woensdag 4 april 2007 14:00
Als de Spaanse denker José Ortega y Gasset (1883-1955) in 1936 lezingen geeft in Nederland, is dat groot nieuws. De schrijver van De Opstand der horden, een internationale bestseller, geldt in die jaren als een 'gids voor de menschheid'. Van die roem is niets meer over. Ten onrechte, want zijn werk is nog altijd actueel.
'Dat bejaarde en gezette personen zich voortdurend per fiets in het verkeer van een groote stad bewegen, is botweg gevaarlijk, is ongemotiveerd vermoeiend en is betreurenswaardig onaesthetisch,' schrijft José Ortega y Gasset in september 1936 over Nederland. 'De ranke lijn van de fiets verdraagt niet zonder dat de aesthetica eronder lijdt, het gewicht en den last van een vijftigjarige dikke dame of van een bierbuikig magistraat.' Dat Nederland fietst uit 'enthousiasme voor spaarzaamheid' stemt hem niet milder. 'Ziet deze respectabele mensch, die met zijn lange jas en zijn komiek air van grooten ernst, rechtop en plechtig zich inspant op zijn pedalen, niet dat hij een belachelijk figuur slaat?'
De Hollandse observaties van de zwierige Spanjaard zijn groot nieuws in het vooroorlogse 'domineesland'. Zijn boek La Rebelión de las Masas (1929), vertaald onder de dreigende titel De Opstand der horden, heeft van de Spaanse denker een internationale beroemdheid gemaakt. De lezers van dagbladen worden op de hoogte gehouden van zijn gezondheidstoestand, vooraanstaande intellectuelen als essayist Menno ter Braak (1902-1940), dichter Hendrik Marsman (1899-1940) en politicus-denker Jacques de Kadt (1897-1988) lezen zijn boeken, op de radio wordt zijn werk besproken.
's Lands beroemdste geleerde, historicus Johan Huizinga (1872-1945), prijst de filosofie van de Spanjaard als 'een baken in den storm dezer bewogen tijden'. Ortega's vertaler Johan Brouwer (1898-1943) herkent in de Spanjaard niets minder dan 'een gids voor de menschheid'.
Vandaag is Ortega y Gasset hooguit in kringen van conservatieve denkers nog een klinkende naam. Zijn boeken zijn al tientallen jaren niet meer in Nederlandse vertaling verschenen. Als zijn naam al valt, dan vaak spottend. Ortega wordt gezien als een van de vele azijnpissers uit de onheilszwangere jaren dertig van de vorige eeuw, die het einde van de westerse beschaving met wild geraas heeft aangekondigd. Hij geldt als een verstokte conservatief, een elitair denker.
Allemaal ten onrechte. Zijn boeken mogen bijna vergeten zijn, vooral zijn cultuurkritiek heeft nog altijd grote betekenis. Noem een actueel thema – massacultuur, het nut van geschiedenis, de kwaliteit van het onderwijs – en hij heeft erover geschreven.
Vrijdenker
'Linksch of rechtsch zijn, is een van ontelbare wijzen (–) om een imbeciel te zijn,' vond Ortega. De Spanjaard laat zich moeilijk in een hokje plaatsen, hij was een vrijdenker. In de Tweede Spaanse Republiek (1931-1939) was Ortega, voorvechter van democratie in zijn land, namens een kleine partij van intellectuelen lid van het Spaanse parlement. Voor de fascist Franco was hij links, voor de doorgewinterde marxist was hij rechts.
Dat Ortega niet in een stroming te vangen is, komt ook door zijn uitbundige stijl. Waar menig denker zonder franje een denksysteem bouwt, schieten Ortega's betogen van het Romeinse keizerrijk naar de woorden van een onbeduidend sterretje in de Madrileense society, van een partijtje golf op een stralende februaridag naar de bemodderde sandalen van Diogenes. Ortega, op 8 mei 1883 in Madrid geboren uit een huwelijk tussen een schrijver-journalist en de dochter van een krantenuitgever, was dan ook niet alleen hoogleraar in de metafysica. Hij was ook uitgever en schreef voor kranten. 'Amerika is voortgekomen uit overtollige Europeanen,' is een van de vele oneliners die zijn journalistieke achtergrond verraden.
De moderne mens heeft meer middelen, meer kennis en meer technische vaardigheden dan ooit tevoren, schrijft Ortega in zijn bekendste boek De Opstand der horden, maar hij weet zich er geen raad mee. 'De hordemensch is de mensch wiens leven geen verstrekkend plan heeft, en die door driften van het oogenblik wordt voortgesleurd.' Aan de wensen van de burger wordt geen paal en perk meer gesteld, hem wordt de indruk gewekt dat alles geoorloofd is, en dat hij tot niets verplicht is. 'De ziel van de horden heeft zeer veel gemeen met die van een verwend kind.'
De keuze van de vertaler voor het woord hordemensch, in plaats van massamensch, is enigszins misleidend. Het lijkt alsof Ortega vol minachting neerkijkt op het grauw. Maar hij ziet de massamens juist overal, ook onder intellectuelen en geleerden.
Nederlandse denkers in de conservatieve hoek – die de afgelopen jaren in opmars zijn – hebben veel gemeen met Ortega. Filosoof Ad Verbrugge, inmiddels zo bekend dat hij afgelopen jaar te zien was in het VPRO-programma Zomergasten, schrijft in zijn succesvolle boek Tijd van onbehagen (2004) bijvoorbeeld met zorg over het ontstaan van asociaal en gewelddadig 'gepeupel'.
Door het individu heilig te verklaren, stelt Verbrugge, vergeten burgers dat zij voor hun welzijn afhankelijk zijn van de gemeenschap. Het gepeupel van Verbrugge lijkt een equivalent van Ortega's massamens.
'De specialist “weet” heel goed wat er in zijn minieme hoekje van het heelal is besloten, maar hij is volkomen onkundig van al het overige,' schrijft Ortega in zijn Opstand der horden. Exact dezelfde kritiek heeft de Leidse filosoof Andreas Kinneging in zijn boek Geografie van goed en kwaad (2005) op de leidende figuren van Nederland: aan specialistische kennis geen gebrek, maar van algemene vorming is geen sprake. En wie geen gedegen kennis van grote denkers en dichters heeft, gaat volgens Kinneging (en Ortega) zwalkend door het leven.
Maar niet alleen onder conservatieven heeft Ortega navolgers. In Waar zijn de intellectuelen? (2006) – een boek dat in Nederland veel bijval oogst – verwijt de Britse, linkse socioloog Frank Furedi de culturele elite afzijdigheid, terwijl de 'cultus van het banale' verder om zich heen grijpt. Ook volgens Ortega gaat 'de opstand der horden' altijd gepaard met een 'verslapping van minderheden die van hun post wegloopen'.
Oegstgeest
Op kamer 7 van hotel Het Witte Huis in Oegstgeest, uitkijkend op de oude woonplaats van filosoof René Descartes, werkt Ortega mei 1937 aan een voorwoord bij de Franse uitgave van De Opstand der horden. 'Het loutere toeval dat mijn bestaan van de eene plaats naar de andere rukt, doet mij deze regelen schrijven met die plaats voor oogen waar in 1642 de nieuwe ontdekker van de raison woonde,' schrijft hij. Sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) leeft Ortega vrijwillig als balling in Parijs. 'Toen ik voor kort eenige maanden eenzaam ronddoolde in de straten van Parijs, besefte ik dat ik in die grote stad eigenlijk niemand kende, behalve de standbeelden.'
Van mei tot december 1937 verblijft hij in Oegstgeest, waarschijnlijk op uitnodiging van historicus Huizinga. De hoogleraren ontmoeten elkaar voor het eerst in het najaar van 1932, als zij de herdenking van Spinoza's 300ste verjaardag in de Rolzaal op het Binnenhof bijwonen. Een jaar later vragen Huizinga en zijn Leidse studenten de Madrileen naar Nederland te komen, een uitnodiging waaraan Ortega niet meteen gehoor geeft.
Een speciaal in het leven geroepen comité, waarin naast Huizinga ook Menno ter Braak zitting heeft, weet hem in 1935 alsnog te interesseren voor een serie lezingen. Essayist Ter Braak heeft twee jaar eerder La Rebelión de las Masas in vertaling gelezen en is enthousiast. 'Ik lees momenteel ook De Opstand der Horden van Ortega y Gasset. Zeer de moeite waard, ik kan het je absoluut aanbevelen,' schrijft hij op 30 oktober 1933 aan zijn vriend Edgar du Perron (1899-1940).
Du Perron is minder te spreken over het boek. Hij vindt Ortega's 'betoogtrant schoolmeesterachtig, zijn mopjes vaak verdomd flauw, en zijn “ziel” een beetje die van een ouwehoer'. De kritiek tempert Ter Braaks enthousiasme enigszins, maar beide vrienden zien in de Spanjaard wel een bondgenoot tegen het fascisme. 'Je moet Ortega niet kwalijk nemen dat hij Hitler niet noemt, want hij schreef in 1929,' schrijft Ter Braak vanuit Rotterdam aan Du Perron in Parijs. Bovendien krijgt Mussolini van Ortega het stempel 'hordenleider', voegt hij toe. Du Perron antwoordt: 'Dat hij dit boek in '29 schreef, geeft het in mijn achting een flinke duw omhoog. (–) Politiek gesproken zou het voor ons intusschen een hemel op aarde zijn als Ortega baas in Holland werd in plaats van Colijn of Mussert.'
Niet alleen de angst voor bruinhemden verklaart de grote interesse voor het werk van Ortega. Van het achtergebleven Spanje ontstaat in de jaren dertig het romantische beeld van een traditioneel-katholiek land dat nog niet, zoals de rest van Europa, is verpest door industrialisatie en massaficatie. Het werk van Ortega, die zich in De taak van onze tijd (1923) een tegenstander van het rationalisme heeft getoond, sluit aan bij de hype van 'Neokatholicisme, mystiek en Spanje'.
Ook de dichter Hendrik Marsman, die eind jaren twintig flirt met 'Rome' en in 1933 een reis door Spanje maakt, leest Ortega's boeken en noemt hem begin 1936 'een der beste essayisten van dezen tijd'. De lezingen die Ortega in mei van dat jaar in vijf grote steden geeft, zijn dan ook ware gebeurtenissen, met tal van hoogwaardigheidsbekleders op de stoelen.
Op 3 mei, de dag van de eerste lezing, interviewt Ter Braak de Spaanse denker in Rotterdam. 'Zijn rechterhand is voortdurend actief en trekt arabesken in de lucht,' beschrijft Ter Braak zijn gesprekspartner in een groot artikel voor Het Vaderland. 'Op den katheder is de man, die spreekt, hetzelfde mengsel van objectiviteit, polemiek en artisticiteit (–) als in zijn Opstand der horden.'
Op 6 mei spreekt Ortega in het Groot Auditorium van de Leidse universiteit in het Frans over 'de dageraad van de historische rede'. De gemiddelde toehoorder zal volgens een verslag in de krant van het studentencorps weliswaar slechts 'met veel moeite bij benadering uit krantenverslagen kunnen reconstrueren wat hij eigenlijk gehoord heeft', hoogleraar Huizinga noemt Ortega's lezingencyclus na afloop een 'triomfmarsch' door Holland. Daarna volgt een diner, bij Huizinga thuis aan de Slingelandtlaan in Oegstgeest, waar de Spaanse denker opzien baart door de asperges niet op Hollandse wijze naar de mond te brengen, maar ze domweg door te snijden en aan zijn vork te prikken.
Tussen Huizinga en Ortega is intussen een vriendschap gegroeid. Zij schrijven elkaar vriendelijke brieven; Ortega zorgt voor een Spaanse vertaling van In de schaduwen van morgen (1935). In dat boek ontpopt Huizinga zich als een cultuurcriticus. Of hij bij het schrijven van dit boek sterk wordt beïnvloed door Ortega, wiens Opstand der horden hij citeert, is niet met zekerheid te zeggen. Maar denker-politicus Jacques de Kadt, later invloedrijk binnen de Partij van de Arbeid, schrijft in januari 1936 onomwonden dat hoogleraar Huizinga 'zijn boek schreef na dat van Ortega gelezen te hebben'.
Op zaterdagavond 9 mei volgt een afsluitend soirée, in het Haagse hotel De Witte Brug, waar Ortega zijn gehoor 'in brandend Spaansch' vermaakt met een vergelijking tussen de nijvere Hollander en de luie Andalusiër. 'Nog laat bleef de vitale Spanjaard met velen zitten praten in de danszaal, plaatste ook zijn handteekening in zijn werken, die op een boekenstand van de Nederlands-Spaanse boekhandel te krijgen waren,' schrijft de Nieuwe Rotterdamsche Courant de volgende dag.
Relletje
Een jaar later is de Spanjaard terug in Nederland, waar hij in het leven van zijn vriend Huizinga een relletje veroorzaakt. Huizinga is al een oude man als hij de 28-jarige Auguste Schölvinck, hoofd van zijn huishouding, in mei 1937 ten huwelijk vraagt. Maar onder meer het verschil in leeftijd baart haar ouders zorgen. Op hun verzoek last Huizinga's geliefde een bezinningsperiode in. Ortega heeft anders begrepen, en vertelt aan een met Huizinga bevriend stel dat de professor in het huwelijk zal treden met een jong meisje. Het echtpaar weet van niets en schrijft een brief aan Huizinga's goede vriend Richard Roland Holst, waarin zij hem vriendelijk vragen aan alle onzekerheid een eind te maken. 'Deze brief kreeg ik van Van Rees,' schrijft Roland Holst vervolgens aan Huizinga, die in Parijs verblijft.
'Ik heb hem gezegd dat ik hem er niet op kon antwoorden, maar ook dat als Ortega vertelde dat je hertrouwd was, hij zijn Spaansche neus voorbijkakelde.' Uiteindelijk trouwt Huizinga op 4 oktober 1937 toch met Schölvinck. Hoewel nog in Nederland, is Ortega waarschijnlijk geen gast op het huwelijk. De oude professor en het jonge meisje trouwen in familiekring.
Zijn roem in vooroorlogs Nederland, maar ook de misverstanden over zijn werk, dankt Ortega voor een deel aan hispanist Johan Brouwer, de vertaler van zijn bekendste boek. 'Ik heb La Rebelión de las Masas vertaald met De Opstand der horden, om het dreigende en voor de cultuur levensgevaarlijke karakter van het soort mens dat Ortega hier tekent te doen uitkomen,' schrijft hij in zijn 'Woord vooraf van den vertaler' (1933).
Brouwers titel sluit goed aan bij de Nederlandse angst voor het 'rode' en 'bruine' gevaar in de jaren dertig. Hoewel die suggestie de verkoop geen kwaad doet, gaat Ortega's boek alleen indirect over fascisme en communisme. De Spanjaard maakt zich vooral zorgen over het onvermogen van de elite om leiding te geven aan de cultuur, wat de opkomst van de massamens in de hand werkt, niet alleen in het Rusland van Stalin of het Italië van Mussolini, maar overal in Europa. Wel is de massamens, door zijn gebrekkige ontwikkeling, volgens Ortega gevoeliger voor totalitaire ideologieën. 'Bolsjewisme en fascisme zijn bedrieglijke morgenstonden,' schrijft hij.
Net als zijn navolgers heeft Ortega vaak het gemakzuchtige verwijt gekregen een zwartkijker te zijn. Maar Ortega erkent dat de massacultuur voordelen heeft, denk aan een verhoogde welvaart, en draagt oplossingen aan voor de problemen van het continent. Een van die oplossingen: een verenigd Europa.
Elke tijd eist zijn eigen uitwegen, vond hij, 'eeuwige' antwoorden zijn er niet. Elke generatie kan niets anders doen dan de antwoorden van de vorige generaties bestuderen, zij bepaalt zelf het 'niveau van haar tijd'. De elite moet haar generatie leiden door een wereldbeeld te leveren dat, hoewel tijdelijk, houvast geeft voor de toekomst. Ortega liet zich niet leiden door angst, maar zag het leven als een dappere –onderneming. 'Ik ben ik en mijn omstandig–heden.'
Na omzwervingen in Frankrijk, Portugal en Argentinië, keert Ortega in 1948 definitief terug naar Spanje. Voor de Burgeroorlog was hij een invloedrijk man, maar het Franco-–regime beschouwt Ortega als een vijand en werkt hem tegen. Op 18 oktober 1955 sterft hij op 72-jarige leeftijd in Madrid.
Hoogleraar K. Kuypers houdt in de Aula van de Utrechtse Universiteit een herdenkingsrede voor zijn overleden collega. 'Er bestaat (–) alleszins aanleiding om de Spaanse denker Ortega te herdenken, vooral in verband met zijn betekenis voor het welzijn der –Europese cultuur.' Maar van gedenken is niet veel terechtgekomen. Zeker niet in Nederland, dat in de jaren na zijn dood in de ban raakt van andere profeten.
Toch is hij volop aanwezig in het Nederlandse debat. Noem een thema en Ortega heeft er iets over te zeggen. Het nut van een geschiedkundige canon? Volgens de Spanjaard was het bestuderen van de geschiedenis nodig om de problemen van de tijd het hoofd te bieden. De omvang van het ambtenarenbestand? Ortega zag in een uitdijende overheid een groot gevaar: 'De steiger maakt zichzelf eigenaar van het huis en betrekt het.' De nadelen van een uitgebreide verzorgingsstaat? 'De spontaniteit van de maatschappij zal bij herhaling gefnuikt worden door de inmenging van den Staat,' schrijft hij.
Ortega y Gasset, ook wel 'den Don Juan van den geest', de wijsgeer die volgens de illustere Albert Camus na Nietzsche misschien wel de grootste 'Europese' schrijver was, is nog onder ons. Maar we weten het niet.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement