vrijdag 25 mei 2012

Tags

Weekblad

'Zeg ook eens iets leuks over moslims'

woensdag 26 maart 2008 14:53

Als intellectueel neemt hij soms speels, soms razend, de pen op tegen islamisten en jihadisten. 'Alle geloof is respectabel, religies zijn dat niet.' Fouad Laroui kwam in 1990 naar Amsterdam en werd prompt verliefd op de stad. Zijn oplossing voor de commotie rond de Wilders-film? 'Kijk naar de geschiedenis van porno.'

Lichtjes triomfantelijk zegt hij: 'Ik denk dat ik een oplossing heb voor het vertonen van de film van Geert Wilders.' De Marokkaanse schrijver en hoogleraar Fouad Laroui is bèta: wiskunde en economie. Zijn studies hebben hem behoed voor gekke interpretaties van het irrationele. 'Ik heb een samenhangend idee over het universum. Wie de wereld begrijpt, heeft geen plek voor religie. Dan ontstaat een scherpe scheiding tussen geloof en religie. Geloof is persoonlijk, je kunt het niet eens in woorden uitdrukken. Waar je niet over kunt spreken, moet je over zwijgen. Ik zeg tegen moslims, christenen en joden: laat me met rust, met jullie geloof.'

In zijn boeken en essays voert hij de vaak razende, soms speelse en poëtische pen tegen islamisten en jihadisten. Religie als groepsstructuur maakt hem hels. Voor hem geen dogma's, geen bevelen, geen dwang. Leve het individu.

Natuurlijk heeft ook deze allochtoon geworsteld met de vrijheid van meningsuiting, en dus met de film van Wilders. 'Principieel ben ik 100 procent voor vrije meningsuiting. Ik heb altijd gevonden dat Wilders zijn film moet kunnen maken. Toch heb ik bedenkingen. Wilders is lid van de Tweede Kamer. Hij vertegenwoordigt niet alleen zijn aanhang, maar de hele bevolking. Die bevolking zit niet te wachten op een film, maar op mooiere treinen, beter onderwijs, een meer gestroomlijnde gezondheidszorg.

'Bovendien: hoe verzoen je onbegrensde vrijheid van meningsuiting met respect voor het individu, voor mensen die het recht hebben niet te willen worden gekwetst? Ik denk dat ik de oplossing weet. Door terug te gaan naar de geschiedenis van de porno. Toen pornografie in de jaren zeventig opkwam in Denemarken en in Nederland werd de publieke ruimte als het ware opgedeeld. Je wist bij voorbaat dat je in sommige bioscopen porno te zien zou krijgen. Dat wist je als je binnenkwam en een kaartje had gekocht. En dus was de pornofilm bij voorbaat geaccepteerd. Je kon als bezoeker niet meer gekwetst zijn.'

Waar zijn de afwerkplekken voor de film van Wilders? De vraag doet hem lachen. Dan weer in diepe ernst: 'Als Wilders zijn film Fitna wil tonen op een groot scherm op de Dam is er een probleem. Je zit dan in een publieke ruimte waar iedereen langskomt. In Nieuwspoort had het wel gekund. Naar analogie met porno zeg ik: voor dit soort extreme vormen van vrije meningsuiting zou je een soort gemarkeerde privéruimte moeten kunnen vinden in de publieke ruimte. Waar je binnenkomt met een waarschuwing.

'Alle Parijzenaars weten dat het satirische blad Charlie Hebdo vurig anti-klerikaal is. Je kon er vroeger al cartoons in vinden waarin de paus en Moeder Teresa het aan het doen waren. Vrome katholieken dachten er niet aan het blad te kopen, terwijl het in alle kiosken was te vinden. Als je een vrome moslim bent, ga je de film van Wilders op het internet ook niet downloaden, lijkt me. Je weet dan bij voorbaat dat bepaalde sites kwetsend kunnen zijn. Ook op internet moet je de film echt gaan zoeken, en daardoor ontstaat de ambiance van een particuliere ruimte. Voilà!'

Ook als de veiligheid van Nederlandse burgers in het buitenland door de film van Wilders zou worden bedreigd, dan nog moet de vrijheid van meningsuiting overeind blijven. 'Belangrijk is dat je, bijvoorbeeld via satelliettelevisie, het buitenland uitlegt hoe de democratie in Nederland functioneert. En waarom een Nederlandse regering niet vooraf kan interveniëren in de vrije meningsuiting. Ik kijk elke dag naar Al Jazeera: een prima zender. Jan Peter Balkenende zou er alle ruimte hebben gekregen om het standpunt van het kabinet uit te leggen. Verder kun je niet gaan, maar hij had het wel moeten doen, keurig vertaald in het Arabisch.

'Ik heb zelf ervaren dat Arabische islamieten het moeilijk blijven hebben met de marktwetten van de vrije meningsuiting. Ze begrijpen niet dat de ontkenning van de Holocaust bij wet is verboden en zelfs tot gevangenschap kan leiden, terwijl het iedereen vrij staat om te roepen dat Mohammed een pedofiel is. Ook als ik het probeer uit te leggen, sta ik weleens met mijn mond vol tanden.'

De nu 47-jarige Fouad Laroui kwam in 1990 naar Nederland, beter gezegd naar Amsterdam. 'Ik was meteen verliefd op die stad. Ik dacht: eindelijk een plek waar je vrijheid ook nog kunt voelen. Amsterdam is geen gewone stad, het is een symbool voor vrijheid. Ik werk al jaren op de Universiteit van Amterdam, maar nog steeds kan ik geroerd zijn als ik langs de grachten loop.

'Als onbemiddelde Marokkaan kwam ik natuurlijk eerst in de onderhuur terecht. Zo leerde ik Nederland beter kennen. Naast mij woonde iemand die principieel niet werkte. Dat vond ik raar. Ik kwam uit Marokko, een land waar je doodgaat als je niet werkt. Waar niemand van uitkering naar uitkering kon leven. Het is goed dat ik dat heb meegemaakt.'

Het gettomodel in Nederland verraste hem. 'Ik kwam allochtone Marokkanen tegen die geen enkele interesse hadden voor de Nederlandse samenleving. Dat begreep ik niet. Ik vond het ook gevaarlijk. Ik ben gevormd door de Franse Republiek: de staat erkent je als individu, niet als groep. Het trof mij in die eerste jaren dat ik nooit eens een Marokkaan op straat zag lopen met de Volkskrant of de NRC in zijn zak.

'De onwetendheid van beide kanten was legendarisch en luguber. Het gros van de Nederlanders wist niet wat de islam was. Dat was hun goed recht. Maar de mannen die bij NOVA in naam van de islam zaten te kakelen, kenden de geschiedenis en de beschaving die ze achter zich hadden ook niet. En zo ontstond een escalatie van onwetendheid.'

Fouad Laroui werd een bevlogen romancier en essayist. 'Ik had een artikel geschreven: Kunnen moslims denken? Mijn boodschap was: ja, ze kunnen denken als ze in de geschiedenis teruggaan, toen er ook binnen de islam nog werd nagedacht. Met de imam om de hoek van nu kunnen ze helemaal niet denken. Sinds dat artikel word ik voortdurend gevraagd om over het islamisme te spreken. Ik word er een beetje moe van, tenslotte ben ik wetenschapper en auteur. Maar goed, mensen onderhouden over de islam is bijna een burgerplicht geworden.

'Natuurlijk moet ik ook schipperen in mijn lezingen. De stelling dat de islam in wezen een agnostische boodschap heeft, zou ik perfect kunnen verdedigen, maar dan luistert er niemand meer. De kern van mijn analyse is: alle geloof is respectabel, religies zijn dat niet. Het probleem van de tweede generatie Turken en Marokkanen is dat ze nooit worden geconfronteerd met het subtiele verschil tussen geloof en religie. Ze worden opgesloten in een catalogus van plicht en dwang. En vaak krijgen ze ook nog het verbod mee om waarachtig deel te nemen aan deze samenleving. Mij maakt het niet uit wat iemand privé gelooft. Maar dat doe je thuis, niet in de publieke ruimte, niet op de werkplek. Religie als groepsstructuur deugt gewoon niet.'

Het probleem van de tweede generatie is vooral een identiteitsprobleem. 'Je hebt jongens en meisjes die vloeiend Nederlands spreken, hebben gestudeerd, zijn ingeburgerd, maar de samenleving blijft hen nawijzen. Dan moet zo'n jongen of meisje gaan denken: wat is een Marokkaan? Is het iemand die couscous eet? Ze hebben het moeilijk om nog inhoud te geven aan hun Marokkaan zijn. Zeg je daarentegen: "Jij bent moslim", dan wordt het een stuk makkelijker. Want dan is er een boek, een imam, een moskee.

'We moeten pragmatisch zijn en consequent het extremisme en fundamentalisme blijven verwerpen. Dat geldt voor iedereen. Bij het uitbreken van de oorlog in Irak hoorde ik een Amerikaanse generaal zeggen: "Natuurlijk winnen wij de oorlog, want mijn God is groter dan hun God." Dat zei iemand die misschien met een atoombom mag spelen. Huiveringwekkend.

'Je ziet dat de tweede generatie dreigt te radicaliseren. Als dat gebeurt, hebben we over een paar jaar een tweedeling van de samenleving. Dat willen we niet, en daarom spreek ik Job Cohen na: de boel bij elkaar houden.'

Nee, hij zal niet gauw een fan van Ayaan Hirsi Ali en haar hofhouding worden. 'Ayaan provoceert en polariseert alleen maar. Ik ken moslima's die totaal geëmancipeerd zijn. Als Ayaan weer eens roept dat de islam achterlijk is, gaan ook die meisjes opeens weer zoeken naar hun roots, want ze voelen zich aangevallen. Je zou ook oude waarden van de ouders en de voorouders van die meisjes kunnen bejubelen - dan bloeien ze op. In de "oorlog tegen de islam" zie ik veel opgeblazen ego's. Oorlog tegen de islam is oorlog tegen een begrip. Dat is hetzelfde als Bush die roept dat hij oorlog voert tegen het kwaad. De verwarring neemt met dit soort uitspraken alleen maar toe. Als je hoort dat je grootouders, ouders, neven en nichten allemaal het kwaad en de achterlijkheid in zich dragen, voel je je niet echt uitgenodigd tot de nieuwe wereld.'

Moslims horen te worden aangesproken op hun persoonlijke ethiek. 'Het probleem van extremisten is dat ze niet alleen ethisch voor zichzelf willen zijn, maar ethisch voor iedereen. Ethiek wordt dan een dwangbuis. Dat moet je bestrijden. In de Koran staat: je bent alleen, wat je doet doe je voor jezelf. Niets staat moslims in de weg om er een individualistische ethiek op na te houden. En daar hebben ze de Verlichting niet voor nodig. Hirsi Ali heeft het altijd over Voltaire. Hij is ook mijn lieveling, maar er zijn ook Arabische filosofen die verlichting hebben gebracht. Een van de grootste islamitische rechtsgeleerden, Ali Abderraziq, heeft bewezen dat er nooit een moslimstaat heeft bestaan en dat die ook niet als wenselijk werd geacht. Mohammed was absoluut geen staatshoofd, dus daarin hoef je hem niet te volgen. De politieke islam heeft niets met geloof te maken. Juist in de ontkenning van verlichte islamitische geesten heeft Ayaan gefaald.

'Ze had ook iets kunnen zeggen over Cordoba in de twaalfde eeuw, waar joden, christenen en moslims in harmonie naast elkaar konden leven. Waarom niet ook iets leuks over moslims zeggen? Over Japanners zeggen we soms toch ook leuke dingen? Er is in het debat over de islam gebrek aan fair play van beide kanten. Altijd wordt gezegd dat het individu een uitvinding van het Westen is. Nee, meneer. Ook in de islamitische beschaving waren er tijden dat het individu op bijna Renaissance-achtige wijze werd gekoesterd.'

Hij is gevormd op een Franse kostschool in Casablanca. In de republikeinse traditie dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. 'Mijn vader werkte bij de post. Hij was actief voor de vakbond. In 1969 werd hij ontvoerd door de geheime politie. Ik was toen tien jaar oud. Mijn vader ging elke avond om zes uur de krant halen. Ik was de laatste die hem nog heeft gezien. Ik zag hem vertrekken en hij kwam niet terug. Iemand wees mij erop dat er in mijn boeken en korte verhalen altijd iemand is die opeens verdwijnt. Afwezigheid is een groot thema in mijn schrijven.

'De eerste twee jaar in Amsterdam had ik altijd mijn paspoort op zak. Een vriend vroeg me waarom ik dat deed. Ik zei: "Er kan toch altijd een politieman op me afkomen met het bevel: paspoort!" Waarop mijn vriend begon te schateren: "Dat gebeurt hier niet." Geloof me, het is echt de moeite waard om te vechten voor deze samenleving in Europa, waar je niet hoeft te vrezen dat mensen verdwijnen. Lang was er de nachtmerrie dat mijn vader nog zou leven. Nu niet meer. Rouw moet je verwerken door naar het kerkhof te gaan, door te mediteren en te huilen. Dat is mij niet gegund, en dat laat sporen na. Trouwen en kinderen krijgen is altijd heel moeilijk voor mij geweest. Ik ben bang om me te hechten.'

Marokko is veranderd. 'Een paar jaar geleden kreeg ik formulieren toegestuurd over de verdwijning van mijn vader. Als ik die zou invullen, zou ik worden gecompenseerd voor het doorstane leed. Ik heb het niet gedaan, ik zat niet in geldnood en ik had het gevoel dat door geld aan te nemen van de Marokkaanse staat, ik een soort verraad zou plegen tegenover mijn vader. Achteraf begreep ik dat het om tonnen ging.

'Mijn boeken worden nu ook gelezen in Marokko. In de tijd van de oude koning Hassan was dat nog niet vanzelfsprekend. Maar de nieuwe koning doet het goed. Marokko emancipeert. Hij heeft genoeg aan één vrouw en leeft niet met zestig concubines, zoals zijn vader. Het statuut van de vrouw is onder zijn bescherming tot stand gekomen.'

Zijn moeder leeft nog. 'Mijn moeder is uitgehuwelijkt toen ze dertien was. Aan een man die ze tot de nacht van het huwelijk nooit had gezien. Op haar vijftiende was ze al moeder. Ze heeft Frans geleerd en leest nu ook mijn boeken. Er werd veel gelezen in ons gezin. We hadden televisie noch radio. We waren arm, maar geletterd. Alle acht kinderen hebben een universitair diploma gehaald.

'Mijn moeder is gelovig, ja. Maar op haar manier. Haar geloof is niemand tot last. Ik herinner me nog dat ze af en toe tien minuten verdween toen we thuis met zijn allen thee zaten te drinken. Ze ging bidden, maar ze bazuinde het niet rond. Ze heeft nooit van ons geëist dat wij ook zouden bidden. Mijn moeder heeft een heel rustige manier van geloven. Zoals de islam hoort te zijn, geloof in intimiteit, wars van politiek en groepsprocessen.'

Fouad Laroui doceert Franse taal en cultuur en Arabische cultuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn oude vakken wiskunde, economie en milieuwetenschappen heeft hij ingeruild. Maar de fascinatie voor getallen brengt hem tijdens deze lunch weer tot lichte vervoering. 'Geef me even een blad papier dan zal ik voor u de Formule van Euler opschrijven.' Al krabbelend juicht hij over transcendente en imaginaire getallen. Dan plechtig: 'De Formule van Euler is magische poëzie. Euler is goddelijk: zelfs Amerikanen en Chinezen kunnen hem begrijpen.'

Ik zeg dat ik er helemaal niets van begrijp. Hij lacht en schudt meewarig het hoofd: 'Tja, de jeugd van tegenwoordig...'

 

Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie