Algemeen

Wim Kok: bezuiniger tegen wil en dank

Oud-vakbondsleider Wim Kok begon als nieuweling op het terrein van financieel beleid aan zijn ministerspost
Oud-vakbondsleider Wim Kok begon als nieuweling op het terrein van financieel beleid aan zijn ministerspost

PauldeHen door Paul de Hen

Dr. W. Kok (1938). Minister van Financiën van 7 november 1989 tot 22 augustus 1994. Lid van de PvdA, opgeleid op Nijenrode.

Wim Kok maakte een carrière van vakbondsmedewerker via voorzitter van de FNV tot PvdA-leider, werd minister en ten slotte premier van twee achtereenvolgende kabinetten. Er zijn meer vakbondsmensen de politiek ingegaan, maar geen ander werd een zo prominente politicus.

Rode familie
Kok groeide op in een arbeidersmilieu in Bergambacht, Zuid-Holland. Zijn vader werkte als timmerman in een timmerfabriek en was een betrokken lid van de ‘rode familie’. Dat wil zeggen dat hij lid was van een bij het toenmalige NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) aangesloten vakbond, van de sociaal-democratische partij, en van de VARA.

Zijn zoon leek voor iets heel anders te kiezen. Wim ging na de mulo en hbs (nu vmbo-t en vwo) in 1956 naar Nijenrode, in die jaren een ‘opleidingsinstituut voor het buitenland’ met een tweejarige opleiding voor hogere internationale commerciële functies.

Maar nadat Kok acht maanden bij de handelsonderneming Sembodja Malaja in Amsterdam had gewerkt, stapte hij in 1961 over naar de Bouwbond NVV. Daar werd hij assistent internationaal medewerker. In datzelfde jaar werd hij ook lid van de PvdA.

Hoofdbestuur
Binnen de Bouwbond werd Kok in 1967 secretaris. Dat een beleidsmedewerker zo snel overstapte naar het hoofdbestuur was destijds ongewoon. Meestal werd je pas hoofdbestuurder na een lange loopbaan die op de werkvloer in het bedrijfsleven was begonnen.

In 1969 werd Kok een van de secretarissen van de vakcentrale NVV, op initiatief van NVV-voorzitter André Kloos.

Najaar 1972 breekt in het NVV een ernstige crisis uit. Kloos’ opvolger Harry ter Heide, een econoom, krijgt bij de machtige Industriebond, een voorloper van FNV Bondgenoten, geen steun voor een op loonmatiging gericht centraal akkoord met werkgevers en overheid. Ter Heide treedt direct af als voorzitter.

Kok is dan net tweede vicevoorzitter van de vakcentrale. Adri de Boon, eerste vicevoorzitter, wil niet voor lange tijd het voorzitterschap overnemen. Dus wordt Kok in 1973 NVV-voorzitter. Hij is net geen 35 jaar. Over het centraal akkoord is dan al een compromis gesloten.

Fusie
Na de fusie in 1976 tussen het NVV en de katholieke vakcentrale NKV wordt Kok voorzitter van de nieuwe vakcentrale FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging). Als voorzitter van een vakcentrale met machtige en in die tijd soms radicale aangesloten bonden bedrijft Kok jarenlang evenwichtskunsten.

Hij oefent er een bestuursstijl uit waarin afwachten en anticiperen een belangrijke rol speelde, zo blijkt uit Wim Kok, 15 jaar vakbeweging van de journalisten Frans Nypels en Kees Tamboer (1985).

Protestacties
In de jaren van de kabinetten-Den Uyl, -Van Agt en -Lubbers I heerste er veel sociale onrust. Herhaaldelijk werden loonmaatregelen afgekondigd die de vrijheid van de cao-onderhandelingen inperkten. Er werden grote protestacties georganiseerd waarbij Kok als FNV-voorzitter voorop liep.

Maar ook speelde hij aan vakbondskant de hoofdrol bij het zogenoemde Akkoord van Wassenaar, eind 1982. Om de economische crisis waarin Nederland was geraakt het hoofd te bieden, spraken vakbeweging en werkgevers loonmatiging af in ruil voor werktijdverkorting.

In de volgende jaren was de verhouding met werkgevers en de overheid overigens verschillende keren opnieuw gespannen.

Fractieleider
Na een hersenvliesontsteking in 1984 besloot Kok het volgende najaar de FNV te verlaten. Op verzoek van de toenmalige PvdA-leider Joop den Uyl, die hem ook in 1982 al eens had gepolst, stelde hij zich bij de verkiezingen van mei 1986 kandidaat voor de Tweede Kamer.

Het doel was om Den Uyl op te volgen als partij- en fractieleider. Dat gebeurde al dezelfde zomer.

De PvdA had vijf zetels gewonnen, maar bleef net iets kleiner dan het CDA, dat vervolgens verder regeerde in de coalitie met de VVD. Toen Lubbers II na een crisis in de VVD viel, vormde premier Ruud Lubbers (CDA) zijn derde kabinet. Dit keer met de PvdA. Daaraan gingen lange onderhandelingen vooraf.

Nieuweling
Pas op 7 november 1989 werd Kok vicepremier en minister van Financiën. Hij was een nieuweling op het terrein van financieel beleid. Maar Kok had de keuze zelf gemaakt, hoewel het hem in een lastige positie ten opzichte van 'zijn' partijgenoten binnen het kabinet kon brengen - zoals later bleek toen er fors moest worden bezuinigd.

Kok verweet zijn voorganger Onno Ruding dat die de belastingontvangsten in 1989 te hoog had geschat. In elk geval waren er tegenvallers, ondanks het krachtige herstel van de economische groei: 4,4 procent meer bruto binnenlands product (bbp) in 1989, 4,2 procent meer in 1990.

De belastingontvangsten in 1990 vielen lager uit dan geraamd - de begroting was nog onder verantwoordelijkheid van Ruding opgesteld. Het financieringstekort volgens de toenmalige definitie kwam niettemin door een terughoudend kasbeleid uit op het afgesproken niveau van 5,25 procent van het netto nationaal inkomen.

Groei
Het CDA-PvdA-kabinet had echter de ambitie om flink te gaan uitgeven. Het wilde geld steken in ‘de gezondheidszorg, de criminaliteitsbestrijding, de werkgelegenheid, het milieu, sociale vernieuwing en in een evenwichtige inkomensverdeling’.

Tegelijkertijd wilde Lubbers III het financieringstekort in stappen verder terugbrengen, tot 3,25 procent van het nationaal inkomen in 1994. Financiële ruimte zou ontstaan door te snijden in de defensieuitgaven – in 1989-1990 eindigde de Koude Oorlog.

Ook was gedurende de kabinetsperiode een economische groei voorzien van gemiddeld 2,5 procent per jaar.

Tussenbalans
Begin 1991 bleken de financiële vooruitzichten ernstig verslechterd door de Eerste Perzische Golfoorlog en de kosten van de hereniging van Duitsland. Onder meer steeg de rente die de overheid moest betalen op leningen en viel de economische groei ernstig tegen. Er werd besloten tot een grote ingreep.

Deze zogenoemde Tussenbalans bestond uit maatregelen die uiterlijk in 1994 moesten hebben geleid tot een besparing van 17 miljard gulden (7,7 miljard euro). Bijna 12,8 miljard betrof bezuinigingen, waaronder lagere subsidies en een extra huurverhoging.

De rest bestond uit een lastenverzwaring en het niet doorvoeren van een geplande btw-verlaging.

Accijnsverhoging
Kok wilde geen omvangrijke belastingverhoging. Een verhoging van het eigenwoningforfait diende om woningbezitters gelijk te behandelen als huurders, die meer huur moesten gaan betalen.

Het zogenoemde kwartje van Kok, een accijnsverhoging op benzine en diesel, werd verdedigd als rem op het autogebruik, nu in de Tussenbalans de kosten van het openbaar vervoer werden verhoogd.

Tezelfdertijd werd de belastingvrije voet verhoogd, dat was dus een lastenverlichting.

Het kabinet gaf zelf toe dat de Tussenbalans onvoldoende was om het rijkstekort in 1994 op de gewenste 3,25 procent van het netto nationaal inkomen te brengen, maar meer werd niet haalbaar geacht.

Uiteindelijk was de stand in 1994 een tekort van 3,6 procent. Het overheidstekort volgens de huidige definitie daalde onder Koks bewind op het ministerie van Financiën van 5,3 procent van het bruto binnenlands product in 1990 tot 3,5 procent in 1994.

WAO-ingreep
Boven op de problemen tot de Tussenbalans kwam in de zomer van 1991 het besluit om in te grijpen in de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO. Afgesproken in het Regeerakkoord was dat het aantal WAO-gerechtigden niet verder mocht groeien. Maar de cijfers wezen op nieuwe groei, dus was een maatregel nodig.

De CDA-Kamerfractie eiste bovendien wegens de verslechterde economische toestand dat de koppeling tussen cao-lonen en sociale uitkeringen opnieuw werd doorbroken.

Vooral de WAO-ingreep leidde tot ernstige onrust in de PvdA. Kok, die later heeft erkend dat hij een moment ‘radeloos’ is geweest, stelde de vertrouwenskwestie en dwong daarmee instemming van het partijcongres af.

Euro
In 1992 was Kok als minister nog betrokken bij het Verdrag van Maastricht, dat onder meer de eerste stap vormde naar de invoering van de euro.

De verkiezingen van 1994 verliepen niet erg gunstig voor Kok. De PvdA verloor opnieuw (twaalf zetels), maar minder dan het CDA (twintig zetels). Zo werd Kok premier van het eerste kabinet sinds 1918 waar de christen-democraten geen deel van uitmaakten.

In 2003 kreeg Kok een eredoctoraat van zijn inmiddels tot universiteit uitgebouwde leerschool Nijenrode. Hij adviseerde verscheidene keren de Europese Commissie en is op dit moment commissaris van diverse grote ondernemingen.

Wim Kok: bezuiniger tegen wil en dank

Paul de Hen

Dr. Paul de Hen (1946) is medewerker van Elsevier.

Tags

zie ook

31 reacties

  • 0 0

    Bespaar ons a.u.b. de levensloop van graaier en vernachelaar Wim Kok.
    Laat hem eerst maar eens het beruchte kwartje terug geven (desnoods uit zijn rijk gevulde zakken).
    De vakbondsman.
    Laat me niet lachen.
    Een echte PVDAer.

  • 0 0

    Kok is het prototype van de ware PvdAer! Rood als een kreeft maar geld maakt hem heel gelukkig, vooral als het in zijn eigen zak komt, dan verloochend hij alles en iedereen. Hypocriet en eigenbelang, dat is de ware PvdA.

  • 0 0

    Waarom dit artikel over Kok?

    Eén van de vele voorbeelden waarom je niet op de PvdA moet stemmen?

    Iets anders kan ik niet bedenken, moet ik zeggen.

  • 0 0

    Daar zaten we nou echt op te wachten, het CV van de draaiende super-graaier en kaviaar-socialist Wim Kok, de pathologische europatische en opvallend laffe weg-met-ons Premier (Verdrag van Maastricht, Sebrenica-debakel en politieke moord op Fortuyn), een van de eerste ondemocratische verraders die ons land, onze cultuur en onze soevereiniteit en nu dan onze welvaart verkwanselden aan het vervloekte EU-gedrocht (aan Deutschland en La France dus) en aan de maatschappij-verrijkende Islam..

  • 0 0

    U bent nog vergeten te vertellen dat het kabinet Kok-Lubbers in de jaren negentig 35 MILJARD GULDEN uit het ABP pensioenfonds hebben GESTOLEN om de gaten in de begroting te dichten die ze zelf hebben veroorzaakt. WAAROM word dit steeds VERZWEGEN?????
    En de ELITE heeft zelf hun zakken flink gevuld , zoals PVDA, CDA en VVD elite van de politiek