vrijdag 25 mei 2012

Tags

Weekblad

Olympische spelen: Op naar Peking!

woensdag 16 april 2008 14:56

Het is moeilijk om niet met een zeker leedvermaak de martelgang van de olympische fakkel te volgen. De organisatoren hadden een grootse manifestatie voor ogen, een indrukwekkende, 137.000 kilometer lange tocht van Athene naar Peking langs vijf continenten en twintig wereldsteden. Maar overal ter wereld belagen boze demonstranten de arme fakkeldrager om op die manier uiting te geven aan hun verontwaardiging over de schendingen van mensenrechten door China.

Die verontwaardiging is goed te begrijpen. China neemt het niet zo nauw met de mensenrechten en houdt huis in Tibet. In het Westen bestaat de neiging het oude Tibet te idealiseren en te vergeten dat de dalai lama's in het verleden als seksistische tirannen heersten. Maar dat neemt niet weg dat het optreden van de Chinezen veroordeeld dient te worden.

Nu wordt vaak beweerd dat het aanwijzen van de Chinese Volksrepubliek als locatie voor de Olympische Spelen van 2008 geen gelukkige keuze was. Dat valt nog te bezien. Juist door alle aandacht voor het sportieve evenement krijgen we enorm veel informatie over het land. En dus ook over de minder positieve kanten. Dat is alleen maar winst.

Demonstraties tegen mensenrechtenschendingen zijn en blijven waardevol. De demonstranten bij de fakkeltocht brengen de Chinese dictators in verlegenheid. Tegelijkertijd tonen zij dat het Westen vrijheid van meningsuiting kent. Maar het oproepen tot een boycot heeft geen enkele zin. Als sporters niet naar de Spelen gaan, zal China zijn politieke koers heus niet bijstellen. Het is te machtig en eigenzinnig om zich iets aan te trekken van (morele) druk van buitenaf. Zelfs de dalai lama is een tegenstander van een boycot van de Spelen.

Een minder ingrijpende maatregel is het demonstratief wegblijven van de openingsceremonie. Premier Jan Peter Balkenende (CDA) zou kunnen laten zien dat zijn hart op de goede plaats zit en dat de Nederlandse regering de mensenrechten wil bevorderen, door niet op de tribune plaats te nemen als de Spelen officieel beginnen. Maar wat heeft dat voor zin? Dat zou slechts machteloze symboolpolitiek zijn. Ongeloofwaardig bovendien, want de economische contacten blijven - terecht - bestaan. Waarom moeten sporters en ministers thuisblijven als Nederlandse zakenmensen gewoon handel drijven met Chinezen?

Isolement leidt doorgaans alleen maar tot verstarring. Als westerlingen willen bijdragen aan de democratisering en modernisering van China, moeten ze het land niet links laten liggen. Nee, ze moeten er juist in groten getale naartoe trekken om de Chinezen te laten kennismaken met de westerse levensstijl en ze te besmetten met fatsoen en vrijheidszin.

Sporters en politici kunnen maar beter het goede voorbeeld van verstandige zakenlui volgen. Op naar Peking!

Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie