woensdag 8 februari 2012

Tags

Artikel

Natuurbeheer: Afrikaatje spelen

dinsdag 6 september 2005 14:51

Natuurramp in de Oostvaardersplassen: ruim zevenhonderd grote grazers aan honger bezweken.

Dit artikel verscheen in Elsevier, 18 juni 2005

Tussen Almere en Lelystad bevindt zich een uniek stukje Nederland. Een plek waar de natuur vrijwel ongestoord haar gang kan gaan en zich in al haar schoonheid en tevens gruwelijkheid manifesteert.

Zo zijn er de afgelopen wintermaanden meer dan zevenhonderd wilde beesten aan de honger bezweken. Om precies te zijn: 337 edelherten, 235 Heckrunderen (een soort oerossen) en 131 wilde konikpaarden. De meeste hebben een genadeschot gekregen van de boswachters van Staatsbosbeheer, de beheerder van de Oostvaardersplassen, maar doorgaans pas wanneer ze van ellende door hun poten zakten.

Staatsbosbeheer
Deze niet eerder gepubliceerde cijfers, afkomstig van Staatsbosbeheer, vormen een record. Toen er in de winter van 1999 bijna honderd dieren stierven van de honger, was het land te klein. Boeren uit omringende gebieden probeerden met een helikopter hooi boven het gebied uit te gooien. De politie verhinderde het, de kranten stonden bol van de verontwaardiging en staatssecretaris Geke Faber (PvdA) moest zich verantwoorden.

Dit keer is er dus meer dan zevenmaal zoveel sterfte. En dus belooft 22 juni een leuke dag te worden. Dan overlegt de Tweede Kamer met minister Cees Veerman (CDA) van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het beleid ten aanzien van de Oostvaardersplassen.

Geconstrueerde natuur
De Oostvaardersplassen zijn een nieuw natuurgebied, passend bij het motto: God heeft de aarde geschapen en de Hollanders hebben Holland gemaakt. Het is een geconstrueerd natuurgebied van 5.500 hectare groot, zo’n 5 bij 10 kilometer. Dertig jaar geleden bestond het nog niet. Maar het geplande industriegebied in zuidelijk Flevoland bleef braak liggen en enkele drieste ecologen dachten: waarom maken we hier geen moerassig natuurgebied van?

Zo gezegd, zo gedaan. Al snel waren de Oostvaardersplassen een vogelparadijs. Er komen bijvoorbeeld drie keer zoveel roerdompen voor als in heel Engeland. Maar mooie vogelgebieden zijn er meer, zeker in Nederland. Zo langzamerhand zijn de Oostvaardersplassen ook internationaal gerenommeerd vanwege de wilde hoefdieren. Volgens de boswachters komen er regelmatig Afrikanen 'op safari’ in de Oostvaardersplassen. Die zouden dan zeggen: goh, het is hier net als thuis, alleen de leeuwen ontbreken.

In de jaren tachtig en negentig werden er enkele tientallen wilde (edelherten) en halfwilde (Heckrund en konikpaard), want uit tamme dieren gefokte, grazers uitgezet. Eigenlijk als grasmaaiers voor de grauwe ganzen: die eten slechts gekortwiekt gras. Inmiddels zijn er meer dan drieduizend grasmaaiers, waarmee de Oostvaardersplassen, althans volgens woordvoerder Jan Kuiper van Staatsbosbeheer, met de beroemde Afrikaanse Serengeti-savanne de wereld leiden in aantallen wilde, grote grazers. Ook schijnt zich hier de grootste kudde wilde paarden (bijna negenhonderd) ter wereld te bevinden. Daarnaast is het een van de weinige plekken in Europa waar grote aaseters zich te goed kunnen doen aan kadavers.

Aan kadavers?
Jawel, onder het motto de een zijn dood is de ander zijn brood laat Staatsbosbeheer de kadavers gewoon liggen.Voor alle duidelijkheid, dat gebeurt vrijwel nergens in Europa, geeft woordvoerder Kuiper van Staatsbosbeheer toe. Maar Nederland maakt op dit gebied de gidstraditie nog waar.

Met succes. In het verleden zijn er kalkoengieren geweest en tegenwoordig is er een monniksgier in het gebied. Volgens kniesoren is het dier uit een Franse dierentuin ontsnapt, maar soit, het ís een monniksgier. Is dat al uitzonderlijk, er zijn ook twee zeearenden.

Dat is zoiets als korhoenders, otters en korenwolven. De ware natuurliefhebber raakt daarvan in extase. Hij noemt de zeearend liefkozend de 'vliegende deur’: het beest heeft een spanwijdte van bijna 2,5 meter, even groot als een deur dus, en er zijn maar weinig plaatsen waar deze gigant nog voorkomt.

Contact met de natuur
Het liefst zouden de ecologen van Staatsbosbeheer niet alleen de dode edelherten, maar ook de wilde paarden en runderen in het gebied laten liggen. Dat gebeurde een jaar of tien geleden, volgens een ontheffing van de Destructiewet, maar dat mag niet meer. En dus worden de kadavers van deze beesten naar een destructiebedrijf gebracht, meldt woordvoerder Kuiper, teleurgesteld over politici die het contact met de natuur zijn kwijtgeraakt.

Gelukkig blijven er nog genoeg kadavers over. Zo schijnt het in het gebied te wemelen van de aaskevers. Een hoogtepunt moet de aanblik zijn van een vos die aan de anus van een dood edelhert peuzelt.

Dat alles is te zien, niet in Kenia, niet in Polen, niet in Zuid-Afrika maar onder de rook van Amsterdam, tussen Almere en Lelystad.

Wellicht zijn er lezers die zich achter de oren krabben. Die denken: hallo, we hebben het hier toch over een beschaafd en dichtbevolkt land, hoe kun je hier in hemelsnaam Afrikaatje spelen en grote wilde beesten van de honger laten sterven?

Zij zijn niet de enigen.

Een weiland
Rob van Baarle ergert zich groen en geel aan het beleid van Staatsbosbeheer. Hij is adviseur van de stichting Het Veluws Hert, een club natuurvrienden en liefhebbers van het edelhert, en was eerder faunabeheerder, een soort wildopzichter, bij Het Loo, in Schotland en in de Oostvaardersplassen. De edelherten daar zijn door hem hoogstpersoonlijk uitgekozen.

In 2000 stapte hij op omdat hij Afrikaatje spelen belachelijk vindt. 'De Oostvaardersplassen zijn mooi, maar laten we wel zijn, het is een omrasterd weiland.’ Volgens hem heeft het gebied ’s winters niet genoeg voedsel te bieden voor al die grote grazers. Op de Veluwe bijvoorbeeld is ’s winters voor edelherten wel genoeg te eten – eikels, bosbessen en hei – maar niet in de Oostvaardersplassen. Van Baarle zag het de afgelopen winter weer. 'Honderden edelherten, afgepeigerd bij de omheining. Ze verrekten letterlijk van de honger.’ Hij heeft de cijfers van Staatsbosbeheer geanalyseerd en concludeert dat het niet alleen de oude en zwakke dieren zijn die sterven, maar beesten van tussen de 2 en 12 jaar, in de kracht van hun leven.

Hij geeft de voorkeur aan de aanpak die op de Veluwe wordt gevolgd. Daar wordt elk jaar ruim een derde van de tweeduizend edelherten voor de winter doodgeschoten. Hoe hard dit ook klinkt, er wordt wel lijden mee voorkomen.

Lijden
Bij Staatsbosbeheer vindt men dat lijden bij de echte natuur hoort. In de echte natuur wordt afgezien. De sukkels sterven, de sterken overwinnen. Met andere woorden, elk dood beest is een aanwinst voor de populatie.

Het moet gezegd worden, al meer dan twintig jaar houden de grote grazers zich staande in de Oostvaardersplassen, in weer en wind, in kou en hitte. Ze redden zichzelf en worden niet bijgevoerd. Van enkele tientallen oerossen, paarden en edelherten is de groep uitgegroeid tot meer dan drieduizend dieren. Elke winter gaan er enkele tientallen dood, okay, deze winter dan meer dan zevenhonderd, maar feit is dat, in elk geval bij de edelherten, de hoeveelheid geboorten nog groter is dan de sterfte.

Met andere woorden, de natuur werkt, ook onder de rook van Amsterdam.

Resteert de vraag of het ethisch acceptabel is om zoveel dieren te laten creperen in een land waar iedere agrariër die een koe een paar dagen vergeet te voeren, van de Inspectie Dierenbescherming een stevige bekeuring krijgt. Mag je in zo’n land Afrikaatje spelen?


advertentie