donderdag 9 september 2010

Gezin

Kinderboeken: ‘De verwondering groeit’

De brief voor de koning (1962) kreeg in 2004 de Griffel der Griffels. Een gesprek met auteur en illustrator Tonke Dragt over verbeelding, religie en tijd. Het fabelachtige jeugdboek vertelt een verhaal dat je, als je een jaar of elf bent, in één keer koortsachtig uitleest, en daarna elk jaar minimaal een keer wilt herlezen.

De lotgevallen in van de 16-jarige schildknaap Tiuri, uit een verzonnen, middeleeuws aandoend verleden, zijn adembenemend spannend, prachtig opgeschreven en door de auteur zelf geheimzinnig geïllustreerd. Het is een boek dat jonge lezers serieus neemt, omdat het niet te nadrukkelijk voor hen is geschreven.

Het ontziet ze niet, zadelt ze zelfs op met volwassen, filosofisch getinte thema’s en ethische dilemma’s, opgeschreven in ernstige taal. Een feest voor elke elfjarige die graag voor vol wil worden aangezien.

‘Ik schrijf niet per se voor kinderen,’ zegt Tonke Dragt. ‘Ik krijg zelfs meer fanmail van volwassenen. Maar mijn werk is wel heel geschikt voor kinderen, omdat ik een echte verhalenverteller ben. En omdat ik altijd graag een happy end wil.’

Dragt verzint werelden met zoveel overtuiging, ze worden moeiteloos geaccepteerd

Leerlingen stil houden
De schrijfster werd in 1930 geboren in Batavia, in voormalig Nederlands-Indië. Heimwee naar de woeste, ondoordringbare wouden van haar jeugd klinkt door in bijna elk boek van haar hand. In 1961 debuteerde ze bij haar vaste uitgever Leopold met Verhalen van de Tweelingbroers. Haar tweede boek, De brief voor de koning, ontstond toen ze als tekenlerares werkte, en spannende verhalen bedacht om haar leerlingen stil te houden.

‘Opeens verzon ik toen een keer Tiuri, die voor een groot dilemma komt te staan,’ vertelt de schrijfster in een pannenkoekenhuis in Kijkduin. Samen met vier andere uitverkoren jongens moet Tiuri de nacht wakend doorbrengen in een kapel, voordat ze de volgende dag tot ridder zullen worden geslagen. Ze mogen met niemand praten, anders verspelen ze hun recht op het ridderschap. Maar dan vraagt er plots iemand heel nadrukkelijk om hulp.

Dragt vroeg haar klas of Tiuri hem zou helpen. ‘Ja!’ riep de klas in koor. Toen moest ze wel verder vertellen, en heeft ze het verhaal uiteindelijk ook maar opgeschreven. In 1963 kreeg De brief voor de koning de Prijs voor het Beste Kinderboek, de voorloper van de Gouden Griffel, en nog altijd is het een van de best verkochte kinderboeken.

Het is volkomen tijdloos, na veertig jaar op geen enkele manier verouderd. Dat komt door de stijl – Dragt mijdt waar mogelijk modieus taalgebruik – en door de fictieve tijd waarin het speelt. ‘Dit is een verhaal van lang geleden, toen er nog ridders waren,’ luidt de eerste zin. Dat was in 1962 lang geleden, en in 2004 nog altijd.

Fantasie
Dragts unieke stijl kenmerkt zich door een verregaande verbinding van fantasie en realiteit. Ze verzint werelden met zoveel overtuiging dat de lezer, jong of oud, ze moeiteloos accepteert. Alle details kloppen, en de landschappen van heuvels, velden en wouden zijn levensecht beschreven. Levendiger dan bij menig ander auteur, wellicht omdat Dragt – van huis uit illustrator – ze vaak eerst schetst, voordat ze ze in tekst vertaalt.

Lord of The Rings
Het werk van Dragt wordt wel eens vergeleken met dat van Tolkien

De schrijfster maakt landkaarten op schaal van verzonnen landen, en citeert passages uit gefantaseerde geschiedenisboeken. Het door haar beoefende genre is zeldzaam in Nederland, Dragt is meer een schrijfster in de traditie van Jules Verne, C.S. Lewis en Tolkien. Haar werk wordt wel vergeleken met dat van de laatste, maar om te zeggen dat hij het heeft beïnvloed, vindt ze onterecht. ‘Ik ben nadat ik The Lord of the Rings had gelezen juist acht maanden gestopt met schrijven, omdat ik niet wilde dat het er te veel op ging lijken.’

Soms overstijgt de fantasie bij Dragt het realisme. ‘In De brief voor de Koning kon ik qua fantasie heel ver gaan, het speelt immers in een verzonnen tijd. Van tevoren heb ik me niet verdiept in de Middeleeuwen, maar Keltische verhalen en sagen over Koning Arthur interesseerden me wel altijd al. Ik las de Abele Spelen en Floris ende Blancefloer, maar ook de strip Prins Valiant: het zijn eigenlijk allemaal sprookjes.

Harnassen en maliënkolders
Gaandeweg het schrijven ben ik wel research gaan doen naar die tijd, maar ik heb me er niet altijd even streng aan gehouden. Het boek staat vol anachronismen: zo hebben de personages zowel maliënkolders als harnassen, terwijl in werkelijkheid het harnas pas na de maliënkolder kwam.’

Tonke Dragt neemt haar prijs in ontvangst uit handen van Prinses Laurentien
Tonke Dragt neemt haar prijs in ontvangst

Toch heeft ze liever dat het klopt wat ze schrijft, ook al is het dan een fantasieverhaal. Aan het geloof – in de Middeleeuwen toch een factor van groot belang – besteedt ze relatief weinig aandacht. ‘Iedereen was toen katholiek, dus dat is Tiuri ook. Hij bidt en slaat af en toe een kruis. Maar omdat ik zelf niet katholiek ben, ben ik er verder niet op ingegaan. Ik heb het belang ervan niet ontkend, maar gewoon niet verder uitgewerkt.’

Kwantummechanica
De schrijfster combineert haar fantasierijke geest met een grote liefde voor, en kennis van, de wetenschap. ‘Dat is een beetje als tegenwicht.’ Dragt bezit rijen boeken over Einstein, en verdiepte zich in de sterrenkunde, de relativiteitstheorie en de ruimtevaart. Op school, hbs-b, was ze al gefascineerd door wis- en natuurkunde. En voor haar laatste boek Aan de andere kant van de deur (1992) bestudeerde ze de quantummechanica.

‘Ik vond het zo interessant dat ik er meer over wilde lezen, en zo kom je van het een op het ander.’ Maar kennis van de wetenschap lost het mysterie van het leven niet op. Integendeel: ‘Het mysterie wordt alleen maar groter, hoe meer je weet. Het vergaren van kennis leidt dan ook niet automatisch tot atheïsme. Er zijn veel wetenschappers die er juist gelovig door zijn geworden. Zelf weet ik hoe langer hoe minder, hoe ouder ik word. De verwondering groeit. En die verwondering is een belangrijke drijfveer bij het schrijven.’

Vervolg
Momenteel werkt Dragt aan een soort vervolg op Aan de andere kant van de deur. Dit boek, De weg naar de cel, is een parallelvertelling waarin dezelfde gebeurtenissen nu door een ander personage worden beleefd. In het eerste deel wenst het 13-jarige jongetje Otto dat als hij ’s nachts zijn kamerdeur opent, zich daarachter een compleet andere wereld bevindt.

De volwassen hoofdrolspeler in het vervolg krijgt die kans ook, maar grijpt hem niet, omdat hij denkt dat hij droomt. Het verandert de koers van het hele verhaal. In november 2005, wanneer de schrijfster 75 jaar wordt, moet De weg naar de cel verschijnen.

Door Herien Wensink

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Elsevier 41, 9 oktober 2004

nujij
MSN Reporter
LinkedIn
Twitter
Facebook
del.icio.us
Google Bookmarks
digg
Rss

Tags

advertentie





Elsevier Filmshop