woensdag 14 december 2005 17:28
Meisjes verdringen zich achter hekken om dichtbij hun idool te zijn, ze gillen en trekken de spijkerbroek van zijn lijf, ze vallen flauw. Jan Smit (19) uit Volendam is een idool. Sinds de TROS een soap over zijn leven op de buis bracht en hij daarmee later de Televizierring won, is hij van iedereen. 'Je hebt nul privé. Nul.'
Stylist Kees Tol (42) zit op een stoel en kijkt zorgelijk. 'We zullen het nóg strenger moeten gaan regelen.’
'Het is niet normaal meer,’ zegt moeder Gerda Smit (46). 'Ik word er bang van, het laatste halfjaar. Je ziet meisjes flauwvallen. Je zíet ze gewoon flauwvallen.’
De stylist wrijft over zijn kale schedel. 'Jan Smit is van het volk, maar het is laat op de avond, iedereen zit vol, iedereen wil wat van ’m. Voor een artiest van deze allure moet je gewoon een aparte ingang hebben.’
Azijn
Twee uur eerder was Jan Smit (19) aangekomen bij de feesttent in een weiland aan de rand van Nieuwleusen, een veeg op de kaart bij Zwolle, waar 11.000 blanke bierdrinkers werden opgewarmd door artiesten van vaderlandse bodem. Zodra hij zijn cowboylaarzen uit de zwarte BMW X5 stak, verdrongen cameraploegen, onduidelijke figuren en fans zich rond de zanger, tot ín de bouwkeet die in gebruik was als kleedkamer voor de zangers en zangeressen.
'Jongens, is er ook ergens een plek waar ik alleen kan zitten? Dit zijn hier dezelfde mensen als daar,’ zei hij na een mislukte poging hinderlijke volgers door een snelle wissel van de ene keet naar de andere af te schudden. Daarna liet hij zich op een stoel zakken, trok een flesje Spa Blauw open en slikte een pijnstiller.
'Ik heb een oorontsteking,’ zei hij.
'Dan moet je er een beetje azijn in doen,’ zei de stylist.
'Hè?’
'Azijn!’
Toen het vocht om 1 uur ’s nachts langs het tentdoek naar beneden liep, mocht Jan Smit het Megapiratenfestijn, waar bijna alle sterren van de Nederlandstalige piratenzenders al hun opwachting hadden gemaakt, naar een hoogtepunt voeren. 'Vorig jaar was Jan Smit een leuke naam om erbij te zetten, nu móet je ’m hebben. Sinds zijn soap zingen ze de teksten van a tot z mee, ook van de nieuwe cd. Het zijn Beatle-achtige taferelen, ze breken de tent echt af,’ had organisator Menno Muis (38) even tevoren gezegd.
Nu draaide Jan in de coulissen met zijn schouders, friemelde wat aan zijn oortje, keek op de monitor naar de 11.000 bezoekers die het refrein van zijn hit Als de nacht verdwijnt hadden ingezet en liep het podium op. Het geluid zwol aan tot orkaankracht. Voor het podium kwamen honderden jonge meisjes met een orgastische blik in de opgemaakte ogen tegen de hekken in het gedrang. Terwijl hun mobiele telefoons en digitale camera’s flitsten en hun armen van links naar rechts bewogen, probeerden ze de blik van de zanger op het grote podium te vangen. 'Haar naam is Laura,’ zong hij om half 2 in de toegift en de nummer 1-hit werd meegezongen als tijdens een eredienst.
'Leuk toch?’ zei Jan Smit toen hij van het podium afliep en een plastic beker met bier kreeg aangereikt. Hij liep van achter het podium naar de kleedkamer en een menigte bewoog zich als een worm met de zanger mee. Men probeerde hem aan te klampen. Er werd geduwd en getrokken.
'Je drukt me aan de kant!’ riep een meisje woedend naar de beveiliger voor de deur van de keet. 'Hé, doe eens netjes tegen mij, jij doet heel vervelend tegen mij!’
'Omdat jullie ook héél lastig zijn,’ gromde de bewaker tegen de groeiende groep bewonderaars.
'Hé Jan, een handtekening man, dat kan zo toch niet man! Hé Jan,’ riep een mannelijke fan naar de zanger die zich razendsnel van de ene overvolle keet naar de volgende bewoog.
Daar zat vriendin Anne Hoekstra (17), bij Gerda Smit en Kees Tol. Anne kreeg een kus. 'De auto komt tot voor de deur,’ zei Jan. 'Dat vind ik zo erg. Vroeger kon ik gewoon handtekeningen uitdelen, maar dat gaat niet meer. Ze kleden je uit tot op je onderbroek. Die meiden zijn echt gek, ze willen alles.’
Grote Cor
'Toen ik in Nieuwleusen aankwam, had ik al een optreden gedaan,’ zegt Jan Smit een week later op de lichtlederen achterbank van zijn BMW, op weg naar het buurthuis van Woerdense Verlaat, gemeente Nieuwkoop, provincie Utrecht. 'Kom je daar om 1 uur ?’s nachts, dan wil je effe zitten. Ik neem altijd een bakkie koffie en, weet ik veel, doe effe een ouwehoertje. Maar dan staan er gelijk veertig man om je heen. Je hebt nul privé. Nul.’
Jan wendt zich tot zijn oom en vaste chauffeur Cor Veer (40), die de BMW even tot stilstand heeft gebracht. 'We moeten rechtdoor, gewoon weer de snelweg op. Ja, rechtdoor. Dat is een foutje in de navigatie.’ Kleine Cor, het 13-jarige zoontje van de chauffeur op de bijrijdersstoel, zwijgt.
'Ik sta in de Volendamse traditie. Wat ik probeer te maken, is volkspop. André Hazes, dat waren toch meer smartlappen, daar zat meer die snik in, dat waren van die diepe emoties. Wat Frans Bauer doet, is weer luchtiger. We proberen elke keer een album te maken waarop verschillende onderwerpen staan. Op het laatste album staan zeven nummers over de liefde, omdat je daar gewoon niet onderuit kan, maar de rest heeft een totaal andere betekenis.’
'Hij geeft de andere kant op, Jan,’ zegt Grote Cor.
'Dan moet je draaien,’ zegt Jan.
'Ik ben vrolijk en opgewekt. Mij zul je niet depressief zien, of boos. Ik word nooit boos. Ik ben gewoon een spontane jongen die zijn ding doet, die zijn liedjes zingt. Iedereen weet: hij is gewoon lekker jong en doet wat hij wil. Of het publiek op mij lijkt? Ja, het is Telegraaf-publiek. De bouwvakker, zeg maar, de werkende man en de huisvrouw. En de schoolgaande jeugd die uitgaat, vooral. Ik ben zelf ook dol op uitgaan, ik lust graag een biertje, en dat gevoel probeer ik over te brengen tijdens mijn optredens.’
'At the end of the road, turn left,’ zegt een vrouwenstem.
'Cor, dan moet je dus toch die weg in,’ zegt Jan.
'Ja, maar hier waren we net ook,’ antwoordt Grote Cor.
'Ja, maar dan moet je…,’ twijfelt Jan.
'Net kon je hier niet links,’ brengt Kleine Cor in.
'Daar moet je onder die tunnel door…nee… kon dat niet?’ vraagt Jan.
Uiteindelijk neemt de zanger een beslissing. 'Je moet linksaf en dan rechtdoor, richting Woerden.’
'Nu je het zegt: mijn publiek is inderdaad blank, niet multicultureel. Blijkbaar zijn er toch ook heel veel mensen die daar dus niets van moeten hebben, die gewoon lekker Nederlandstalig willen, in je moerstaal en zingen met die hap. Maar wij Volendammers hebben geen allochtonen, ik word er eigenlijk nooit mee geconfronteerd, dus ik hou me daar niet niet zo mee bezig, eigenlijk. Je maakt gewoon muziek, als een Surinamer dat toevallig ook leuk vindt, is het ook goed.’
Klik. De deuren gaan van binnenuit op slot, het buurthuis nadert. Jan trekt zijn riem strakker – vanavond zullen ze de spijkerbroek eens niet van zijn achterste trekken.
'Goedenavond, ik kom hier met Jan Smit,’ zegt Grote Cor door het geopende raam tegen een beveiliger.
'Prima joh,’ zegt de bewaker en opent het hek. Als hij de zanger op de achterbank ontwaart, roept hij: 'Kijk toch eens! Kijk toch eens!’
'You have arrived,’ zegt de vrouwenstem.
'Effe nog een fotootje, kan dat nog effe?’ De zoveelste bewonderaar gaat na het optreden op de foto met Jan Smit, die even uitblaast in een bijlokaal van het buurthuis, waar afdrukken van kinderhandjes op gekleurd papier langs de muren hangen.
'Je hebt m’n ouders een topavond bezorgd!’ roept een dikke vrouw in een wit T-shirt als de zanger in de auto stapt, op weg naar het volgende optreden in Rijssen.
'Geen probleem, altijd,’ zegt Jan.
'Groeten aan je ouders,’ schreeuwt de vrouw naar de wegrijdende BMW.
Fansjaal
Ruim een uur eerder had Grote Cor de auto tegen de achteringang van het buurthuis geparkeerd, de fansjaaltjes uit de achterbak gehaald en was hij het podium opgelopen om de sjaaltjes voor 10 euro per stuk aan het dolenthousiaste publiek te verkopen.
'Ik heb geen angst dat het ooit minder zal gaan,’ zei Jan, roerend in een kop koffie. 'Ik denk nooit na, eigenlijk. Ik weet dat ik de komende twee jaar vol zit. Als ik merk dat ik over twee jaar geen werk heb, kijk, dan moet ik me pas zorgen gaan maken.’
'Jongens, mag ik een slokje water van jullie?’ vroeg Jan aan zijn meegereisde vrienden Simon Keizer (21) en René Smit (21).
Simon hield een glas bier omhoog.
'Dat is geen water, Simon,’ zei Jan.
'Het is 98 procent water, Jan,’ antwoordde Simon, met wie hij ook liedteksten schrijft.
Jan lachte. 'Optreden, dat is het werk niet. Ik leef hiervoor. Ik maak stomme dansjes, ik zing heel makkelijk, voor mij is het een uit de hand gelopen hobby. Zelf plaatjes maken, zelf de teksten verzinnen en heel Nederland zingt mee. Kijk, dát is de kick.’
Het was tijd voor zijn kunst. 'Hij komt niet uit Rotterdam. Niet uit Amsterdam. Niet uit Zwammerdam. Hij komt uit Volendam! Jáááán Smit,’ riep de spreekstalmeester en de zanger sprong het kleine podium op. Naast de geluidstafel zongen de 6-jarige Emilia Geerlof en haar 8-jarige broer Nicky verlegen mee. 'Hij pakt jong en oud,’ glimlachte moeder Martine Geerlof (37) gelukzalig.
'Lekker man,’ zei Simon Keizer in de coulissen, toen hij een nieuw biertje kreeg aangereikt. Jan zong een nummer over Volendam: Ik ben gelukkig op de Dijk/ ik voel me daar schathemelrijk.
'Niet echt een kraker,’ zei René Smit, knikkend naar het publiek dat voor het eerst een beetje stilviel.
'Nee,’ vond ook Simon.
Tussen de meisjes en jongens voor het podium zag Jan Smit een oudere vrouw.
'Hoe heet je?’ vroeg hij.
'Ik hoor het niet,’ zei de vrouw.
'Hoe héét je?’ vroeg Jan – nu harder.
'Annie.’
'Dan is dit lied voor Annie.’
'Nee, voor Oma Brug,’ zei de vrouw.
'Nou, is ook goed,’ antwoordde Jan en zong het nummer waarmee hij op 11-jarige leeftijd een nummer-1-hit scoorde: Ik zing dit lied voor jou alleen.
Na afloop klom Kleine Cor met een imposante stapel gesigneerde kaarten het podium op. Een minuut later was hij alweer in de kleedkamer. 'Ja, dat gaat snel.’
Don Corleone
'We kopen de toko,’ lacht Jan Smit op een maandagavond in Amsterdam naar Jordi The (18), die de achterdeur van Kingdom Venue opendoet. Achter Aloys Buijs (28), samen met zijn vader Jaap Buijs de manager van de zanger, chauffeur Cor Veer en Jan Smit loopt Jordi de kleedkamer van de discotheek binnen. Daar staat ook zijn vader George The, die 'boven de 50’ zegt te zijn. 'Jaap Buijs was vroeger mijn manager, ik speelde in de band van George Baker. Nu werken we alweer dertig jaar samen.’
Onder rode feestverlichting hangen opgedirkte vrouwen verveeld onderuit op zwarte banken. 'Wie dat zijn? Al sla je me dood, ?daar hou ik me eigen nooit mee bezig, eerlijk,’ zegt Jan. Eén van de vrouwen wil met Jan op de foto. 'Wel de jurk aanhouden,’ roept Dario, zanger en organisator van deze avond met een keur aan vaderlandse artiesten.
Er komt een kale gorilla in pak en das de kleedkamer binnen. 'Het lijkt hier de maffia wel,’ smaalt Jan. 'Don Corleone.’ De Volendamse kliek begint een parodie op Amsterdammers.
'Moet je luisteren, pik…,’ zegt Jan.
'Moet je luisteren, gabber,’ zegt Aloys. 'Me zwager wordt van het weekend 50. Kan Jan niet voor een paar meier een paar nummertjes komen zingen?’ Jan maakt met zijn rechterhand een schuifbeweging. 'En onder de tafel hè,’ haakt Aloys in. 'Onder de tafel.’
Op weg naar het podium zingt Jan een liedje van Willeke Alberti. 'Test. Test. Test,’ zegt hij zachtjes in zijn microfoon. Als zangeres Glennis Grace op het podium Let’s dance zingt, klinkt achter de schermen de falset van Jan Smit, terwijl hij zijn microfoon van zich afbeweegt en weer naar zich toehaalt. De cowboylaars aan zijn rechtervoet tikt ritmisch mee. 'Ain’t no mountain high enough…’ Op een showtrap achter het podium staan acht lege emmers. Alleen Jan Smit en afsluiter Wolter Kroes moeten de bloemen nog krijgen.
Als Jan op het podium staat en Vrienden voor het leven heeft ingezet, gaan in het publiek tientallen flessen champagne rond. 'Je weet wel wat voor types dit zijn, op maandagavond,’ zegt manager Aloys, die aan de zijkant van het podium tussen het volk staat. 'Dan moet je niet in de bouw werken, de volgende morgen om vijf uur.’ Volgens de barjuf is naast champagne vooral bacardi-cola light in trek bij de bezoekers van Kingdom Venue, waar witte draperieën van het balkon naar beneden hangen, tegen een decor van zwarte wanden en paarsgroen discolicht.
Ook Jordi The staat in het publiek. Hij wordt aangeklampt door een Amsterdamse zanger, die stomdronken in zijn oor roept: 'Ik ga naar de hoeren!’ Hoofdschuddend wendt Jordi zich af. 'Amsterdammers, allemaal praatjes. Dan heb je een zanger van niks, met een stem van niks, en dan komt-ie aanrijden in zó’n Mercedes. Je weet niet hoe hij eraan komt, maar goed, dat zijn Amsterdammers.’ Achter hem wordt weer een fles champagne de zaal in gedragen.
Televizierring
Terug in de kleedkamer hangt de geblondeerde Dario, in zwarte broek en een wit loshangend overhemd met doorzichtige schaduwbanen, op een tafel en vertelt dat hij zijn vrienden uit het woonwagenkamp Vinkenslag in Maastricht binnen heeft. 'Dat zijn hartstikke leuke gasten.’ Terwijl Jan Smit een kerstboodschap voor regionale televisiezenders inspreekt, sjaaltjes signeert en op de foto gaat met een bonk van een kerel in een bomberjack en een openhangende blouse waaronder tussen het borsthaar nog net een tatoeage zichtbaar is, laat Dario een boer.
'Alles eruit,’ zegt hij.
'Alles uit, behalve het licht,’ zegt manager Aloys.
De Volendammers staan op het punt te vertrekken.
'We gaan weg,’ zegt Aloys tegen Dario.
'Wat moet je nou thuis?’ vraagt Dario en neemt nog een slok van zijn Heineken Longneck.
'Ik moet morgen weer om 5 uur werken in de bouw,’ zegt Aloys. 'Stukadoren.’
'Ah joh, rot nou toch op, met je bouw,’ zegt Dario.
Aloys, Cor en Jan nemen afscheid van vader en zoon The en lopen de donkere parkeerplaats achter de Kingdom Venue op. 'Ik moet er niet aan denken om hier te wonen,’ zegt Aloys. Jan is het roerend met zijn manager eens. 'Het is veel te druk in Amsterdam, je kunt niet voor de deur parkeren. En ik zou de cultuur van Volendam te veel missen.’
Jan Smit, de aanraakbare God uit Volendam, lacht om zijn succes.
Maar: 'Ik ben nou dus bezig met dat boek van Robbie Williams, om dat te lezen, en die jongen is echt diep ongelukkig. Ik kon me dat nooit voorstellen, want ik was wel bekend, maar niet beroemd. Maar door die soap en het winnen van die Televizierring is het allemaal drie keer over de kop gegaan. Dat blijft me fascineren, iedereen wil wat van je! Het is wel leuk, daarvoor ben je in de weer, maar af en toe is het niet te doen. Ik kan me nu heel goed voorstellen dat je hier soms een beetje moe van wordt.’
Het verlangen even niet aanraakbaar te zijn: de gillende meiden in Heesch, Herpen of Wekerom trekken zich er niets van aan.
Op de uitgestorven Jan van Galenstraat maakt de BMW X5 vaart naar Volendam.
JAN SMIT UIT VOLENDAM
Zanger Jan Smit (voorheen Jantje) werd op 31 december 1985 in Volendam geboren. Op 11-jarige leeftijd scoorde hij met Ik zing dit lied voor jou alleen een nummer 1-hit. Als kindster veroverde hij ook Duitsland. Dit jaar bereikte zijn populariteit in eigen land een voorlopig hoogtepunt met de tiendelige real-lifesoap Gewoon Jan Smit, waarmee hij de Televizierring won. Ook alle singles van zijn nieuwste cd Jan Smit.com zijn een groot succes.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement