vrijdag 25 mei 2012

Tags

Weekblad

Brandstof - Schrikken aan de pomp

woensdag 7 mei 2008 15:05

Afgelopen week steeg de prijs van benzine naar de recordhoogte van 1,60 euro per liter. Een liter diesel kwam uit op 1,35 euro - ook een record. Voor een tank benzine moeten automobilisten 64 euro neertellen: dat is bijna 20 euro meer dan vijf jaar geleden. Alleen al sinds afgelopen januari werd een tankbeurt voor benzinerijders ruim 4 euro duurder, meldt consumentenorganisatie UnitedConsumers. Pomphouders schreeuwen moord en brand. Ze zouden zelfs worden bedreigd door boze automobilisten. Die hoge prijzen zijn, zo beweren de pomphouders, de schuld van de overheid. Die zou via belastingen op brandstof haar zakken vullen. Maar is dat zo?

 

Inkoopprijs
De prijs die automobilisten aan de pomp betalen voor een liter brandstof bestaat uit drie componenten: de inkoopprijs die de pomphouder betaalt, zijn marge en belastingen. Schommelingen in de brandstofprijs worden meestal veroorzaakt door veranderingen van de inkoopprijs, die afhankelijk is van de internationale productnotering van benzine en diesel. Deze wordt in Londen bepaald op basis van vraag en aanbod.

De afgelopen jaren is de wereldwijde vraag naar brandstof rap toegenomen. China en India hebben zich ontpopt als ware brandstofslurpers. De toenemende vraag uit deze landen naar benzine en diesel drijft de prijzen op de internationale brandstoffenmarkt op. De prijsvorming is ook seizoensgebonden. Vooral vanuit de Verenigde Staten is de huidige vraag groot, omdat voorraden worden opgebouwd voor het vakantieseizoen.

De prijzen van brandstoffen zijn niet rechtstreeks gekoppeld aan de prijs van hun grondstof, ruwe olie. Sinds begin vorig jaar, toen olie circa 60 dollar per vat kostte, is de olieprijs bijna verdubbeld. Voor brandstof geldt dat niet - begin 2007 kostte een liter benzine circa 1,35 euro. De prijs van ruwe olie beïnvloedt de brandstofprijs echter wel. Als de olieprijs op de lange termijn stijgt, gaat ook de benzineprijs omhoog.

Omdat benzine en diesel worden verhandeld in Amerikaanse dollars, is ook de dollarkoers van invloed op de prijs van een tankbeurt. Omdat de dollar nu ruim 15 procent lager staat dan begin vorig jaar, valt een deel van de prijsstijging van ruwe olie weg.

 

Marge
Iedere pomphouder mag zelf bepalen wat hij vraagt voor een liter benzine, maar de prijzen bij verschillende tankstations ontlopen elkaar weinig. Ze kopen tegen ongeveer dezelfde prijzen in, moeten evenveel belasting afdragen en houden ruwweg dezelfde marge aan.

De marge voor pomphouders bedraagt volgens oliemaatschappij Shell gemiddeld 13,5 cent per liter, ongeacht de benzineprijs. Na aftrek van de kosten voor onder meer distributie, de huur van een station, personeel en marketing blijft per liter ongeveer 1 tot 1,5 cent brutowinst over.

Belasting
Over elke getankte liter benzine of diesel int de overheid drie verschillende belastingen. Door het grote aandeel van deze heffingen behoren de Nederlandse brandstofprijzen tot de hoogste ter wereld.

Ten eerste is er de voorraadheffing van 0,5 cent per liter. Uit deze heffing worden de exploitatiekosten voor het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten betaald. Dit orgaan is verantwoordelijk voor een deel van de olievoorraden die Nederland op grond van internationale afspraken verplicht is aan te houden. Oliemaatschappijen houden het andere deel aan.

Van de opbrengst van elke liter benzine gaat 69 cent aan accijns naar de schatkist. Voor diesel is dit 38 cent. De accijns blijft in principe steeds een jaar gelijk. Dit jaar verandert de heffing op benzine niet; die op diesel gaat per 1 juli omhoog naar 41 cent per liter.

Over de totale prijs van een liter benzine - de kale prijs die de pomphouder rekent, de voorraadheffing en de accijns - wordt nog eens 19 procent aan belasting toegevoegde waarde (btw) geheven. De totale belastingdruk komt daarmee bij de hoge literprijs van nu (1,60 euro) uit op 95 cent.

Als de brandstofprijzen stijgen, blijven de opbrengsten uit accijns en de voorraadheffing gelijk. Relatief betalen automobilisten dan dus minder belasting. Wel valt de btw in dat geval hoger uit. Op het oog profiteert vooral de schatkist van hogere brandstofprijzen. Maar volgens het ministerie van Financiën wordt bijna de helft van de brandstof zakelijk gebruikt. De btw daarover mag worden afgetrokken. Verder geldt dat consumenten elke euro één keer kunnen uitgeven: als ze meer kwijt zijn aan brandstof, dan geven ze minder uit aan andere zaken. De inkomsten uit btw blijven daardoor nagenoeg gelijk.

De overheid profiteert niet het meest van de hoge prijzen, zoals pomphouders beweren. De winnaars zijn de olieproducenten.

 

 

 

Elsevier Boeken

advertentie






Nieuwsbrief

advertentie