vrijdag 25 mei 2012

Tags

Weekblad

Reconstructie: Hoe Balkenende de grondwet versierde

woensdag 2 april 2008 14:18

Drie jaar geleden stemde Nederland tegen de Europese Grondwet. Nu ligt het Verdrag van Lissabon er. Anders, maar niet zo heel anders - al is er volgens premier Jan Peter Balkenende 'voluit recht gedaan aan zorgen van de Nederlandse bevolking die rond het referendum naar voren kwamen'. Maar is dat wel zo?

Er kwam geen persbericht aan te pas, maar aan de vooravond van Pasen 2008 stuurde het kabinet een hoogst belangrijk stuk naar de Tweede Kamer: het verdrag op basis waarvan Europa, en dus ook Nederland, de komende decennia zal worden bestuurd. De komende maanden moet de Tweede Kamer hierover beslissen. Het kabinet hoopt dat ook de Eerste Kamer nog voor de zomer instemt.

De stilte waarin dat nieuwe verdrag op de deurmat van de Tweede Kamer belandde, is niet uniek. Ook in Brussel, de vergaderzaal van Europa, wordt er alles aan gedaan om de rust te bewaren en niemand tegen de haren in te strijken. Zodat de goedkeuring van het nieuwe Europese basisverdrag niet in gevaar komt. Dit verdrag verschilt volgens CDA-premier Jan Peter Balkenende dan wel totaal van de afgewezen Grondwet, maar daar denken zijn collega-regeringsleiders in landen als Duitsland, België, Luxemburg en Spanje anders over.

Opvallend is ook de positiewisseling van de regeringspartij PvdA en de oppositiepartij VVD. Die wilden in 2005 wel een referendum voor de Grondwet, maar nu niet meer. Pijnlijk voor de PvdA is dat de sociaal-democraten tot in juni afgelopen jaar, toen de tekst van 'Lissabon' nagenoeg rond was, het idee van een nieuw referendum hebben gesteund. Pikant is verder de rol van de ChristenUnie, die - anders dan de PvdA en VVD - drie jaar geleden nog in stevige bewoordingen tegen de Europese Grondwet was, maar zich nu enthousiast achter het toch niet zo heel andere Verdrag van Lissabon schaart.

Vriend en vijand zijn het erover eens dat het kabinet aan de Europese vergadertafels veel baat heeft gehad bij het 'nee' van de Nederlandse burgers. Met behulp van dat 'nee' werd per saldo een jaarlijkse korting van 1 miljard euro op de contributie aan Brussel binnengehaald. Door de druk van het 'nee' kon het kabinet ook alle wijzigingen binnenhalen waar het huidige kabinet zo trots op is. Net als menige minister uit de dagen van het referendum in 2005 zag ook premier Balkenende dat destijds heel anders. 'Ik geloof er niets van dat er met een "nee" iets valt binnen te halen,' zei de premier toen tegen Elsevier . Nu hamert hij op zijn onderhandelingssucces in Europa. Volgens hem is er bovendien 'voluit recht gedaan aan zorgen van de Nederlandse bevolking die rond het referendum naar voren kwamen'.

 

 

Nederlandse wensen
Of dat werkelijk zo is, valt te bezien. Het kabinet kon voor het achterliggende idee van het 'nee' alleen leunen op een eigen internet-enquête, in het voorjaar van 2006 uitgeschreven door het ministerie van Buitenlandse Zaken, waaraan 100.000 Nederlanders deelnamen. De uitkomst werd door het toenmalige kabinet meteen vertaald in een lijstje van Nederlandse wensen. Op die enquête - en vooral op de interpretatie die de bewindslieden van Buitenlandse Zaken eraan gaven - is echter veel aan te merken. Toonde de bevolking zich voorstander van meer 'samenwerking' in Europa, dan werd dat door toenmalig minister Ben Bot (CDA) en VVD-staatssecretaris Atzo Nicolaï van Buitenlandse Zaken uitgelegd als steun voor afschaffing van het Nederlandse vetorecht in Europa. Ook werd 'grote steun' geconstateerd voor een 'gemeenschappelijk Europees asielbeleid', wat werd vertaald in steun voor een Europees immigratiebeleid. De grote weerstand tegen verdere uitbreiding van Europa, vooral tegen Turkije, werd grotendeels gebagatelliseerd.

Als het internetonderzoek al deugde, dan werd er selectief gewinkeld in de bevindingen. De Nederlandse burger kon het niet aan, was de overheersende gedachte. Het ging hem allemaal te snel, dus hij moest even worden ontzien. Toch bleef de voor kritiek vatbare uitleg van de enquête een eigen leven leiden. En de meeste elementen uit dat onderzoek doken ook weer op toen een jaar geleden de onderhandelingen over de Grondwet opnieuw van start gingen.

Op 7 februari 2007 lag een nieuw Regeerakkoord op tafel van de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie. Tijdens de onderhandelingen in Beetsterzwaag en elders ging het er over Europa stevig aan toe. Voor Balkenende stond één ding als een paal boven water: er diende niet nog een referendum te komen. Want dan kon hij zijn Europese collega's niet meer onder ogen komen, zeker niet nadat Nederland zo'n grote financiële korting van Brussel had gekregen. Een nieuw 'nee' van de Nederlandse bevolking zou het einde van zijn politieke carrière kunnen betekenen, en eventuele Europese aspiraties tenietdoen.

Dat wilde niet zeggen dat Balkenendes CDA, dat de Grondwet hartstochtelijk had verdedigd, ongevoelig was gebleven voor de eerdere afwijzing. Voor verdere oostwaartse uitbreiding van Europa, met Turkije in het bijzonder, heerste weinig enthousiasme in het CDA. En zo kwam de rechtstreeks aan het CDA-programma ontleende zinsnede in het Regeerakkoord dat kandidaat-landen ook een 'partenariaat' - een alliantie - kon worden aangeboden. Dat is precies wat ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy voor Turkije in petto hebben: de beste vrienden, maar geen lid van de club.

Voor PvdA-onderhandelaar Wouter Bos was het even slikken dat er geen nieuw referendum zou komen. Bos had na zijn aantreden als partijleider in december 2002 een meer Euro-kritische koers ingezet en zich in de aanloop naar de Europese Grondwet zelfs nog afgevraagd of de PvdA niet 'nee' moest zeggen in het referendum. Een PvdA-werkgroep bleek het na het 'nee' niet zo te hebben op Europese marktregels die de Nederlandse arrangementen op het gebied van de gezondheidszorg en woningcorporaties zouden kunnen bedreigen. Voor het CDA was het niet zo'n probleem om Bos tijdens de formatieonderhandelingen op dit punt terwille te zijn. Het CDA hecht immers ook aan het corporatistische model, waarin 'maatschappelijke ondernemingen' een zekere bescherming tegen de markt dienen te hebben. En zo moesten, volgens het Regeerakkoord, zaken als pensioenen, sociale zekerheid, fiscaliteit, onderwijs en gezondheidszorg in de opvolger van de Europese Grondwet worden gevrijwaard van te veel Brusselse marktbemoeienis.

 

 

Teloorgang
En dan was daar de ChristenUnie, van huis uit tegen alles wat riekt naar een 'Verenigde Staten van Europa' en principieel tegen het lidmaatschap van een land als Turkije. Hoewel geen voorstander van referenda, was lijsttrekker André Rouvoet, samen met Geert Wilders en Harry van Bommel van de SP, het belangrijkste gezicht geweest van de 'nee'-campagne. Kort voor het referendum in 2005 had Rouvoet voor zijn aanhang ten overvloede nog eens in tien punten uiteengezet dat de ChristenUnie tegen een federaal Europa met een eigen vlag, volkslied, president, minister van Buitenlandse Zaken en Europees burgerschap was. Hij was tegen de teloorgang van het Nederlandse vetorecht in Brussel en het perspectief van Turkijes lidmaatschap. Voor André Rouvoet was het wel enorm lastig om via het lidmaatschap van de regeringscoalitie de onafwendbare draai te maken naar een opvolger van de Europese Grondwet, die er toch nooit volledig anders zou uitzien.

Zo werd het Regeerakkoord een mix van door het ministerie van Buitenlandse Zaken op papier gezette wensen, gebaseerd op een discutabele enquête-interpretatie, en de eisen van de coalitiepartijen. Die combinatie werd gebundeld in het Regeerakkoord. Nederland zou de boer op moeten gaan voor een nieuw verdrag dat geen opvolger mocht heten van de afgewezen Grondwet, en zich daar qua 'inhoud, vorm en benaming' overtuigend van zou onderscheiden. Zo werd Rouvoet en Bos beiden tegemoetgekomen. Bos met de formulering dat het nieuwe verdrag echt anders moest zijn, Rouvoet bovendien met het schrappen van het Europese volkslied en de Europese vlag.

Voor Rouvoet was misschien nog wel belangrijker dat hij gedaan kreeg dat in het Regeerakkoord werd opgenomen dat veel helderder moest worden begrensd waar Europa over gaat. Die concessie aan Rouvoet betekende een stevige ommezwaai in het Nederlandse Europa-beleid. Nederland had in Brussel immers steeds verklaard gekant te zijn tegen de vanuit Duitsland voorgestelde Kompetenzkatalog , die grenzen zou stellen aan de Europese bemoeienis. Om tegemoet te komen aan Rouvoets afkeer van meer machtsoverdracht aan Brussel, werd alsnog ingezet - met succes, vond het kabinet achteraf - op heldere afspraken over de Brusselse reikwijdte. Wouter Bos profiteerde ook van deze ommezwaai. Die had namelijk niet alleen een referendum beloofd, maar ook zijn zorgen geuit over het feit dat Brussel buiten de democratie om steeds maar nieuwe macht naar zich toetrok. En verder moesten nationale parlementen meer mogelijkheden krijgen om samen nieuwe Europese wetten al in een vroeg stadium te blokkeren.

Op 22 februari 2007 stond het kabinet-Balkenende IV op het bordes van Huis ten Bosch. Vervolgens duurde het nog vier weken voordat het nieuwe kabinet zijn Europese wensen had uitgewerkt, waarin - onder gejuich van de SP - ook stond vermeld dat Europa geen 'superstaat' mocht worden. Het zou daarna nog twee maanden duren voordat de Tweede Kamer, onder druk van een uitgelekte speech van CDA-minister Maxime Verhagen voor EU-diplomaten in Den Haag, op de hoogte werd gebracht van de echte Nederlandse inzet. Er was toen al lang een Europa-wijd offensief op gang gekomen, onder leiding van minister-president Jan Peter Balkenende en de nieuwe EU-staatssecretaris, Frans Timmermans van de PvdA.

Terwijl de EU-partners volledig op de hoogte werden gebracht van wat Nederland wenste, moest het eigen Nederlandse parlement naar onderdelen gissen. Zo hoorde de Tweede Kamer pas op 23 mei 2007, een maand voor de beslissend gebleken Europese Top in Brussel, waarop Nederland precies inzette. Zo was het bijvoorbeeld nog niet bekend dat de nieuw aan te stellen Europese minister van Buitenlandse Zaken niet meer zo mocht heten, maar 'Hoge Vertegenwoordiger' zou worden genoemd. Het was geen toeval dat dat element juist in een speech van Verhagen uitlekte. Ministers van Buitenlandse Zaken zien niet graag een Europese minister boven zich.

Alle Nederlandse ambassades in de overige 26 EU-landen werden bij het offensief betrokken. Timmermans was voortdurend op pad. Balkenende ontving premiers van andere landen en reisde ook zelf af. Hij begon eind februari in Berlijn bij Angela Merkel en eindigde op 16 juni bij Nicolas Sarkozy in Parijs. Niet alle Europese landen waren even belangrijk. De absolute top bestond uit de hoofdsteden van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, aangevuld met de Poolse hoofdstad Warschau. Merkel beschouwde het als een dure plicht om de afgewezen Grondwet weer tot leven te wekken, desnoods in de vorm van een nieuw verdrag met een soortgelijke inhoud. Sarkozy had zijn kiezers al eerlijk voorgehouden dat zij geen nieuw referendum tegemoet konden zien, maar dat het allemaal wel een beetje minder kon. De Britse premier Tony Blair had zijn eigen referendum kunnen intrekken na het Nederlandse en Franse 'nee' en was ingenomen met wensen uit andere EU-landen die aanstuurden op minder Brusselse pretenties. Londen en Parijs waren dus bondgenoten. Berlijn, de EU-voorzitter van dat moment, moest de wensen van Nederland en Frankrijk verkopen aan de meerderheid van EU-landen die al met de afgewezen Grondwet akkoord waren gegaan. En in Warschau? Daar regeerden de onvoorspelbare gebroeders Kaczynski. Die konden met hun eurosceptische houding mogelijk een bondgenoot zijn, maar konden het spel evengoed in de war gooien. De Polen dienden een lesje te krijgen in effectief onderhandelen in Europa.

Tony Blair leek zijn ideeën nog niet helemaal op een rijtje te hebben toen Balkenende en Timmermans op 16 april 2007 bij hem op bezoek kwamen. Ze waren het onderling wel snel eens: er moest hoe dan ook een 'gewoon' verdrag komen, zo een waar noch in Nederland, noch in het Verenigd Koninkrijk een speciaal referendum voor hoefde te worden gehouden. Sarkozy steunde de Nederlandse wensen, of zou ze in elk geval niet tegenwerken.

 

 

Opt-outs
Wat de Britten, de Spanjaarden en ook de Scandinaviërs intussen verbaasde, was dat Nederland voor zichzelf geen voorwaarden stelde. Waarom kozen ze er niet voor om wat minder eisen aan de rest te stellen en gewoon wat uitzonderingen voor zichzelf te bedingen? Zo waren eerder immers ook de Denen, en in mindere mate de Ieren, na referenda bediend. Dergelijke suggesties werden door Timmermans en Balkenende steeds met verontwaardiging van de hand gewezen. Nederland was immers een founding father van Europa. Geen denken aan dat Nederland zich in dezelfde liga wilde begeven als landen als Denemarken of het Verenigd Koninkrijk, die zich via eigen uitzonderingen, zogeheten opt-outs , het recht voorbehielden om op onderdelen beperkt aan Europa mee te doen. Het aloude Europese idealisme van vooral het katholieke deel van het CDA van Balkenende en de Europese gedrevenheid op het Haagse ministerie van Buitenlandse Zaken waar oud-diplomaat Timmermans opgroeide, maakte de gedachte aan een of meer opt-outs voor Nederland alleen al onverdraaglijk.

Het illustreert dat de Haagse Europa-koers ook na het referendum niet wezenlijk was veranderd. Buitenlandse Zaken is er trouwens toch heel aardig in geslaagd om de aanvallen op zijn Europese monopolie binnen Den Haag van zich af te slaan. Zelfs na het landelijke 'nee', dat dit ministerie stevig werd aangerekend. Suggesties van Binnenlandse Zaken en de Raad van State om de premier het Nederlandse Europa-beleid voor zijn rekening te laten nemen, belandden in de la. Buitenlandse Zaken zette, naast de coalitiepartijen, de toon van de Nederlandse inzet bij de verdragsonderhandelingen. In dat opzicht is alles, ook na het overdovende 'nee', in het Haagse Europa-beleid business as usual .

In juni 2007 werden de contouren van het nieuwe 'Hervormingsverdrag' in Brussel vastgesteld. Balkenende toonde zich opgetogen. De Grondwet was nog steeds dood, en nu was er een gewoon verdrag. Al een paar dagen later vroeg Timmermans aan de Raad van State om een oordeel te vormen. Daar lag dat verzoek overigens helemaal niet zo lekker. Menige Staatsraad vond dat zijn eerbiedwaardige orgaan werd gebruikt om de argumenten te leveren om maar geen nieuw referendum te hoeven houden. Niettemin concludeerde het hoogste adviesorgaan van de regering dat, anders dan in 2005, een referendum nu niet in de rede lag. Het advies van de Raad van State werd op Buitenlandse Zaken meteen vertaald, zodat er tot in het Britse Hogerhuis naar kon worden verwezen dat ook dit 'onafhankelijke' Nederlandse adviesorgaan een referendum niet nodig vond.

Op 21 september deed de ministerraad er nog een schepje bovenop. Blijkens de geheime notulen spraken de bewindslieden af dat zij 'geen medewerking' zouden verlenen aan 'de bekrachtiging van een eventueel initiatiefvoorstel' om een referendum te houden over het nieuwe verdrag, dat overigens pas een maand later zou rondkomen. Anders gezegd: ook al zou er een Kamermeerderheid komen - gegeven de positie van de PvdA en wellicht ook de VVD niet volstrekt ondenkbaar - dan nog zou de benodigde wet er nooit komen. Een paar dagen later legde ook de PvdA in de Tweede Kamer zich bij deze werkelijkheid neer.

 

 

Eenrichtingsverkeer
Kort voor Pasen lag het Verdrag van Lissabon dus bij de Tweede Kamer. Volgens het kabinet kan dat verdrag niet worden gebruikt om Europa stiekem verder uit te bouwen, zoals zowel Rouvoet en Bos - net als de SP en anderen - vreesden. Nieuwe landen moeten aan striktere voorwaarden voldoen, al komt het woord 'Turkije' in de stukken niet voor. Nieuwe Europese bevoegdheden (klimaat, immigratie) worden verdedigd, omdat daar onder de Nederlandse bevolking draagvlak voor zou bestaan. Het kabinet zal nog meer energie steken in 'communicatie' over Europa.

EU-staatssecretaris Timmermans liet kort na de ondertekening van het verdrag, in december, al blijken dat die 'communicatie' vooral eenrichtingsverkeer dient te zijn. De burgers van Nederland zullen er, zo zei hij op de televisie, maar aan 'moeten wennen' dat er een Europese overheid is, net zoals er ook een nationale en een gemeentelijke overheid is. Via het onderwijs zal ook de kinderen van Nederland duidelijk worden gemaakt dat zij niet alleen Nederlanders, maar ook Europeanen zijn.

Een kleine drie jaar na het 'nee' tegen een Europese Grondwet lijkt zo de rust weergekeerd. Niemand trad af, Haagse bevoegdheden werden niet herzien, de hoofdlijn van de Nederlandse koers in Europa bleef onaangetast, al werd een lichte tendens naar 'minder Europa' zichtbaar. Jan Peter Balkenende en Frans Timmermans, beiden eerder ijveraar voor de oude Grondwet, mochten de klus klaren. De PvdA legde zich er, al is het dan knarsetandend, bij neer dat er geen nieuw referendum mag komen. Maar de PvdA heeft voor alle zekerheid alvast een zwaargewicht - Jan Pronk - ingezet om de uitslag bij de Europese verkiezingen van volgend jaar binnen de perken te houden. Van de kant van de ChristenUnie wordt opmerkelijk weinig weerstand waargenomen, terwijl deze partij drie jaar geleden nog ageerde tegen de Grondwet. En Jan Peter Balkenende, die heeft zijn statuur, althans in het Europese buitenland, van een vers verfje voorzien.

 

 


Kader bij artikel:

Vijftig jaar Grondwet
Opkomst en voortgang van een verdrag

1957 Akkoord over Verdrag van Rome , de basis voor de Europese Economische Gemeenschap (EEG)

1991 Akkoord over Verdrag van Maastricht , basis van de Europese Unie

1997 Akkoord over Verdrag van Amsterdam

December 2000 Akkoord over Verdrag van Nice

December 2001 In Laken, bij Brussel, spreken de Europese regeringsleiders af dat er onder leiding van de Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing een 'conventie' zal komen die de basis legt voor een nieuw Europees verdrag . Late kandidatuur van premier Wim Kok voor de functie van Giscard strandt.

Juli 2003 Giscards Conventie komt met Grondwet voor Europa . Voor Nederland namen oud-minister Hans van Mierlo (D66; later oud-staatssecretaris Gijs de Vries, VVD) en de Kamerleden Frans Timmermans (PvdA), Hans van Baalen (VVD), René van der Linden (CDA), Wim van Eekelen (VVD) en Jan Jacob van Dijk (CDA) deel aan de Conventie. Nederlandse inzet wordt als warrig en weinig succesvol gekenschetst.

Juni 2004 Regeringsleiders van de Europese Unie worden het eens over de Europese Grondwet . Premier Jan Peter Balkenende dwingt te elfder ure af dat het vetorecht over de Europese meerjarenbegroting intact blijft. Nederland poogt vergeefs te voorkomen dat de Europese Raad, de machtige club van regeringsleiders, vaste voorzitter krijgt.

Juni 2005 Na de Fransen zeggen ook de Nederlanders in meerderheid nee tegen de Europese Grondwet . Volgens het kabinet is de Grondwet 'dood'. De meeste andere landen die een referendum zouden houden, zetten de procedure stil. In de Brusselse wandelgangen wordt gespeculeerd dat in 2007 kan worden gepoogd de Grondwet weer tot leven te wekken, na presidentsverkiezingen in Frankrijk en verkiezingen in Nederland. Europese leiders spreken 'bezinningsperiode' af van een jaar.

December 2005 Akkoord over nieuwe meerjarenbegroting voor de EU . Nederland krijgt korting van 1 miljard euro per jaar.

Juni 2006 Duitsland, EU-voorzitter in voorjaar 2007, krijgt van de Europese leiders opdracht in dat voorjaar de Europese Grondwet te laten herleven . PvdA-leider Wouter Bos zegt dat als het volgende verdrag lijkt op de oude Grondwet, er weer een referendum moet komen.

Juni 2007 Europese leiders worden het eens over de gedetailleerde contouren van een nieuw 'gewoon' Europees Verdrag , dat qua inhoud goeddeels hetzelfde is als de afgewezen Grondwet, maar er anders uitziet en geen 'Grondwet' meer heet. Nieuw kabinet-Balkenende heeft intensief gelobbyd voor een 'gewoon' Verdrag, zonder 'grondwettelijke' kenmerken.

September 2007 Raad van State zegt dat er geen reden is om weer een referendum te houden. Kabinet spreekt in het geheim af eventueel referendum te blokkeren. PvdA-fractie in de Tweede Kamer slikt het niet- houden van een referendum.

Oktober 2007 Definitief akkoord over nieuw Verdrag .

December 2007 Ondertekening van nieuwe 'Verdrag van Lissabon' . Tweede Kamer in meerderheid tevreden.

20 maart 2008 Kabinet-Balkenende stuurt Invoeringswet voor het Verdrag van Lissabon naar Tweede Kamer. Het kabinet hoopt ratificatie in de zomer rond te hebben. Vijf partijen (SP, PVV, GL, D66 en PvdD) proberen in Nederland referendum te houden. SGP'er Kees van der Staaij bereidt wetswijziging voor die voorschrijft dat verdragen als deze voortaan met tweederde meerderheid moeten worden aangenomen. Haalt dat voorstel het, dan kan het pas op langere termijn - uitbreiding met Turkije - worden toegepast.

 

 

Kader bij artikel:

Geven en nemen
Het 'nee' van Nederland en het 'ja' van andere EU-lidstaten dwongen premier Balkenende toto omzichtig manoeuvreren
Balkenende II had de Europese Grondwet 'dood' verklaard, maar Balkenende IV kreeg in Europa te maken met een meerderheid van landen die de Europese Grondwet al hadden goedgekeurd. Wat te doen?

1 Geen nieuw referendum Een harde eis van CDA-leider Jan Peter Balkenende aan de aanstaande coalitiepartners PvdA en ChristenUnie. Balkenende had in Europa veel geld teruggehaald onder druk van het nee-referendum. Hij kon niet weer met een 'nee' aankomen. Ook zijn binnenlandse carrière kon stranden. Verlies voor PvdA-leider Wouter Bos. Die had een nieuw referendum beloofd als het nieuwe Verdrag maar enigszins op de afgewezen Grondwet zou lijken. Dat komt er naar alle waarschijnlijkheid niet.

2 Een nieuw Verdrag , dat althans in eigen land als 'heel anders dan de Grondwet' kon worden verkocht. Nodig om tweede referendum te voorkomen. Handreiking van Balkenende aan Wouter Bos en aan CU-leider André Rouvoet. Die had in 2005 nog hartstochtelijk voor afwijzing Europese Grondwet gepleit. Dit idee werd gedeeld of kreeg de steun van nieuwe Franse president Nicolas Sarkozy en de vertrekkende Britse premier Tony Blair. Resultaat: Verdrag is uiterlijk aangepast. De regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie - en de VVD - gaan zonder referendum akkoord met het Verdrag.

3 Volkslied en vlag schrappen Handreiking aan 'nee'-partijen, zoals de ChristenUnie, maar ook aan de SP, die waarschuwde voor een 'superstaat'. Het voorstel kreeg passieve steun van onder meer Londen en Parijs. Gelukt.

4 Extra macht voor Eerste en Tweede Kamer in Europese zaken Handreiking aan het Nederlandse parlement, dat met het weggeven van macht aan Brussel en Straatsburg samen met andere nationale parlementen een uitgebreide noodrem zou krijgen. Ook belangrijk om de VVD binnenboord te houden. Voorstel leidde tot ergernis bij Duitse kanselier Angela Merkel en Belgische premier Guy Verhofstadt, maar kreeg steun van Scandinavische landen, Londen en Parijs. Gelukt, al is het zeer onzeker of de nieuwe bevoegdheden ooit zullen worden verzilverd.

5 Duidelijker aangeven wat Europa wel en niet mag Handreiking aan 'nee'-partijen, dus belangrijk voor André Rouvoet. Ook belangrijk voor Wouter Bos, die eerder niet alleen een nieuw referendum toezegde, maar ook sluipende uitbreiding met nieuwe Europese bevoegdheden vreesde. Het voorstel kreeg steun, of werd gedeeld door Scandinavische landen, Londen en Tsjechische premier Mirek Topolánek en ondervond begrip in Parijs. Deels gelukt.

6 Volkshuisvesting, onderwijs, zorg en pensioenen niet blootstellen aan Europese marktregels Afkomstig van een PvdA-werkgroep, ingesteld na het verloren referendum. Past echter ook in de visie van CDA, ChristenUnie en SP. Vooral een Nederlandse wens, passief gesteund door Parijs. Gelukt, al valt te bezien of het praktisch veel zal voorstellen.

 

7 Rem op de Europese uitbreidingen Een poging om burgers tegemoet te komen, want het 'nee' was mede gestoeld op recente uitbreidingen en het perspectief dat Turkije EU-lid kon worden. Leeft ook sterk bij CDA en vooral ChristenUnie. Londen was hiertegen, maar het idee kon in Berlijn en Parijs op begrip en steun rekenen. Resultaat: enigszins. Van groter belang: het uitbreidingsenthousiasme in Europa, met name richting Turkije, is sowieso geluwd.

 

8 Nieuwe Europese bevoegdheden rond energie, klimaat, immigratie en terrorisme Omstreden conclusie uit internet-enquête onder de bevolking, gehouden door Buitenlandse Zaken, dat burgers dit zouden willen, dan wel zouden 'begrijpen'. Milieu-aspecten sloten aan op nieuw Regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie. Milieu, energie en klimaat leefden toch al sterk bij de 'oude', continentale EU-landen. Gelukt.

 

9 Handvest Mensenrechten niet in het Verdrag Waren ook eerdere kabinetten tegen. Kon rekenen op steun in Londen, bij de Poolse premier Jaroslaw Kaczynski en de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt. Verdrag verwijst naar Handvest. Praktische betekenis van dit Nederlandse succes waarschijnlijk nihil.

10 'Hoge Vertegenwoordiger': geen Europese 'minister' van Buitenlandse Zaken Vooral belangrijk voor CDA-minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken. Kreeg steun van de Britten en passieve steun in Parijs. Gelukt.

 

Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie