buitenland

Amerika neemt wraak op Syrië voor gifgasaanval

Door Berend Sommer - 07 april 2017

Het Amerikaanse leger heeft donderdagnacht raketten afgeschoten op een Syrische legerbasis. Dit is een reactie op de gifgasaanvallen die het Syrische leger uitvoerde op de Noord-Syrische provincie Idlib, waarbij tientallen slachtoffers vielen.

Het is de eerste keer sinds het begin van de Syrische burgeroorlog dat het Amerikaanse leger doelen van de regering van president Bashar al-Assad onder vuur neemt. Het Pentagon verklaarde dat het leger vanaf de Middellandse Zee 59 Tomahawk-raketten heeft afgevuurd op de militaire vliegbasis Al Shayrat, ten oosten van de Syrische stad Homs. De beoogde doelen waren Syrische gevechtsvliegtuigen, oorlogsapparatuur, munitie- en brandstofdepots. Volgens persbureau AFP vielen bij de aanval zes doden.

‘Aanval geslaagd’

Meer nieuws, elke dag in je inbox? Meld je aan voor Elseviers nieuwsbrief >>

Een woordvoerder van het Amerikaanse leger verklaarde dat de aanval is geslaagd: de inslag van de raketten zou een aantal vliegtuigen hebben vernietigd en beschadigd. Dit zou de inzet van chemische wapens belemmeren.

De Amerikaanse president Donald Trump verklaarde tijdens een persconferentie dat het voor de Verenigde Staten van levensbelang is om het gebruik van chemische wapens hard af te straffen. Hiermee breekt Trump met het beleid van voorganger Barack Obama, die zeer terughoudend was met ingrijpen in het Midden-Oosten.

Volgens Trump bestaat er geen twijfel dat Syrië achter de gifgasaanval van afgelopen dinsdag zat, een lezing die door Rusland, bondgenoot van Syrië, wordt betwist. ‘Eerdere pogingen om het gedrag van Assad te veranderen, faalden dramatisch,’ zei de Amerikaanse president. Trump deed een oproep aan alle ‘beschaafde naties’ om te helpen het bloedvergieten in Syrië te stoppen. Opmerkelijk is dat Trump donderdagochtend nog zei te zullen wachten met het nemen van een besluit. Dat zou erop kunnen wijzen dat de Amerikanen met deze snelle reactie een verrassingselement voor ogen hadden.

Ingelogde abonnees van Elsevier kunnen reageren.