Syp Wynia Syp Wynia

Heeft Rutte de populistische golf gestopt? Dat is te makkelijk

Door Syp Wynia - 16 maart 2017

De VVD, die de afgelopen jaren onder Rutte nauwelijks te onderscheiden was van D66, zal na de verkiezingszege meer moeite moeten doen om de omvangrijke rechterkant van het electoraat te behagen, schrijft Syp Wynia. De kans dat de Turkse president Erdogan de VVD nog eens op een cruciaal moment te hulp schiet, is immers niet groot.

‘Het kabinetsbeleid is beloond,’ zei Mark Rutte nadat was gebleken dat zijn VVD afgetekend de grootste partij was geworden. In werkelijkheid verloor de regeringscoalitie van VVD en PvdA bijna de helft van haar Kamerzetels. Niet eerder in de Nederlandse parlementaire geschiedenis werd een regeringscoalitie naar verhouding zo zwaar afgestraft.

En dat ondanks de electorale opsteker – voor Rutte, althans  – van de Turkije-rel. Zonder die diplomatieke crisis vlak voor de verkiezingen had de uitslag voor de coalitie nog genadelozer kunnen zijn.

PvdA in diepe rouw

Voor de VVD is het tenminste nog een ‘overwinningsnederlaag’, maar de PvdA werd in diepe rouw gestort. Met 9 zetels haalde de PvdA de slechtste score uit haar geschiedenis. De PvdA moet het bovendien meer dan enige andere partij van 65-plussers hebben, wat het beeld van de PvdA als sterfhuis nog eens versterkt.

Onder Diederik Samsom verloor de PvdA definitief het vertrouwen als de partij die borg staat voor sociale zekerheid. Nadat eerst de arbeiders al naar elders trokken, liepen ook veel allochtonen bij de PvdA weg, wat de geboorte van DENK (drie zetels) mogelijk maakte. In Amsterdam en Rotterdam wedijvert die partij qua grootte nu met de PvdA.

Behalve Mark Rutte (en Lodewijk Asscher, overigens) hadden ook PVV-leider Geert Wilders, CDA-leider Sybrand Buma, D66-leider Alexander Pechtold en GroenLinks-leider Jesse Klaver zich kandidaat gesteld voor het premierschap. Hun kansen op dat premierschap zijn niet bijster groot, hoewel ze alle vier winst boekten.

Keiharde afstraffing van Rutte II

De meest voor de hand liggende coalitie – een alternatief is er nauwelijks – is die van VVD, CDA en D66, aangevuld met bijvoorbeeld ChristenUnie en SGP. Het voordeel van zo’n combinatie is dat die ook op een meerderheid in de Eerste Kamer kan rekenen, althans de eerste twee jaar, want in 2019 zijn er weer verkiezingen voor Provinciale Staten, waarna de nieuwe Staten de Eerste Kamer kiezen.

Als het van een derde kabinet-Rutte komt, gedragen door VVD, CDA, D66 en de kleinere christelijke partijen, krijgt Nederland paradoxaal genoeg wel een voortzetting van het beleid. De kabinetten-Rutte werden de laatste vijf jaar ook al op de been gehouden door een combinatie van deze partijen, soms aangevuld met GroenLinks.

Nadat de PVV vijf jaar geleden haar gedoogsteun aan het eerste kabinet-Rutte introk, werd immers het Lenteakkoord gesloten, gevolgd door andere begrotingsakkoorden. Daar deden D66 en de ChristenUnie steeds aan mee, het CDA aanvankelijk en later vaak ook. De SGP is al sinds het aantreden van Rutte als premier een stille vennoot van diens kabinetten.

Hoewel de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 dus aanzienlijke verschuivingen opleverden in de Tweede Kamer, krijgt Nederland per saldo waarschijnlijk gewoon weer een kabinet-Rutte, gesteund door partijen waarvan Rutte het eerder ook al moest hebben – de PvdA daargelaten. In die zin heeft Nederland per saldo, bedoeld of onbedoeld, gekozen voor continuïteit, voor mainstream, voor midden, voor centrum-rechts.

Het zijn barre tijden voor links. Jesse Klaver mocht dan duizenden studentes naar zijn meetups trekken en ‘verandering’ en het premierschap claimen, maar met zijn glansrijke uitslag kwam hij toch niet in de buurt van het Catshuis. Je hebt altijd nog een stuk of tien Heineken Music Hallen nodig om één Kamerzetel te bemachtigen.

De SP bleef steken op de positie die vijf jaar geleden als een verliespositie werd beschouwd en stagneert nu structureel. Nog niet zo lang geleden was het leiderschap op links goed voor een eerste of tweede positie in het land. Nu komt de leider van links – D66 daargelaten – niet verder dan de vijfde plaats.

Derde kabinet-Rutte gaat het anders doen

Dat mogelijke derde kabinet-Rutte zal wel een ander beleid gaan voeren. De eerste twee kabinetten-Rutte werden volledig gestuurd door verlaging van het begrotingstekort, in lijn met de regels van het Stabiliteitspact dat de eurolanden elkaar hebben opgelegd en dat Nederland keurig wenste te volgen. Dat had grote lastenverhogingen en een verdiepte economische dip in 2012 en 2013 tot gevolg.

Het is niet uit te sluiten dat de kiezers, of ze zich daarvan bewust waren of niet, ook vanwege de door het kabinet versterkte economische dip de coalitie VVD-PvdA een opdoffer hebben bezorgd. In elk geval slaagden premier Rutte en vicepremier Lodewijk Asscher er de afgelopen maanden niet in om het door hen geclaimde economische succes ook op de kiezers over te brengen.

Het volgende kabinet-Rutte zal juist meer geld uitgeven. Bijna alle partijen die in aanmerking komen voor regeringssamenwerking willen de teugels laten vieren, de een meer dan de ander en niet allemaal op dezelfde terreinen. Wel is het aannemelijk dat een streep wordt gezet door de 15 miljard aan lastenverzwaringen die het tweede kabinet-Rutte naliet. Dat komt werkende Nederlanders ten goede. Ook zal er meer geld naar Defensie gaan. Grote kwesties die al tijdens de kabinetsformatie een rol zullen spelen, zijn een nieuw belastingstelsel en een nieuw pensioensysteem.

De nationalistische golf

Voor het buitenland, maar ook in de ogen van Rutte en Pechtold, is Geert Wilders van de Partij voor de Vrijheid de grote verliezer van deze verkiezingen. Strikt genomen is dat onjuist, omdat de PVV een behoorlijke winst heeft geboekt ten opzichte van de Kamerverkiezingen van 2012 en net als in 2010 ook nog eens de tweede partij van het land is geworden.

Lees ook dit artikel van Carla Joosten:  bij de VVD viel die ‘populistische domino’ niet > ''

De beeldvorming is anders. Wilders stond bijna twee jaar bovenaan in de peilingen, mede dankzij de ongekende toestroom van migranten uit Afrika en Azië in 2015 en 2016. Wilders zelf presenteerde zich, samen met onder anderen Marine Le Pen (Front National) in Frankrijk en Frauke Petry (AfD) in Duitsland, als onderdeel van een nationalistische golf die in 2017 over Europa zou trekken, in lijn met de Brexit in het Verenigd Koninkrijk en de overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten.

Lange tijd was Wilders dus kandidaat om in Nederland de grootste te worden, wat een opsteker zou zijn voor Marine Le Pen bij de presidentsverkiezingen en voor Frauke Petry bij de Bondsdagverkiezingen. Met het verbleken van het tumultueus begonnen presidentschap van Donald Trump verliepen ook de kansen voor Wilders, die zich nu ook minder met de Amerikaanse president associeerde.

De VVD nam bovendien in januari de tactische beslissing om elke samenwerking met Wilders uit te sluiten, wat kabinetsdeelname of zelfs een premierschap van Wilders illusoir maakte. De PVV brokkelde vervolgens af in de peilingen.

Rutte claimt ‘verkeerd’ populisme te hebben gestopt

Wat ook niet hielp is dat de PVV nauwelijks campagne voerde, en niet alleen door geldgebrek of veiligheidsproblemen. Waar andere lijsttrekkers dag en nacht in de weer waren, liet Wilders bijna alle debatten lopen. Dat wekte de indruk van een partijleider die ervan uitging dat de stemmen toch wel binnen zouden stromen, een houding die november vorig jaar ook de Amerikaanse Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton fataal werd. Wat resteerde van Wilders campagne maakte een matte indruk. Hijzelf leek knorrig.

Rutte claimde in de nacht na de verkiezingen dat Nederland een halt had toegeroepen aan wat hij ‘verkeerd’ populisme noemt (en waarmee hij Wilders bedoelt). Eerder had ook Rutte de Kamerverkiezingen op een lijn geplaatst met de Brexit en de verkiezing van Trump, waarbij de Nederlandse verkiezingen de ‘kwartfinale’ zouden zijn, de Franse presidentsverkiezingen de ‘halve finale’ en de Duitse Bondsdagverkiezingen de ‘finale’.

Ruttes collega’s in de Europese Raad lijken er ongeveer zo over te denken. Bondskanselier Angela Merkel feliciteerde de premier en keek al vooruit naar de voortgezette samenwerking. In Italië maken ze zich nu wat minder zorgen over het opbreken van de euro. En in Frankrijk wordt de Nederlandse verkiezingsuitslag geduid als een tegenslag voor Marine Le Pen.

Wil dat werkelijk zeggen dat de populistische, dan wel nationalistische golf die over de westerse wereld leek te trekken in Nederland is gestuit? Zo simpel is het ongetwijfeld niet. De vertrouwensbreuk tussen de overheid en vooral de lagere klasse en steeds meer ook de  middenklasse is niet opgelost door een ‘overwinningsnederlaag’ van Mark Rutte en een kleinere dan verwachte winst van Wilders.

Komt er alsnog een clash met de gevestigde orde?

Voor die vertrouwenskloof en menig andere kloof zijn objectieve oorzaken aan te wijzen, waar ook een volgend kabinet-Rutte zich niet aan kan onttrekken. Dat kabinet zal een realistisch immigratiebeleid moeten voeren waarin het Nederlands belang en Nederlandse waarden dominant zijn. Dat kabinet zal er niet genoeg aan hebben om elk eurosceptisch geluid af te doen als ‘pessimistisch’.

Het volgende kabinet zal ook niet systematisch krimpgebieden kunnen vullen met windmolens en asielzoekerscentra, zoals tot dusver vaak de gewoonte was. Anders komt de uitgestelde clash met de gevestigde orde – waar Mark Rutte ook het toonbeeld van is – er alsnog.

Omdat ook het CDA zich in 2017 rechtser opstelde dan ooit tevoren – zij het een beetje vergelijkbaar met het CDA van Jan Peter Balkenende dat in 2002 dicht bij Pim Fortuyn bleef – is het totale electorale beeld rechtser dan tot dusver. Al was het maar dat de VVD, die de afgelopen jaren onder Mark Rutte nauwelijks was te onderscheiden van D66, nu meer moeite zal moeten doen om de omvangrijke rechterkant van het electoraat te behagen. De kans dat de Turkse president Erdogan de VVD nog eens op een cruciaal moment te hulp schiet is immers niet groot.

Ingelogde abonnees van Elsevier kunnen reageren.