woensdag 23 mei 2007 15:20
In menige Nederlandse tuin staat een geïntegreerde allochtoon. Artemisia annua, zoals de struik officieel heet, is wel een vreemdeling, om precies te zijn een Chinees, maar zo geaccepteerd dat er zelfs een Nederlands woord voor is: alsem.
Dit kruid is een wonderbaarlijk geneesmiddel tegen malaria. In de Chinese geneeskunde was alsem al eeuwenlang als middel tegen koorts gebruikt. In 1972 werd, alweer in China, ontdekt waardoor het zo effectief is. De plant maakt een middel aan, artemisinine geheten, dat het buitengewoon goed doet tegen malaria.
De verwachtingen over artemisinine waren al lang hoog gespannen. Zo schreef dit weekblad op 18 april 1992 na een bezoek aan het Amerikaanse Walter Reed Army Research Institute of Research, waar in het verleden diverse malariamiddelen vandaan kwamen, dat dit plantenbestanddeel de toekomst van de malariabestrijding vormde.
Die verwachtingen zijn volledig uitgekomen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt thans een combinatie van artemisinine en een conventioneel medicijn (ACT – artemisinine-gebaseerde combinatietherapie) aan als de eerste prioriteit in veel Afrikaanse landen.
De WHO zegt daar nadrukkelijk bij dat artemisinine niet alleen mag worden gebruikt, bevreesd als ze is dat aldus de malariaparasiet eerder ongevoelig wordt voor het medicijn. De eencellige parasieten (Plasmodium, noch virus, noch bacterie) die door bepaalde muggen worden overgedragen en vervolgens malaria veroorzaken, hebben immers de neiging om buitengewoon snel resistent te worden.
Malaria kon in eerste instantie worden bestreden met kinine. De Plasmodium-parasiet is op veel plaatsen in de wereld ongevoelig geworden voor kinine plus alle andere middelen die daarna volgden (zoals chloroquine, sulfodoxine en mefloquine – het beruchte Lariam).
Mede daardoor is malaria een van de grootste plagen van deze tijd. Jaarlijks sterven er anderhalf tot twee miljoen mensen aan, vooral jonge kinderen. Daarmee is de ziekte in Afrika een groter probleem dan aids.
Kenmerkend aan de ziekte zijn de koortsaanvallen die zich om de twee, drie dagen voordoen: oudere Nederlanders, vooral zij die in 'Ons Indië' hebben gevochten, kennen nog de andere benaming voor malaria: de anderdaagse koorts.
Tegen artemisinine kan de malariamug gelukkig nog niet op. Een probleem is wel dat het middel moeilijk te winnen en daardoor duur is, te duur voor de meeste Afrikaanse landen. Een hectare met alsem levert ongeveer 6 tot 7,5 kilo artemisinine. Een malariabehandeling op basis van artemisinine is tien keer zo duur als een behandeling op basis van conventionele medicijnen.
Ook is het kruidenbestanddeel een natuurlijk middel, waarop geen octrooi te verkrijgen is en dat dus in principe door elke fabrikant kan worden gemaakt. Mede daardoor is de animo bij de farmaceutische industrie gering.
Het Zwitserse Novartis is een van de weinige bedrijven die artemisinine maken, onder de naam Coartem. Als gevolg daarvan is er veel te weinig artemi–sinine in de wereld. In 2004 bijvoorbeeld werd minder dan 30 ton geproduceerd, terwijl er behoefte is aan vijfmaal zoveel.
En dus wordt geprobeerd om artemisinine via genetische modificatie te maken. Dat heeft het voordeel dat de productie aldus naar willekeur kan worden verhoogd en de prijs kan zakken.
Er zijn momenteel verschillende benaderingen hiervoor. Op de University of California, Berkeley, zijn met geld van de Bill & Melinda Gates Foundation (softwareproducent Microsoft dus) de genen voor het malariamedicijn vanuit de alsemplant naar de bacterie E. coli overgezet. De bacterie gaat dan het plantenbestanddeel uitspuwen.
Ook is vorig jaar in het Britse blad Nature gepubliceerd dat het plantengen dat de alsem aanzet tot de productie van artemisinine, overgezet is naar een gistcel. Met gist als vehikel voor de productie heeft de mensheid zeer veel ervaring: zowel bier als brood wordt ermee gemaakt.
Nederland speelt ook een rol. Op de Wageningen Universiteit heeft men een aanpak uitgedokterd om artemisinine in cichorei (familie van witlof en andijvie) te produceren. In opdracht van het Belgische farmaceutisch bedrijf Dafra, voorloper op het gebied van de artemisinine-combinatietherapie, heeft Plant Research International, onderdeel van de Wageningen Universiteit, eerst achterhaald welke enzymen tekenen voor de bittere smaak van cichorei.
Die eiwitten blijken ook in staat om andere stoffen te produceren en de Wageningse onderzoekers gaan nu proberen om een chemische voorloper van artemisinine in de wortels van de cichoreiplant te produceren. Bij andere planten is dat al gelukt en de hoop is dat aldus over een jaar of drie tot vijf een goedkope en grootschalige bron van het malariamiddel beschikbaar is.
Momenteel levert een hectare met alsem ongeveer 6 kilo artemisinine op en Plant Research International hoopt dat een hectare met genetisch gemanipuleerde cichorei straks zeven keer zoveel, 40 kilo per hectare, opbrengt.
Kader bij artikel:
DODELIJKE INFECTIEZIEKTE
Nog erger dan aids
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement