkt aan de ontwikkeling van betere en betaalbaardere 'duurzame' dan wel 'groene' energievormen, vertelde onlangs op een symposium aan de Universiteit Twente dat er op het vlak van duurzaam beleggen momenteel sprake is van zwaar overspannen verwachtingen. Er gaat zoveel geld in de richting van de 'groene', 'duurzame' of 'ethische' fondsen dat die zeepbel moet gaan klappen. De situatie doet Sinke denken aan de dotcomgekte van een jaar of acht geleden, toen binnen korte tijd de beurskoers van allerlei internetbedrijven in elkaar donderde.

 

Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie